Veelgestelde vragen over arrest grondwettelijk hof

Wat is de terugdraaiende teller?

De klassieke, analoge meter in Vlaanderen kan de elektriciteit die u afneemt van het net en de elektriciteit die u op het net plaatst niet apart registreren. Wanneer u een kWh elektriciteit injecteert, draait de meter terug en wordt een kWh elektriciteit die u op een ander moment van het net haalt gecompenseerd. Dat noemen we de ‘terugdraaiende teller’. De meterstand die  Fluvius  jaarlijks uitleest, komt hierdoor overeen met uw werkelijk afgenomen elektriciteit in de voorbije periode min de door u op het net geïnjecteerde elektriciteit. Wanneer bij de meteropname blijkt dat u in het afgelopen jaar meer elektriciteit hebt geïnjecteerd dan afgenomen, wordt uw  gecompenseerde afname  afgerond op 0 kWh.   

Dit heeft een impact op uw elektriciteitsfactuur. De verschillende factuurcomponenten (energiekost, nettarieven, kWh-gebaseerde heffingen en btw) worden aangerekend op basis van deze beperktere, gecompenseerde afname. Daarnaast betaalt u ook het  prosumententarief , als onderdeel van de component distributienettarieven.   

Meer informatie over de samenstelling van de elektriciteitsfactuur 

De  digitale meter registreert de elektriciteit die u afneemt van het net en de elektriciteit die u op het net plaatst wél apart. De verschillende componenten van uw elektriciteitsfactuur kunnen daarom worden aangerekend op basis van uw werkelijke afname. Door de jaarlijks uitgelezen werkelijk afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit in zijn achterliggende systemen met elkaar in mindering te brengen, kan Fluvius wel de gecompenseerde afname berekenen. Dat noemen we de ‘virtueel terugdraaiende teller’. 

Het principe van de terugdraaiende teller wordt enkel toegepast bij gezinnen en kleine bedrijven met een productie-installatie (meestal zonnepanelen) met een maximaal vermogen van 10 kVA . We duiden deze groep netgebruikers aan als ‘prosumenten’. 

Wat is het prosumententarief? Waarom werd het ingevoerd?

Ook prosumenten – dat zijn gezinnen en kleine bedrijven met een productie-installatie (meestal zonnepanelen) met een maximaal vermogen van 10 kVA  – maken gebruik van het elektriciteitsnet. Ze nemen elektriciteit af van het net op momenten dat hun installatie onvoldoende energie opwekt, bijvoorbeeld op een winterse dag en ’s avonds; ze zetten elektriciteit op het net op momenten dat zij energie produceren die ze zelf niet onmiddellijk verbruiken, bijvoorbeeld op een zomerse weekdag. Om prosumenten met een terugdraaiende teller eerlijk te laten bijdragen voor hun gebruik van het net, betalen zij het  prosumententarief . Zo vermijden we dat vooral gezinnen en bedrijven zonder productie-installatie alle  netkosten  zouden moeten dragen.  

Het prosumententarief is een forfaitair bedrag afhankelijk van het maximale AC-vermogen van de omvormer(s) van uw installatie. Samen met een tarief op basis van uw gecompenseerde afname  en het tarief databeheer voor de meetkosten maken zij de component distributienettarieven uit van uw elektriciteitsfactuur.  

Het prosumententarief is een afnametarief. Het is een vergoeding voor uw niet-gemeten afname van het elektriciteitsnet. Prosumenten betalen geen tarief voor de elektriciteit die zij op het net zetten (injectietarief). 

Het prosumententarief wordt aangerekend sinds 1 juli 2015.  

Prosumententarief 2021 

Wat heeft het Grondwettelijk Hof beslist over de terugdraaiende teller?

Het Grondwettelijk Hof heeft de verderzetting van de overgangsregeling die de Vlaamse Regering voorzag voor prosumenten met een digitale meter  vernietigd.  

Volgens deze regeling hadden gezinnen en kleine bedrijven met zonnepanelen gekeurd vóór einde 2020, gedurende 15 jaar recht op de toepassing van de (virtueel) terugdraaiende teller, ook na de plaatsing van een digitale meter. Dit betekent dat de verschillende componenten van de elektriciteitsfactuur (energiekost, nettarieven, kWh-gebaseerde heffingen en btw) werden aangerekend op basis van de jaarlijks  gecompenseerde afname , onafhankelijk van de meter (analoog of digitaal) die zij hebben. Daarnaast betaalden zij het  prosumententarief . Voor de component distributienettarieven konden deze prosumenten ook de keuze maken voor een tarief op basis van hun  werkelijke afname  van het net. In dat geval betaalden zij geen prosumententarief. De energiekost en heffingen werden dan wél nog aangerekend op basis van hun gecompenseerde afname.  

Prosumenten waarvan de installatie méér dan 15 jaar oud is of waarvan de installatie werd gekeurd in 2021 vielen niet onder deze overgangsregeling. Zij hadden sowieso geen recht op de toepassing van de virtueel terugdraaiende teller.  

Arrest
Persbericht Grondwettelijk Hof

Wanneer treedt de beslissing van het Grondwettelijk Hof in werking?

Het arrest van het Grondwettelijk Hof treedt in werking vanaf de dag van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.De exacte datum is momenteel nog niet gekend.  

De gevolgen van de overgangsregeling worden gehandhaafd tot de publicatie van het arrest. Dit betekent dat de gefactureerde bedragen, tot de datum van de bekendmaking van het arrest in het Belgisch Staatsblad, niet moeten worden rechtgezet. Zo wil het Hof de aanzienlijke administratieve problemen en financiële lasten van de vernietiging voor de afnemers, leveranciers en distributienetbeheerders beperken. 

Wat ging vooraf aan dit arrest? Waarom stapten de VREG en andere instanties naar het Grondwettelijk Hof?

Op 28 mei 2014 (56.282/3) oordeelde de Raad van State een eerste keer dat de toepassing van de virtueel terugdraaiende teller (waarbij de jaarlijks uitgelezen werkelijk afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit in de achterliggende systemen van de netbeheerder met elkaar in mindering worden gebrachtin strijd zou zijn met de bevoegdheidsverdelende regels tussen de gewesten en het federale niveau. Het Brusselse Gewest probeerde op dat moment een dergelijke regeling in te voeren. De analoge meters in dat gewest draaien namelijk niet terug zoals in Vlaanderen; ze meten de afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit apartIn zijn advies van 20 maart 2018 (62.977/3) over het Vlaamse ontwerpdecreet digitale meters verwijst de Raad van State expliciet naar dat advies uit 2014 en herhaalt dat de overgangsregeling die nu door het Grondwettelijk Hof werd vernietigd, niet spoort met de bevoegdheidsverdeling. Omwille van de schending van de federale bevoegdheden inzake transmissienettarieven en federale belastingen stapten de CREG en de Belgische Staat vervolgens naar het Grondwettelijk Hof. 


Op 6 april 2017 (ADV-2017-02) waarschuwde de VREG een eerste maal dat een compensatiemechanisme voor prosumenten met een digitale meter in strijd zou zijn met de federale bevoegdheden en de bevoegdheden van de regulator (distributienettarieven). De VREG herhaalde die waarschuwing op 29 augustus 2017 (ADV-2017-05), 22 oktober 2018 (CONS-2018-07) en 25 maart 2019 (ADV-2019-01). De VREG ging vervolgens in beroep tegen de overgangsregeling bij verzoekschrift van 14 november 2019, en dit enkel voor wat de distributienettarieven betreft; niet voor de andere componenten van de elektriciteitsfactuur.  


Andere instanties die naar het Grondwettelijk Hof stapten om andere redenen waren FEBEG (Federatie van de Belgische Elektriciteits- en Aardgasbedrijven)Liga voor Mensenrechten en een aantal privépersonen. Relevant voor het compensatiemechanisme is wel dat FEBEG het Hof verzocht om de gevolgen van een eventuele vernietiging van de overgangsregeling te handhaven voor het verleden, zodat het enkel zou gelden voor de toekomst. 

Waarom heeft het Grondwettelijk Hof deze beslissing genomen? Welke argumenten heeft het hierbij gevolgd?

Niet het beroep van de VREG heeft geleid tot de vernietiging van de overgangsregeling voor prosumenten met een  digitale meter ; wél de rechtszaken van de CREG en de Belgische Staat.  

Het beroep van de VREG had enkel betrekking op de component distributienettarieven in de elektriciteitsfactuur. De VREG argumenteerde dat de toepassing van de virtueel terugdraaiende teller voor de distributienettarieven – zoals voorzien in de overgangsregeling – discriminerend is (tussen prosumenten vs. andere netgebruikers, tussen prosumenten met een installatie geplaatst vóór 2020 vs. na 2020 en tussen prosumenten waarvan de installatie meer of minder dan 15 jaar oud is) en in strijd met de Europeesrechtelijke vereisten inzake onafhankelijkheid van de energieregulator en zijn exclusieve bevoegdheid inzake tarieven.  

Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat de Vlaamse overgangsregeling een inbreuk uitmaakte op de federale bevoegdheden inzake federale taksen en heffingen en transmissienettarieven. Voorheen hadden de Raad van State en de VREG al gewaarschuwd dat de regeling in strijd was met de regels inzake bevoegdheidsverdeling. In dat opzicht kwam het arrest dus niet als een verrassing. 

De argumentatie van de VREG werd door het Hof niet behandeld, omdat de schending van de federale bevoegdheden op zich al voldoende was om de overgangsregeling te vernietigen.  

Ik heb zonnepanelen en een klassieke, analoge meter. Welke impact heeft deze beslissing op mij?

De beslissing van het Grondwettelijk Hof heeft geen onmiddellijke impact op uw elektriciteitsfactuur. De klassieke, analoge meter draait mechanisch terug. De verschillende factuurcomponenten (energiekost, nettarieven, kWh-gebaseerde heffingen en btw) kunnen dan ook niet anders aangerekend worden dan op basis van uw  gecompenseerde afname . U blijft ook het  prosumententarief  betalen. 

Op het moment dat bij u een digitale meter wordt geplaatst, zal een tussentijdse berekening worden opgemaakt en stapt u onmiddellijk over naar het nieuwe systeem zonder terugdraaiende teller. De overstap gebeurt dus niet op het moment van uw eerstvolgende meteropname.  

Noot: in 2022 voert de VREG een wijziging door in de aanrekening van de component distributienettarieven. Een deel van de kosten in de distributienettarieven zal bij gezinnen en kleine bedrijven vanaf dan worden aangerekend door middel van een capaciteitstarief. Hebt u op dat moment nog geen digitale meter, dan zal het capaciteitstarief bij u worden aangerekend onder de vorm van een jaarlijkse vaste bijdrage. In tegenstelling tot de digitale meter, kan de klassieke meter uw piekvermogen namelijk niet registreren. Over het capaciteitstarief gaan we in de loop van 2021 nog uitgebreid informeren. 

Mijn zonnepanelen werden gekeurd vóór einde 2020 en ik heb een digitale meter. Welke impact heeft deze beslissing op mij?

Uit het arrest van het Grondwettelijk Hof kan afgeleid worden dat op het moment van publicatie van het arrest in het Belgisch Staatsblad, een tussentijdse berekening zal worden opgemaakt en dat u onmiddellijk overstapt naar het nieuwe systeem zonder terugdraaiende teller. De overstap gebeurt dus niet op het moment van uw eerstvolgende meteropname.

Vanaf dan worden nagenoeg alle componenten van uw elektriciteitsfactuur (energiekost, nettarieven, kWh-gebaseerde heffingen en btw) aangerekend op basis van de elektriciteit die u werkelijk van het net afneemt. U betaalt niet langer het  prosumententarief . Voor de elektriciteit die u op het net zet kan u een vergoeding ontvangen van uw leverancier. Hiervoor moet u een terugleveringscontract afsluiten. 

In de V-test® geven we een overzicht van alle terugleveringscontracten die momenteel worden aangeboden. 

Met het oog op de overstap naar het nieuwe systeem kan het aangewezen zijn om uw maandelijkse voorschotfacturen te laten verhogen door uw leverancier. Deze voorschotten worden meestal berekend op basis van uw historische, in dit geval beperktere gecompenseerde afname. Vanaf het moment dat u overstapt naar het nieuwe systeem zal uw gefactureerde afname in de meeste gevallen een stuk hoger liggen. Door het voorschotbedrag op te trekken, vermijdt u een hoge jaarafrekening.  

Noot: in 2022 voert de VREG een wijziging door in de aanrekening van de component distributienettarieven. Een deel van de kosten in de distributienettarieven zal bij gezinnen en kleine bedrijven vanaf dan worden aangerekend door middel van een capaciteitstarief. Hierover gaan we in de loop van 2021 nog uitgebreid informeren.  

Wanneer verlies ik mijn recht op compensatie?

Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat de gevolgen van zijn arrest enkel zullen gelden vanaf de dag van de publicatie van zijn arrest in het Belgisch Staatsblad. Met andere woorden enkel voor de toekomst en dus niet retroactief. De redenering hiervoor was dat een retroactieve werking van de gevolgen van het arrest “aanzienlijke administratieve problemen en financiële lasten van de vernietiging voor de afnemers, leveranciers en distributienetbeheerders” zou veroorzaken. 

De VREG pleegde overleg met de gewestelijke en federale overheden, de marktpartijen en de andere regulatoren om de goede werking van de energiemarkt te bewaken. Om uitvoering te geven aan het arrest zullen de netbeheerders de meterstanden van de prosumenten met digitale meters op 0u00 op de dag van de bekendmaking van het arrest uitlezen, en overmaken aan de leveranciers. De meterstanden van meters zonder afstandsuitlezing zullen geschat worden op basis van de gangbare regels. Op basis van deze data zullen de leveranciers een factuur opmaken om de periode van compensatie af te sluiten. Er worden geen saldi overgedragen naar de periode na publicatie van het arrest. 

Concreet houdt dit in: 

A. Voor prosumenten die nettarieven betaalden op basis van het prosumententarief

  • Op basis van de opgenomen meterstanden worden afnames en injecties van elektriciteit die plaatsvonden vóór de bekendmaking van het arrest gefactureerd met toepassing van het compensatiemechanisme; 
  • Alle afnames van elektriciteit nà de bekendmaking van het arrest, worden op basis van de werkelijke afname gefactureerd, zowel voor de netkosten (inclusief de taksen en heffingen) als de energiecomponent
  • U kan een terugleveringscontract afsluiten voor de verkoop van de elektriciteit die u injecteert op het net vanaf de datum van publicatie van het arrest. 

B. Voor prosumenten die nettarieven betaalden op basis van de werkelijke afname: 

  • Voor de aanrekening van uw netkosten (inclusief de taksen en heffingen) verandert er niets: deze werden al berekend op basis van uw werkelijke afname zonder toepassing van het prosumententarief; 
  • Op basis van de opgenomen meterstanden worden alle afnames van elektriciteit die plaatsvinden nà de bekendmaking van het arrest op basis van de werkelijke afname gefactureerd, niet enkel voor de netkosten (inclusief de taksen en heffingen) maar ook voor de energiecomponent; 
  • U kan een terugleveringscontract afsluiten voor de verkoop van de elektriciteit die u injecteert op het net vanaf de datum van publicatie van het arrest. 

Mijn zonnepanelen werden gekeurd in 2021 of ik wil zonnepanelen installeren. Welke impact heeft deze beslissing op mij?

De beslissing van het Grondwettelijk Hof heeft geen impact op uw elektriciteitsfactuur. Prosumenten waarvan de installatie méér dan 15 jaar oud is of waarvan de installatie werd gekeurd na 2020 vielen niet onder de vernietigde overgangsregeling. Zij hadden sowieso geen recht op de toepassing van de virtueel terugdraaiende teller.  


Nagenoeg alle componenten van uw elektriciteitsfactuur (energiekost, nettarieven, kWh-gebaseerde heffingen en btw) worden aangerekend op basis van de elektriciteit die u werkelijk van het net afneemt. U betaalt geen  prosumententarief . Voor de elektriciteit die u op het net zet kan u een vergoeding ontvangen van uw leverancier. Hiervoor moet u een terugleveringscontract afsluiten. 

 

In de V-test® geven we een overzicht van alle terugleveringscontracten die momenteel worden aangeboden. 


Wanneer u in 2021 zonnepanelen plaatst hebt u recht op een premie. De aanvraag, behandeling en uitbetaling van deze premie verloopt via  Fluvius
Voor meer informatie hierover kan u terecht op de website van  VEKA https://www.energiesparen.be/zonnepanelen/premie 


Noot: in 2022 voert de VREG een wijziging door in de aanrekening van de component distributienettarieven. Een deel van de kosten in de distributienettarieven zal bij gezinnen en kleine bedrijven vanaf dan worden aangerekend door middel van een capaciteitstarief. Hierover gaan we in de loop van 2021 nog uitgebreid informeren.