Klopt het dat berekeningen van de VREG aantonen dat 60% van de prosumenten met een digitale meter minder zal betalen in het nieuwe systeem zonder terugdraaiende teller?

Uit eerdere analyses op basis van de simulaties die werden uitgevoerd met onze simulator digitale meter, konden we afleiden dat ongeveer 60% van de prosumenten met een digitale meter minder zal betalen bij aanrekening van de distributienettarieven op basis van werkelijke afname in plaats van met het prosumententariefAfhankelijk van hun percentage  zelfverbruik  (de mate waarin ze de elektriciteit die ze zelf produceren onmiddellijk verbruikendoen prosumenten een voor- of nadeel.  


Deze analyses gingen énkel over de component nettarieven van uw elektriciteitsfactuur. Door de beslissing van het Grondwettelijk Hof verdwijnt ook de toepassing van de virtueel terugdraaiende teller voor de andere factuurcomponenten (energiekost, kWh-gebaseerde heffingen en btw). Voor deze componenten zal u méér betalen dan voordien het geval was. Hoeveel hangt af van uw percentage zelfverbruik: hoe vaker u verbruikt op het moment dat u produceert, hoe lager de meerkost.  Daartegenover staat wel dat u een vergoeding kan ontvangen voor de elektriciteit die u op het net zet. Deze terugleververgoeding dekt enkel de energiekost en is lager dan wat u betaalt per afgenomen kWh.   

 

In de V-test® geven we een overzicht van alle afname- en terugleveringscontracten die momenteel worden aangeboden. 


Noot: in 2022 voert de VREG een wijziging door in de aanrekening van de component distributienettarieven. Een deel van de kosten in de distributienettarieven zal bij gezinnen en kleine bedrijven vanaf dan worden aangerekend door middel van een capaciteitstarief. De simulator digitale meter hield hier nog geen rekening mee. Daarom werd de simulator einde 2020 offline gehaald. Over het capaciteitstarief gaan we in de loop van 2021 nog uitgebreid informeren.