Veelgestelde vragen over arrest grondwettelijk hof

Ik heb zonnepanelen en mijn digitale meter draait sinds 1 maart niet langer virtueel terug. Wat verklaart de hoogte van mijn afrekeningsfactuur die ik zonet ontvangen heb?

Naar aanleiding van de publicatie van het arrest van het Grondwettelijk Hof op 1 maart heeft Fluvius de meterstanden, geregistreerd door de digitale meter op 1 maart om middernacht, overgemaakt aan uw leverancier. De afrekeningsfactuur die u ontvangen hebt van uw leverancier sluit op basis van deze meterstanden de periode mét virtueel terugdraaiende teller af.  

Het arrest van het Grondwettelijk Hof laat niet toe om eventuele overschotten/tekorten over te dragen naar uw eerstvolgende meteropname. De hoogte van uw afrekeningsfactuur op 1 maart is daarom afhankelijk van het moment van uw vorige meteropname en de maandelijkse voorschotfacturen die u tot dat moment al heeft betaald: 

  • Voor de meeste eigenaars van zonnepanelen met een digitale meter die hun vorige afrekeningsfactuur in de lente of het begin van de zomer van 2020 ontvingen, is de impact naar verwachting beperkt: de energie opgewekt door de zonnepanelen in de zomermaanden heeft uw afname tot 1 maart 2021 (grotendeels) ‘gecompenseerd’. De door u betaalde maandelijkse voorschotfacturen – berekend door uw gebruikelijke gecompenseerde afname op jaarbasis te delen door 12 maanden – zijn naar verwachting toereikend ten opzichte van het finaal verschuldigde bedrag in de afrekeningsfactuur die u zonet ontvangen hebt. 
  • De meeste eigenaars van zonnepanelen met een digitale meter die hun vorige afrekeningsfactuur op het einde van de zomer van 2020 of in de voorbije herfst of winter ontvingen, krijgen nu naar verwachting een hoger dan gebruikelijke afrekeningsfactuur: uw zonnepanelen hebben in de maanden sinds uw vorige meteropname maar een beperkte hoeveelheid energie opgewekt waardoor uw afname in deze periode minder dan gemiddeld werd gecompenseerd. De door u betaalde maandelijkse voorschotfacturen – berekend door uw gebruikelijke gecompenseerde afname op jaarbasis te delen door 12 maanden – zijn met grote waarschijnlijkheid ontoereikend ten opzichte van het finaal verschuldigde bedrag in de afrekeningsfactuur die u zonet ontvangen hebt.  

Noot: Ook in de vroegere situatie mét terugdraaiende teller deed eenzelfde scenario zich voor wanneer u bijvoorbeeld wisselde van energieleverancier of de overstap maakte van tweevoudig naar enkelvoudig tarief – of vice versa – op een ander moment dan in de periode van uw jaarlijkse meteropname.  

In de afrekeningsfactuur die u zonet ontvangen hebt worden uw energiekost, kWh-gebaseerde heffingen en btw aangerekend op basis van uw gecompenseerde afname in de periode sinds uw vorige meteropname. Ook voor uw nettarieven wordt u zoals gebruikelijk deels aangerekend op basis van uw gecompenseerde afname; deels op basis van het prosumententarief . Het is niet zo dat u tweemaal de nettarieven betaalt. 

Het prosumententarief – net als de overige forfaitaire bedragen in uw afrekeningsfactuur – wordt aangerekend pro rata het aantal dagen waarop uw afrekeningsfactuur betrekking heeft. Op basis van veronderstellingen over productie en afname wordt in de bepaling van het prosumententarief een inschatting gemaakt van de gemiddelde hoeveelheid teruggedraaide (= niet-gemeten) elektriciteit die zonnepaneeleigenaars met een terugdraaiende teller op jaarbasis afnemen van het distributienet. Het prosumententarief wordt dus niet aangerekend op basis van uw werkelijk gebruik van het net én gaat uit van een terugdraaiing van de teller over een periode van 1 jaar. Voor sommige prosumenten is de periode van de afrekeningsfactuur die zij zonet ontvangen hebben veel korter, bv. enkel de winter. Binnen deze beperkte (winter)periode is de hoeveelheid teruggedraaide elektriciteit lager dan de gemiddelde teruggedraaide elektriciteit die wordt verondersteld in de berekening van het prosumententarief. De voor die korte (winter)periode geraamde teruggedraaide afname in het prosumententarief kan dus verschillen van de reële teruggedraaide afname.  

Door deze situatie betalen sommige eigenaars van zonnepanelen nu relatief hogere distributienettarieven dan het geval zou zijn bij een afrekening over een volledig jaar.  De precieze meerkost in hun huidige afrekeningsfactuur is afhankelijk van het moment van hun vorige afrekeningsfactuur.

Wat zijn de gevolgen van de publicatie van het arrest van het Grondwettelijk Hof op 1/3?

Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat de gevolgen van zijn arrest enkel gelden vanaf de dag van de publicatie van zijn arrest in het Belgisch Staatsblad (1 maart 2021). Met andere woorden enkel voor de toekomst en dus niet retroactief. De redenering hiervoor was dat een retroactieve werking van de gevolgen van het arrest “aanzienlijke administratieve problemen en financiële lasten van de vernietiging voor de afnemers, leveranciers en distributienetbeheerders” zou veroorzaken. 

De VREG pleegde overleg met de gewestelijke en federale overheden, de marktpartijen en de andere regulatoren om de goede werking van de energiemarkt te bewaken. Om uitvoering te geven aan het arrest zullen de netbeheerders de meterstanden van de prosumenten met digitale meters op 1 maart 2021, de dag van de bekendmaking van het arrest, om 0u00 uitlezen, en overmaken aan de leveranciers. De meterstanden van meters zonder afstandsuitlezing zullen geschat worden op basis van de gangbare regels. Op basis van deze data zullen de leveranciers een tussentijdse berekening en eventueel een factuur opmaken om de periode van compensatie af te sluiten. Er worden geen saldi overgedragen naar de periode na publicatie van het arrest. 

Concreet houdt dit in: 

A. Voor prosumenten die nettarieven betaalden op basis van het prosumententarief

  • Op basis van de opgenomen meterstanden worden afnames en injecties van elektriciteit die plaatsvonden vóór de bekendmaking van het arrest gefactureerd met toepassing van het compensatiemechanisme; 
  • Alle afnames van elektriciteit nà de bekendmaking van het arrest, worden op basis van de werkelijke afname gefactureerd, zowel voor de netkosten (inclusief de taksen en heffingen) als de energiecomponent
  • U kan een terugleveringscontract afsluiten voor de verkoop van de elektriciteit die u injecteert op het net vanaf de datum van publicatie van het arrest. 

B. Voor prosumenten die nettarieven betaalden op basis van de werkelijke afname: 

  • Voor de aanrekening van uw netkosten (inclusief de taksen en heffingen) verandert er niets: deze werden al berekend op basis van uw werkelijke afname zonder toepassing van het prosumententarief; 
  • Op basis van de opgenomen meterstanden worden alle afnames van elektriciteit die plaatsvinden nà de bekendmaking van het arrest op basis van de werkelijke afname gefactureerd, niet enkel voor de netkosten (inclusief de taksen en heffingen) maar ook voor de energiecomponent; 
  • U kan een terugleveringscontract afsluiten voor de verkoop van de elektriciteit die u injecteert op het net vanaf de datum van publicatie van het arrest. 

Ik heb zonnepanelen en mijn digitale meter draait sinds 1 maart niet langer virtueel terug. Krijg ik vanaf dan automatisch een terugleververgoeding voor de elektriciteit die ik op het net zet?

De elektriciteit die u op het net zet wordt vanaf 1 maart 2021 toegewezen aan de leverancier met wie u een afnamecontract voor elektriciteit heeft gesloten. Dit gebeurt automatisch. Opgepast! Als u nog geen terugleveringscontract heeft afgesloten met uw leverancier, ontvangt u mogelijk geen vergoeding voor  de door u geïnjecteerde elektriciteit. Vraag dit dus zeker na bij uw leverancier. Sluit u het terugleveringscontract nadien af, dan kan uw leverancier het contract mogelijk retroactief laten ingaan vanaf 1 maart en u dus vanaf die datum een terugleververgoeding betalen.

Kiest u ervoor om een terugleveringscontract af te sluiten met een andere leverancier dan de leverancier waarvan u elektriciteit koopt, of beslist u op een later moment om van leverancier te veranderen voor uw teruglevering, dan moet u rekening houden met een (opzeg)termijn van één maand. Als u dus vandaag een energiecontract (terugleverings- en/of afnamecontract) afsluit met een andere leverancier, dan zal dat ten vroegste binnen één maand starten.

Ik heb zonnepanelen en mijn digitale meter draait sinds 1 maart niet langer virtueel terug. Krijg ik nu een slotfactuur van mijn leverancier voor de periode tot 1 maart?

Fluvius maakt de meterstanden, geregistreerd door de digitale meter op 1 maart om middernacht, over aan uw leverancier. Die kan zo met een tussentijdse berekening de periode mét virtueel terugdraaiende teller afsluiten. Uw leverancier kan ervoor kiezen om u op basis hiervan een afrekeningsfactuur te versturen voor de periode tot 1 maart of hij kan het verschuldigde bedrag voor deze periode opnemen in uw volgende afrekeningsfactuur, op het moment van uw eerstvolgende meteropname.

In lijn met het arrest van het Grondwettelijk Hof worden eventuele overschotten niet overgedragen naar uw eerstvolgende meteropname.

Ik heb zonnepanelen en mijn digitale meter draait sinds 1 maart niet langer virtueel terug. Gaat mijn leverancier mijn voorschotten verhogen nu ik moet betalen op basis van mijn werkelijke afname?

Niet alle leveranciers gaan automatisch het bedrag van uw voorschot verhogen. Om een hoge eindafrekening te vermijden kan u altijd zelf een verhoging van uw voorschotbedrag aanvragen.

Wat is de terugdraaiende teller?

De klassieke, analoge meter in Vlaanderen kan de elektriciteit die u afneemt van het net en de elektriciteit die u op het net plaatst niet apart registreren. Wanneer u een kWh elektriciteit injecteert, draait de meter terug en wordt een kWh elektriciteit die u op een ander moment van het net haalt gecompenseerd. Dat noemen we de ‘terugdraaiende teller’. De meterstand die  Fluvius  jaarlijks uitleest, komt hierdoor overeen met uw werkelijk afgenomen elektriciteit in de voorbije periode min de door u op het net geïnjecteerde elektriciteit. Wanneer bij de meteropname blijkt dat u in het afgelopen jaar meer elektriciteit hebt geïnjecteerd dan afgenomen, wordt uw  gecompenseerde afname  afgerond op 0 kWh.   

Dit heeft een impact op uw elektriciteitsfactuur. De verschillende factuurcomponenten (energiekost, nettarieven, kWh-gebaseerde heffingen en btw) worden aangerekend op basis van deze beperktere, gecompenseerde afname. Daarnaast betaalt u ook het  prosumententarief , als onderdeel van de component distributienettarieven.   

Meer informatie over de samenstelling van de elektriciteitsfactuur 

De  digitale meter registreert de elektriciteit die u afneemt van het net en de elektriciteit die u op het net plaatst wél apart. De verschillende componenten van uw elektriciteitsfactuur kunnen daarom worden aangerekend op basis van uw werkelijke afname. Door de jaarlijks uitgelezen werkelijk afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit in zijn achterliggende systemen met elkaar in mindering te brengen, kan Fluvius wel de gecompenseerde afname berekenen. Dat noemen we de ‘virtueel terugdraaiende teller’. 

Het principe van de terugdraaiende teller wordt enkel toegepast bij gezinnen en kleine bedrijven met een productie-installatie (meestal zonnepanelen) met een maximaal vermogen van 10 kVA . We duiden deze groep netgebruikers aan als ‘prosumenten’. 

Wat is het prosumententarief? Waarom werd het ingevoerd?

Ook prosumenten – dat zijn gezinnen en kleine bedrijven met een productie-installatie (meestal zonnepanelen) met een maximaal vermogen van 10 kVA  – maken gebruik van het elektriciteitsnet. Ze nemen elektriciteit af van het net op momenten dat hun installatie onvoldoende energie opwekt, bijvoorbeeld op een winterse dag en ’s avonds; ze zetten elektriciteit op het net op momenten dat zij energie produceren die ze zelf niet onmiddellijk verbruiken, bijvoorbeeld op een zomerse weekdag. Om prosumenten met een terugdraaiende teller eerlijk te laten bijdragen voor hun gebruik van het net, betalen zij het  prosumententarief . Zo vermijden we dat vooral gezinnen en bedrijven zonder productie-installatie alle  netkosten  zouden moeten dragen.  

Het prosumententarief is een forfaitair bedrag afhankelijk van het maximale AC-vermogen van de omvormer(s) van uw installatie. Samen met een tarief op basis van uw gecompenseerde afname  en het tarief databeheer voor de meetkosten maken zij de component distributienettarieven uit van uw elektriciteitsfactuur.  

Het prosumententarief is een afnametarief. Het is een vergoeding voor uw niet-gemeten afname van het elektriciteitsnet. Prosumenten betalen geen tarief voor de elektriciteit die zij op het net zetten (injectietarief). 

Het prosumententarief wordt aangerekend sinds 1 juli 2015.  

Prosumententarief 2021 

Wat heeft het Grondwettelijk Hof beslist over de terugdraaiende teller?

Het Grondwettelijk Hof heeft de verderzetting van de overgangsregeling die de Vlaamse Regering voorzag voor prosumenten met een digitale meter  vernietigd.  

Volgens deze regeling hadden gezinnen en kleine bedrijven met zonnepanelen gekeurd vóór einde 2020, gedurende 15 jaar recht op de toepassing van de (virtueel) terugdraaiende teller, ook na de plaatsing van een digitale meter. Dit betekent dat de verschillende componenten van de elektriciteitsfactuur (energiekost, nettarieven, kWh-gebaseerde heffingen en btw) werden aangerekend op basis van de jaarlijks  gecompenseerde afname , onafhankelijk van de meter (analoog of digitaal) die zij hebben. Daarnaast betaalden zij het  prosumententarief . Voor de component distributienettarieven konden deze prosumenten ook de keuze maken voor een tarief op basis van hun  werkelijke afname  van het net. In dat geval betaalden zij geen prosumententarief. De energiekost en heffingen werden dan wél nog aangerekend op basis van hun gecompenseerde afname.  

Prosumenten waarvan de installatie méér dan 15 jaar oud is of waarvan de installatie werd gekeurd in 2021 vielen niet onder deze overgangsregeling. Zij hadden sowieso geen recht op de toepassing van de virtueel terugdraaiende teller.  

Arrest
Persbericht Grondwettelijk Hof

Wanneer treedt de beslissing van het Grondwettelijk Hof in werking?

Het arrest van het Grondwettelijk Hof werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 maart 2021. Het arrest treedt in werking vanaf die dag. 

De gevolgen van de overgangsregeling worden gehandhaafd tot de publicatie van het arrest. Dit betekent dat de gefactureerde bedragen, tot de datum van de bekendmaking van het arrest in het Belgisch Staatsblad, niet moeten worden rechtgezet. Zo wil het Hof de aanzienlijke administratieve problemen en financiële lasten van de vernietiging voor de afnemers, leveranciers en distributienetbeheerders beperken. 

Wat ging vooraf aan dit arrest? Waarom stapten de VREG en andere instanties naar het Grondwettelijk Hof?

Op 28 mei 2014 (56.282/3) oordeelde de Raad van State een eerste keer dat de toepassing van de virtueel terugdraaiende teller (waarbij de jaarlijks uitgelezen werkelijk afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit in de achterliggende systemen van de netbeheerder met elkaar in mindering worden gebrachtin strijd zou zijn met de bevoegdheidsverdelende regels tussen de gewesten en het federale niveau. Het Brusselse Gewest probeerde op dat moment een dergelijke regeling in te voeren. De analoge meters in dat gewest draaien namelijk niet terug zoals in Vlaanderen; ze meten de afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit apartIn zijn advies van 20 maart 2018 (62.977/3) over het Vlaamse ontwerpdecreet digitale meters verwijst de Raad van State expliciet naar dat advies uit 2014 en herhaalt dat de overgangsregeling die nu door het Grondwettelijk Hof werd vernietigd, niet spoort met de bevoegdheidsverdeling. Omwille van de schending van de federale bevoegdheden inzake transmissienettarieven en federale belastingen stapten de CREG en de Belgische Staat vervolgens naar het Grondwettelijk Hof. 


Op 6 april 2017 (ADV-2017-02) waarschuwde de VREG een eerste maal dat een compensatiemechanisme voor prosumenten met een digitale meter in strijd zou zijn met de federale bevoegdheden en de bevoegdheden van de regulator (distributienettarieven). De VREG herhaalde die waarschuwing op 29 augustus 2017 (ADV-2017-05), 22 oktober 2018 (CONS-2018-07) en 25 maart 2019 (ADV-2019-01). De VREG ging vervolgens in beroep tegen de overgangsregeling bij verzoekschrift van 14 november 2019, en dit enkel voor wat de distributienettarieven betreft; niet voor de andere componenten van de elektriciteitsfactuur.  


Andere instanties die naar het Grondwettelijk Hof stapten om andere redenen waren FEBEG (Federatie van de Belgische Elektriciteits- en Aardgasbedrijven)Liga voor Mensenrechten en een aantal privépersonen. Relevant voor het compensatiemechanisme is wel dat FEBEG het Hof verzocht om de gevolgen van een eventuele vernietiging van de overgangsregeling te handhaven voor het verleden, zodat het enkel zou gelden voor de toekomst.