Warmte- en koudenetten

Wat zijn warmte- en koudenetten?

Een warmtenet of koudenet wordt in het Energiedecreet gedefinieerd als een geheel van onderling verbonden leidingen en de daarmee verbonden hulpmiddelen die noodzakelijk zijn voor stadsverwarming of -koeling, met uitsluiting van netwerken op een industriële site (art. 1.1.3.,133/2°).   

Stadsverwarming of -koeling wordt in het Energiedecreet gedefinieerd als de distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water of gekoelde vloeistoffen vanuit een centrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met meerdere gebouwen of locaties, voor het verwarmen of koelen van ruimten of processen (art. 1.1.3.,113/1/1°).

Warmtenetten brengen dus via ondergrondse, geïsoleerde buizen warmte uit centrale warmtebronnen naar meerdere warmteverbruikers. Het warmtenet functioneert als een heel grote centrale verwarming op de schaal van een wijk, stad of zelfs regio. Koudenetten zijn een vergelijkbare oplossing voor de collectieve levering van koeling, via een leidingnet aan grote afnemers.

De warmteklanten kunnen heel divers zijn: bedrijven, tertiaire sector, woningen, publieke gebouwen,… De warmte wordt via water onder druk (of via stoom voor industriële warmte-uitwisseling) in een gesloten netwerk getransporteerd, met aparte leidingen voor de aanvoer en de retour van warmte. Het water dat naar de afnemers stroomt is warmer dan het water dat in de retourleiding stroomt. Het water wordt namelijk afgekoeld door een warmtewisselaar bij de verbruikers. Die warmtewisselaar levert de warmte aan de binneninstallatie, voor ruimteverwarming en sanitair warm water, of voor industriële proceswarmte.

Warmtenetten zijn geen duurzame bron op zich, maar een transportmiddel voor collectieve warmtevoorziening. De duurzaamheid hangt samen met de warmtebronnen die uiteindelijk gekozen worden. Het gebruik van restwarmte is goed voor de energie-efficiëntie, omdat warmte uit dezelfde energiebron twee keer toegepast kan worden: een keer in een industrieel proces, en een tweede keer in de vorm van restwarmte.

Bron: https://warmtenet.ode.be/nl/hoewerkthet

Warmtenetten in Vlaanderen?

In vergelijking met een aantal andere landen, zoals bijvoorbeeld Denemarken, Zweden en Finland, heeft Vlaanderen een bescheiden aantal warmtenetten. We merken de laatste jaren wel een stijging op in het aantal warmtenetten.

Artikel 3/1.3.1 van het Energiebesluit bepaalt dat de warmte- of koudenetbeheerder bepaalde gegevens moet melden aan de VREG wanneer een nieuw warmtenet in gebruik wordt genomen, of wanneer een bestaand warmtenet gewijzigd wordt.

Deze meldingsplicht geldt sinds 1 april 2019.

U kan een nieuw warmtenet of een wijziging aan een bestaand warmtenet melden via een meldingsformulier.

Check via een beslissingsboom of u onder de definitie van warmtenet valt en of u zich moet aanmelden via bovenstaand formulier. 

In onderstaande tabel geven we weer welke netten gemeld zijn. Deze lijst werd voor het laatst geactualiseerd op 14/8/2020.

De website van VEA somt een aantal bijkomende taken en verplichtingen op voor warmte- of koudenetbeheerders en voor warmte- of koudeleveranciers, met name de verplichting om centrale en individuele meters te plaatsen en de jaarlijkse energierapportering aan VEA. 

Sociale energiemaatregelen

We maakten samen met VEA een brochure over de sociale beschermingsmaatregelen voor huishoudelijke klanten die warmte afnemen van een warmtenet

Het doelpubliek is niet de huishoudelijke klant zelf, maar tussenpersonen of intermediairs zoals warmtenetbedrijven en Lokale Adviescommissies (LAC) binnen de OCMW’s. 

Het is belangrijk te weten dat gezinnen, die wonen in een woning met een aansluiting op een warmtenet, beschermd worden door sociale beschermingsmaatregelen. Deze brochure legt uit welke maatregelen dit zijn.

Artikel 5/1.1.1 van het Energiebesluit bepaalt hoe warmte- en koudeleveranciers moeten omgaan met huishoudelijke afnemers die niet (tijdig) betalen. Warmte- en koudenetbeheerders en warmte- en koudeleveranciers zijn verplicht om deze maatregelen toe te passen.

Afsluiting bij wanbetaling

In geval van wanbetaling moet de leverancier een aantal stappen doorlopen (o.a. een eerste herinneringsbrief, een aangetekende brief met formele ingebrekestelling, een afbetalingsplan, een tweede herinneringsbrief) voor hij eventueel de levering van warmte kan stopzetten. Deze procedure is uitgebreider dan bij elektriciteit en aardgas.

De warmte- of koudeleverancier kan pas overgaan tot opzegging van het leveringscontract, na indiening van een verzoek tot afsluiting bij de lokale adviescommissie, in volgende gevallen:

  • De huishoudelijke afnemer heeft binnen 15 kalenderdagen na de verzending van de ingebrekestelling niet schriftelijk gereageerd;
  • De huishoudelijke afnemer heeft binnen 15 dagen nadat hij schriftelijk heeft gereageerd de factuur niet betaald of geen afbetalingsplan aanvaard.
  • De huishoudelijke afnemer heeft, nadat een afbetalingsplan werd vastgelegd, zijn afbetalingsverplichtingen niet nagekomen en gaat na de herinneringsbrief niet in op betaling.

Let op, bij warmte- en koudenetten is een budgetmeter niet mogelijk.

Afsluiting in andere omstandigheden

Een warmte- of koudeleverancier kan een leveringscontract alleen opzeggen, na indiening van een verzoek tot afsluiting bij de lokale adviescommissie, om volgende andere reden:

  • Bij een nieuw aangesloten wooneenheid, als de huishoudelijke afnemer binnen de 30 kalenderdagen zelf geen leveringscontract heeft afgesloten.
  • Als de warmte- of koudeleverancier zijn activiteiten wil stopzetten, en de huishoudelijke afnemer binnen de 30 kalenderdagen zelf geen leveringscontract heeft afgesloten met een andere leverancier.

Let op, het contract kan niet worden opgezegd als er op het net maar één warmte- of koudeleverancier actief is (er kan dan namelijk geen ander leveringscontract worden afgesloten). 

De afsluiting

Een warmte- of koudeleverancier kan een leveringscontract alleen opzeggen als hij een opzeggingstermijn van ten minste zestig kalenderdagen in acht neemt. Er moet ook voldaan zijn aan de hiervoor genoemde voorwaarden. 

Er is een specifieke procedure bij een verhuis (art. 5/1.4.1 Energiebesluit), bij een gezamenlijke afsluiting (art. 5/1.4.2 Energiebesluit) en bij een leegstaande woning (art. 5/1.4.3)

Als algemene regel geldt dat een huishoudelijke afnemer niet kan worden afgesloten tijdens de winterperiode van 1 december tot 1 maart.

Overleg en communicatie rond warmtenetten

We houden contact met de warmte- en koudenettensector via overlegmomenten. Geplande en afgelopen overlegmomenten kunnen geraadpleegd worden via onze overlegpagina voor warmte- en koudenetten.

In juni 2020 publiceerden we een eerste rapport over onze werking rond warmte- en koudenetten. Hierin gaven we een stand van zaken en evalueerden we onze activiteiten.

Rol van de VREG

In de eerste helft van 2019 kreeg de VREG voor het eerst taken toegewezen in verband met warmte- en koudenetten. De taken bestaan vooral uit:

  • Informeren van afnemers
  • Toezicht op de dienstverlening van warmte- en koudeleveranciers 
  • Toezicht op de zekerheid en betrouwbaarheid van de warmte- en koudenetten
  • Bemiddelen en beslechten van geschillen
  • Toezicht en controle op de bepalingen van het decreet en uitvoeringsbepalingen

Meer informatie en rechtsgrond

Meer informatie over het stakeholderoverleg: https://www.vreg.be/nl/overleg-warmtenetten

Meer informatie: https://www.energiesparen.be/groene-energie-en-wkk/professionelen/warmtenetten  

Energiedecreet en Besluit