Veelgestelde vragen over zonnepanelen en de energietransitie

Als ik minder energie verbruik dan mijn zonnepanelen produceren, bedraagt mijn energiefactuur dan ook 0 euro?

Nee, zelfs met een terugdraaiende teller betaalt u dan nog altijd volgende kosten:

  • nettarieven: prosumententarief
  • bijdrage aan het energiefonds
  • meterhuur
  • jaarlijkse vergoeding of vaste vergoeding

De jaarlijkse vergoeding kan verschillen van leverancier tot leverancier, de eerste drie kosten zijn in principe bij elke energieleverancier gelijk.

Als u contracten vergelijkt via de V-test® en bij uw verbruik ‘0’ ingeeft, dan krijgt u de prijs die u zelfs bij een nulverbruik bij elke leverancier zou betalen.

Deze vraag is echter moeilijker te beantwoorden met de komst van de digitale meter . Het decreet voorziet voor wie voor eind 2020 zonnepanelen laat plaatsen, dat de meter virtueel blijft terugdraaien en dit gedurende 15 jaar na ingebruikname. Zowel voor uw elektriciteit, heffingen als overige componenten van de elektriciteitsfactuur (uitgezonderd nettarieven) betaalt u dan op basis van uw teruggedraaide of gecompenseerde afname (0 kWh in dit voorbeeld). Ook voor de aanrekening van uw nettarieven hanteren we tot en met eind 2020 hetzelfde principe (aangevuld met het prosumententarief), waarbij u met een digitale meter er voor kan kiezen om u te laten afrekenen op basis van uw werkelijke afname van het net, zoals de Vlaamse regering heeft bepaald voor de overige componenten van de elektriciteitsfactuur. We kunnen ons echter nog niet uitspreken over de aanrekening van uw nettarieven vanaf 2021.

Met onze simulator schatten we de impact op uw jaarlijkse elektriciteitsfactuur in wanneer u uw nettarieven op basis van uw werkelijke afname zou betalen. Let wel: als u kiest systeem van de werkelijke afname, dan kan u nadien niet meer terug naar het prosumententarief. Deze keuze kan u vanaf 1 juli 2019 aan Fluvius laten weten via een webformulier op hun website. Als Fluvius uw huidige mechanische meter vanaf 1 juli vervangt door een digitale meter blijft het systeem van de terugdraaiende teller automatisch behouden.

Ik deed de simulator en zie dat er voor mij een voordeel wordt ingeschat. Kan ik vanaf de plaatsing van mijn digitale meter overstappen op het systeem met afrekening op basis van werkelijke afname van het net?

Het decreet digitale meters voorziet het volgende:

Zonnepaneleneigenaars hebben de keuze tussen het huidige systeem (de digitale meter zal ‘virtueel’ terugdraaien) waarbij er voor hen niks verandert ( prosumententarief ) en de regeling die werd uitgewerkt door de VREG. Hierbij worden nettarieven aangerekend op wat mensen effectief van het net afnemen (werkelijke afname). Dit is voordeliger voor prosumenten die overdag meer thuis zijn en hun opgewekte energie dan ook meteen verbruiken. Mensen die kiezen voor het huidige systeem, kunnen trouwens op elk moment overgaan naar de regeling van de VREG.

De keuzeregeling geldt voor eigenaars van zonnepanelen die voor eind 2020 geplaatst worden en dit tot vijftien jaar lang na de ingebruikname van de installatie. Gedurende die tijd zouden zij in de mogelijkheid zijn om in het oude systeem te blijven. Concreet zouden ze een afrekening krijgen gebaseerd op de combinatie van een virtueel terugdraaiende teller op alles - dus ook op het distributietarief - én het prosumententarief, om de netkosten te financieren.

In een Advies van oktober 2018 en ook op onze website lichten we toe waarom we niet achter het compensatiemechanisme staan, het ‘terugdraaien van de teller’ (het huidige systeem met het prosumententarief). Met het systeem van de terugdraaiende teller worden eigenaars van zonnepanelen onvoldoende aangemoedigd om efficiënt met het net en hun energieverbruik om te gaan. Bovendien blijkt uit resultaten van onze simulator dat ‘efficiënte prosumenten’ juist een voordeel kunnen doen met een digitale meter ‘die niet terugdraait’. Dit is in het algemeen belang, want een efficiënter gebruik van het net leidt tot een lagere factuur voor iedereen.

Daarom zijn we geen voorstander van het voorstel in het ontwerpdecreet dat het terugdraaien van de teller mogelijk maakt voor een periode van 15 jaar na installatie. Daarnaast gaat het voorstel in tegen onze onafhankelijkheid en onze exclusieve tariefbevoegdheid. We adviseren dan ook om dit voorstel te schrappen. We lichten in een nieuw Advies ons standpunt toe.

Waarom staat de VREG niet achter het compensatieprincipe bij prosumenten met een digitale meter?

Compensatie heeft negatieve effecten voor het rationeel energie- en netgebruik en de marktwerking

Het behoud van het compensatieprincipe leidt ertoe dat de negatieve gevolgen die op het ogenblik al gelden voor het beheer van de distributienetten en het beheer van de energieportfolio’s van de energieleverancier nog gedurende lange tijd blijven bestaan.

Daarnaast heeft dit mogelijk ook een negatieve impact op de ontwikkeling van nieuwe diensten en technologieën en impliceert het bovendien dat verschillende baten verbonden aan de digitale meters tijdelijk niet gerealiseerd kunnen worden.

De compensatieregeling stimuleert prosumenten niet om te reageren op marktprikkels en om zelfconsumptie (gelijktijdigheid van productie en verbruik) na te streven of te verhogen en hiertoe eventueel gebruik te maken van nieuwe diensten en technologieën (e.g. opslag- of energiebeheerssystemen). Hierdoor houdt het de prosument tegen om een actieve rol op te nemen in de energiemarkt en belemmert het bijgevolg de activering van de vraagzijde. De regeling vertrekt vanuit de veronderstelling dat de opslagcapaciteit van het elektriciteitssysteem onbeperkt en gratis beschikbaar is, wat niet het geval is. De compensatieregeling zorgt voor grootschalige gelijktijdige injectie door decentrale productie op het distributienet en reikt geen oplossingen aan om ongewenste, dure capaciteitsuitbreidingen van het net te vermijden.

Ook voor de elektriciteitsleveranciers is het compensatieprincipe allerminst een neutrale operatie. Door de compensatie ‘kopen’ zij tijdens de zomer stroom van de prosumenten die bij hen klant zijn en ‘verkopen’ die opnieuw aan hen tijdens de winter. Beide natuurlijk aan dezelfde prijs per kWh. De realiteit is echter dat zij zelf tijdens de zomer stroom moeten (ver)kopen op de groothandelsmarkt aan een gemiddelde prijs (cijfers 2017) van ongeveer 35 euro per MWh, terwijl ze de stroom in de winter aan gemiddeld 55 euro per MWh betaalden. De compensatie zorgt dus voor een zeer aanzienlijke financiële last voor de elektriciteitsleveranciers waar de prosumenten zich meestal niet van bewust zijn. Als het compensatieprincipe verlaten wordt, zal de prosument op termijn innovatievere energiecontracten kunnen sluiten met zijn elektriciteitsleverancier en een actievere rol in de energiemarkt spelen. Hij krijgt daarnaast prikkels om zijn zelfconsumptie te verhogen en zal bijgevolg meer geneigd zijn om gebruik te maken van nieuwe technologieën en diensten. De voordelen van deze actieve participatie zullen op termijn waarschijnlijk toenemen wanneer elektrische voertuigen, warmtepompen en andere flexibele toepassingen concurrerender worden.

We zijn dus geen voorstander van het toepassen van het compensatieprincipe voor de aanrekening van de nettarieven omdat het principe van compenseren op zich – ongeacht of het via een terugdraaiende of een digitale meter gebeurt – de prosumenten elke prikkel ontneemt om het distributienet rationeel en efficiënt te gebruiken en om efficiënt om te gaan met zijn elektriciteitsverbruik. De omslag naar de energietransitie gaat niet enkel om de productie van hernieuwbare energie, maar bijvoorbeeld ook over rationeel energiegebruik en rationeel netgebruik.

Een toekomstgerichte energietransitie kan maar slagen als alle consumenten, waaronder de prosumenten, rechtstreeks kunnen deelnemen aan de markt door hun verbruik aan te passen aan marktsignalen, en op een efficiënte en juridisch correcte manier ingeschakeld worden in het energiesysteem. Actieve participatie van alle consumenten is wat we beogen.

We zijn van oordeel dat de prosument via andere kanalen vergoed zou kunnen worden voor het gederfde financieel voordeel van de compensatieregeling verbonden aan de terugdraaiende teller. In ons advies over de conceptnota digitale meters gaven we een aantal mogelijke maatregelen die de Vlaamse regelgever kan overwegen. 

We zijn geen voorstander van artikel 31 van het decreet. Met dit artikel blijft het terugdraaien van de teller mogelijk voor een periode van 15 jaar. Het artikel gaat in tegen onze onafhankelijkheid en onze exclusieve tariefbevoegdheid. De regeling is bovendien discriminerend op verschillende vlakken. We beslisten daarom om een vernietigingsberoep in te dienen bij het Grondwettelijk Hof tegen dit artikel 31. Finaal zal het aan het Grondwettelijk Hof zijn om zich hier over uit te spreken.

We lichtten in een Advies van 25 maart 2019 ons standpunt toe.

Wanneer verander ik als zonnepaneleneigenaar best van energieleverancier?

Voor energieconsumenten zonder zonnepanelen maakt het niet zoveel uit wanneer ze van energieleverancier veranderen, voor eigenaars van zonnepanelen is de timing bijzonder belangrijk. U maakt de overstap best zo dicht mogelijk bij de jaarlijkse meteropname door uw netbeheerder. Als u de leverancierswissel niet goed plant, riskeert u op de tussentijdse afrekening die bij elke wissel wordt opgemaakt:

  • ofwel een groot overschot van de zomer, dat naar 0 herleid wordt en waar u dus niet meer van profiteert
  • ofwel een groot tekort van de winter dat nog niet aangezuiverd werd.

Wil u energiecontracten vergelijken? Doe de V-test®!

Waarom heeft de VREG het in de Tariefmethodologie maar over de keuzemogelijkheid tot eind 2020 in vergelijking met de 15 jaar in het decreet digitale meters?

De VREG kan dit wettelijk gezien niet doen. Wij conformeerden ons met de decretale regeling in het Energiedecreet door dit in te schrijven in de huidige Tariefmethodologie. Omdat de Tariefmethodologie slechts loopt over de periode 2017-2020 kunnen wij ons ook enkel over die periode uitspreken. De nieuwe Tariefmethodologie die in werking zal treden vanaf 1 januari 2021 moet nog vastgelegd worden. Om tot deze nieuwe tariefmethodologie te komen, zullen we een uitgebreide procedure volgen. Zo hebben we voorafgaandelijk overleg met de distributienetbeheerders én organiseren we een publieke consultatie bij alle belanghebbenden. Deze laatste verwachten we in de eerste helft van 2020 te kunnen publiceren. Wij kunnen ons dus nog niet formeel uitspreken over de nieuwe reguleringsperiode die zal starten op 1 januari 2021. Bovendien zal er een procedure bij het Grondwettelijk Hof opgestart worden tegen artikel 31 van het decreet dat bepaalt dat zonnepaneleneigenaars tot 15 jaar na indienstneming van hun zonnepanelen ook voor hun nettarieven nog op basis van hun teruggedraaide afname kunnen aangerekend worden. Wij wachten het arrest van het Hof hierover af.

Wat moet ik doen als ik wil overstappen naar afrekening op basis van werkelijke afname?

Vanaf 1 juli 2019 kunnen prosumenten met een digitale meter  ook zelf kiezen om over te stappen naar het nieuwe nettariefsysteem. Let wel: als u kiest voor het nieuwe systeem, dan kan u nadien niet meer terug naar het prosumententarief . Deze keuze kan u vanaf 1 juli 2019 aan Fluvius laten weten via een webformulier op hun website.

Wat als de 15 jaar voorbij zijn?

Dan krijgt u een digitale elektriciteitsmeter en de garantie dat u tot 1 januari 2021 voor uw volledige elektriciteitsfactuur op dezelfde manier wordt gefactureerd als vandaag het geval is. Tot dan heeft u zowel voor de nettarieven als de overige componenten van de elektriciteitsfactuur uiteraard de mogelijkheid om over te stappen naar het systeem waarbij u op basis van uw werkelijke afname van het elektriciteitsnet wordt gefactureerd. Om de impact van een overstap voor uw nettarieven te bekijken, kan u onze simulator raadplegen.

Vanaf wanneer geldt de periode van 15 jaar?

Conform het decreet kan elke prosument maximaal 15 jaar gebruikmaken van het principe van de ‘terugdraaiende teller’. Die periode loopt vanaf de datum waarop uw installatie in dienst werd genomen (datum op het keuringsattest). Deed u nadien nog een uitbreiding van uw installatie, dan komt die niet in aanmerking.

Zal ik nog kunnen kiezen tussen dag- en nachttarief?

Ja. Er bestaat maar één digitale meter voor elektriciteit, maar u kan kiezen tussen enkelvoudig tarief of dag-/nachttarief. Beide registratiesystemen en tarieven blijven dus gewoon bestaan. De digitale meter maakt het eenvoudiger en goedkoper om van tarief te veranderen. Dat kan eenmalig gratis bij de plaatsing van digitale meters, en kost 8,5 euro exclusief btw nadien. Als Fluvius uw huidige mechanische meter vanaf 1 juli vervangt door een digitale meter blijft het systeem van de terugdraaiende teller automatisch behouden.

Waarom heeft de VREG nu pas besloten om naar het Grondwettelijk Hof te stappen?

We moesten eerst afwachten tot het decreet digitale meters gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad alvorens we dit finaal juridisch in overweging konden nemen en hierover beslissen. De publicatie in het Belgisch Staatsblad gebeurde op 5 juni.