Waarom doen we dit?

Waarom hervormen we de distributienettarieven voor gezinnen en kmo’s?

Door de evolutie naar een koolstofarme samenleving verwachten we de komende jaren een verdere toename van lokale productie van zonne- en windenergie. Ook de omschakeling naar meer energie-efficiënte technologieën voor ons vervoer (elektrische wagens) en voor onze verwarming (warmtepompen) zal een feit worden. Hierdoor zullen de distributienetten meer en anders gebruikt worden én blootgesteld worden aan grotere, gelijktijdige piekbelastingen.

In deze sterk veranderende context nemen wij beslissingen die gericht zijn op de toekomst en die het algemeen belang dienen. We doen wat noodzakelijk is om een duurzaam en betaalbaar energiesysteem op lange termijn te garanderen. We begrijpen dat sommige maatregelen in eerste instantie niet voor iedereen gunstig zijn. Toch zijn deze noodzakelijk zodat iedereen er in de toekomst beter van wordt.

Als we geen maatregelen nemen, kunnen als gevolg hiervan belangrijke nieuwe netinvesteringen nodig zijn. Hierdoor zouden de distributienettarieven in de toekomst heel wat duurder kunnen worden. Dat willen we voorkomen.

Door een deel van de distributienettarieven vanaf 2022 aan te rekenen via een capaciteitstarief willen we gezinnen en kmo’s er bewust van maken dat hoge pieken in het verbruik extra kosten voor het net met zich kunnen meebrengen. Ook willen we gezinnen en kmo's, en dan vooral diegene die elektrische installaties gebruiken met een relatief hoog vermogen zoals een warmtepomp of een laadpunt voor een elektrisch voertuig, stimuleren om hun verbruik meer te spreiden en zo hun pieken af te vlakken. Zo willen we gezinnen met een elektrische wagen aanmoedigen om hun batterij niet zo snel als mogelijk aan vol vermogen op te laden – tenzij ze zonnepanelen hebben en de zon schijnt – maar het laden met netstroom meer te spreiden. Dit wordt belangrijk om de elektriciteitsfactuur in de toekomst betaalbaar te houden.

Bij de aanrekening van het capaciteitstarief houden we er ook rekening mee dat Fluvius bij de aanleg van het bestaande distributienet voor elke netgebruiker een bepaalde netcapaciteit heeft voorzien en dus een bepaalde kost heeft gemaakt, onafhankelijk van het feit of deze netgebruiker hier vandaag al dan niet gebruik van maakt. De kosten gerelateerd aan deze historische netinvesteringen maken vandaag een belangrijk deel uit van het luik netkosten in de distributienettarieven. We vinden het belangrijk dat élk gezin en élke kmo hierin een minimale bijdrage levert.

Waarom doen we dit nu al?

Op dit moment zijn de distributienetten in Vlaanderen vrij ruim gedimensioneerd en stellen zich nog geen grote problemen. Over een aantal jaren verwachten we wél belangrijke bijkomende netinvesteringen, als we nu geen maatregelen nemen.

Fluvius heeft ons vorig jaar een ruwe inschatting bezorgd van die mogelijke extra benodigde investeringen ten gevolge van de energietransitie tot 2030. Afhankelijk van de veronderstellingen die werden gemaakt over het aandeel thuisladen versus publiek laden van elektrische wagens, leverden deze simulaties een kostenplaatje op van bijna 800 miljoen euro tot meer dan 1.150 miljoen euro. Na 2030 worden nog veel grotere netinvesteringen verwacht, als we niets doen.

Met het oog op de energietransitie en de verwachte benodigde investeringen op langere termijn bij ongewijzigd gedrag van de netgebruikers, vinden we het belangrijk om het capaciteitstarief al in 2022 te voeren en niet te wachten tot bv. de uitrol van de digitale meter is voltooid.  Het creëren van capaciteitsbewustzijn en het zorgen voor gedragsveranderingen vraagt de nodige tijd. Denken we maar aan de huidige gewoonte om de wasmachine en droogkast ’s avonds aan te zetten, bij de overgang van dag- naar nachttarief. Gezinnen en kmo’s moeten eerst vertrouwd raken met het begrip maandpiek en inzicht krijgen in wat helpt om deze piek te beperken.

Is Vlaanderen de enige plek waar men een capaciteitstarief invoert?

In het licht van de energietransitie en de mogelijke impact hiervan op de netkosten overwegen meer en meer landen de invoering van een capaciteitstarief of een verhoging van het capaciteitsaandeel in de distributienettarieven. 

In sommige landen zijn er vandaag al grotendeels capaciteitsgebaseerde nettarieven, bijvoorbeeld in Nederland, Spanje en Italië.


Waarom beslist de VREG hierover en niet de Vlaamse regering?

Wij zijn als regulator exclusief bevoegd om rond distributienettarieven een bepaald beleid te voeren. Dit vloeit onder meer voort uit de Europese Elektriciteitsrichtlijn. De overheid mag niet raken aan reguleringsbeslissingen zoals “het vaststellen of goedkeuren, volgens transparante criteria, van transmissie- of distributienettarieven of de berekeningsmethodes hiervoor”. Dat houdt onder meer in dat de politiek ons geen welbepaalde manier van toewijzing van kosten kan opleggen voor de berekening van de distributienettarieven.