Openbaredienstverplichtingen leveranciers

Sociale openbaredienstverplichtingen

Artikel 5.1.1 e.v. van het Energiebesluit bepaalt hoe energieleveranciers moeten omgaan met huishoudelijke afnemers die niet (tijdig) betalen.

In geval van wanbetaling moet de leverancier een aantal stappen doorlopen voor hij eventueel het contract kan opzeggen.

Artikel 5.6.1. regelt de ‘overige sociale openbaredienstverplichtingen’ zoals leesbare facturen, herinneringsbrieven en ingebrekestellingen en het aanbieden van verschillende betalingsmogelijkheden.

Dit artikel bepaalt ook dat de leverancier geen huishoudelijke klanten mag weigeren tenzij in de volgende vijf weigeringsgronden:

  1. De leverancier levert alleen in een bepaald gebied en u woont niet in dat gebied
  2. De leverancier levert nog niet in het netgebied waar u woont/aangesloten bent
  3. De leverancier levert enkel aan bepaalde segmenten van afnemers en u behoort niet tot dat segment (bijvoorbeeld alleen aan bedrijven)
  4. De leverancier is actief als coöperatieve vennootschap en u weigert om te voldoen aan de voorwaarden om vennoot/lid te worden zoals bijvoorbeeld het kopen van een aandeel
  5. U (of een van uw gezinsleden die op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn) hebt nog openstaande schulden bij de leverancier

Verbruik laatste 3 jaar als verplichte vermelding op de factuur

Op basis van artikel 6.4.23 §1 en 6.4.25. §1 van het Energiebesluit moeten energieleveranciers op elke afrekeningfactuur of een begeleidend document bij de factuur een overzicht geven van het jaarlijkse verbruik tijdens de laatste 3 jaar en dit zowel voor elektriciteit als aardgas.

De leverancier is vrij om te bepalen hoe hij het historische verbruik weergeeft. Het moet wel conform de voorschriften van het Energiebesluit zijn. De vermelding kan door middel van een grafiek, maar ook met een loutere weergave van de cijfers. Voor niet-huishoudelijke klanten volstaat een verwijzing naar een internetpagina met de verbruiksgegevens.

Als de factuur een afrekening bevat voor een periode tussen 8 en 14 maanden en de gegevens van de voorbije 12 maanden onbekend zijn wordt het verbruik omgerekend naar 12 maanden op basis van Verbruiksprofielen elektriciteit en aardgas.

Als de afrekening betrekking heeft op een periode korter dan 8 maanden en de gegevens van de voorbije 12 maanden onbekend zijn, worden de verbruiksgegevens niet vermeld.

De verbruiksgegevens worden opgemaakt per meetpunt en voor de totale meetinstallatie. Bij installaties met verschillende meetperiodes (bv. dag- en nachtverbruik voor elektriciteit) geldt elke teller als een meetpunt.

U kan als leverancier ontbrekende verbruiksgegevens opvragen bij de netbeheerder, tenzij de verbruiker zich daar schriftelijk tegen verzet heeft.

Oorsprong elektriciteit als verplichte vermelding op de factuur

Op basis van artikel 6.3.1 e.v. van het Energiebesluit moeten elektriciteitsleveranciers op hun facturen de herkomst van de geleverde stroom vermelden. Deze verplichting geldt ook voor het promotiemateriaal dat rechtstreeks aan de afnemer gericht is.

  • Als de elektriciteitsleverancier één contract aanbiedt, moet hij de brandstofmix van dat contract vermelden met een grafiek of een korte vermelding.
  • Als de elektriciteitsleverancier meerdere contracten aanbiedt, moet hij de brandstofmix van het geleverde contract vermelden en de brandstofmix van alle contracten samen. Dat mag met een grafiek of een korte vermelding.

De VREG bepaalt wat er exact vermeld moet worden. Daarom zijn de elektriciteitsleveranciers verplicht elk jaar vóór 15 maart een rapport in te dienen. Een bijgevoegde brief geeft de nodige toelichting. 

Er zijn 5 categorieën die de oorsprong van elektriciteit beschrijven:

  • elektriciteit geproduceerd met hernieuwbare energiebronnen;
  • elektriciteit geproduceerd in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties;
  • elektriciteit geproduceerd met fossiele brandstoffen;
  • elektriciteit geproduceerd in nucleaire centrales;
  • elektriciteit waarvan de oorsprong onbekend is.

De elektriciteitsleverancier baseert zich hiervoor op het aantal voorgelegde garanties van oorsprong (categorieën 1 en 2) en op de overeenkomsten met de elektriciteitsproducenten (categorieën 3, 4 en 5). Bij deze overeenkomsten wordt de oorsprong van de elektriciteit bepaald op basis van het gehele productiepark.

De categorie ‘elektriciteit waarvan de oorsprong onbekend is' mag enkel gebruikt worden als deze fractie kleiner is dan 5% of na onze goedkeuring. Voor elektriciteit die verkregen is via invoer of uitwisseling kunnen de geaggregeerde cijfers gebruikt worden of de niet-hernieuwbare residuele mix van België van het voorgaande kalenderjaar (deze cijfers zijn half mei beschikbaar).

Jaarlijkse quotumverplichting groene stroom en WKK

Bewijsplicht levering groene stroom en WKK-stroom