Tariefmethodologie 2021-2024

De tariefmethodologie geeft een antwoord op de vraag: hoe worden de netbeheerders vergoed voor hun diensten en aangezet tot efficiënte bedrijfsvoering? 

De recentste versie van de tariefmethodologie vindt u hier.

Wijziging Tariefmethodologie 2021-2024 (8 oktober 2021)

Na twee openbare raadplegingen beslisten we op 8 oktober over een wijziging van de tariefmethodologie. Daarmee leggen we de distributienettarieven voor elektriciteit en aardgas tot en met 2024 vast. Een overzicht van de wijzigingen:

Wijzigingen aan de distributienettarieven voor elektriciteit voor eigenaars van zonnepanelen met terugdraaiende teller:

  • U neemt een overschot mee bij de plaatsing van een digitale meter .
    Sommige eigenaars van zonnepanelen bouwen in de zonnige maanden van het jaar op hun terugdraaiende teller een negatief energiesaldo op. Dat komt door de elektriciteit die zij op het distributienet zetten. Krijgen zij een digitale meter? Dan verliezen ze het overschot niet. Ontvangen ze een afrekeningsfactuur na plaatsing van de digitale meter? Dan wordt het overschot in mindering gebracht. Dat gebeurt maar één keer. Is het overschot groter dan de afname gemeten door de digitale meter? Dan verliezen die eigenaars van zonnepanelen het overblijvende deel. Daarmee brachten we de tariefmethodologie in overeenstemming met art. 3.1.52 §1 van het Energiebesluit.
     
  • De aanrekening van het prosumententarief houdt rekening met de maandelijkse zonneschijnduur.
    Elke eigenaar van zonnepanelen met een terugdraaiende teller betaalt het prosumententarief. Het is een vergoeding die u betaalt voor uw niet gemeten afname van het distributienet. Vanaf 1 juli 2022 verandert de manier waarop dat prosumententarief wordt aangerekend per maand. Het prosumententarief wordt dan over het jaar verdeeld volgens het normaal aantal uren zonneschijn per maand. Het zal weinig verschil maken voor de nettarieven die u jaarlijks betaalt. En heeft dus weinig impact op uw jaarafrekening. Ontvangt u een afrekening over een korte meetperiode in de herfst- en wintermaanden? Dan wordt het aangerekende prosumententarief op de tussentijdse afrekening lager dan vandaag.

Andere wijzigingen: 

  • Wegvallen kosten exploitatie openbare verlichting:
    Vanaf 1 januari 2022 houden we in de inkomsten van de elektriciteitsdistributienetbeheerders geen rekening meer met de kosten voor de uitbating van openbare verlichting. De openbaredienstverplichting voor uitbating van openbare verlichting aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders valt op dat moment namelijk weg. Gezinnen en bedrijven zullen daardoor minder nettarieven betalen.
     
  •  Andere behandeling kosten openbaredienstverplichting minimale voorziening aardgas:
    De aardgasdistributienetbeheerders hebben een aantal openbaredienstverplichtingen . Zo moeten ze de OCMW’s helpen die gezinnen in energiearmoede een minimale levering van aardgas bieden. We behandelen die kosten voortaan als ‘exogeen’. De netbeheerders kunnen daarvoor sinds kort steun van het Vlaams Gewest ontvangen. Dat betekent dat de aardgasdistributienettarieven kunnen verlagen wanneer die steun van het Vlaams Gewest komt.
     
  • We houden in de tariefmethodologie rekening met het feit dat ook de afboeking van herwaarderingsmeerwaarden bij de verkoop van activa door de distributienetbeheerder, voor hem fiscaal niet-aftrekbaar zijn.


Beslissing BESL-2021-97
Rapporten RAPP-2021-16 en RAPP-2021-17
 

Wijziging Tariefmethodologie 2021-2024 (25 juni 2021)

Wij hebben op 25 juni beslist over een wijziging van de tariefmethodologie waarmee we de distributienettarieven voor de jaren 2021-2024 vastleggen.

We stellen de ingangsdatum van de nieuwe tariefstructuur voor de distributienettarieven elektriciteit met zes maanden uit. Dit betekent dat het capaciteitstarief niet op 1 januari 2022, maar op 1 juli 2022 wordt ingevoerd.

We geven financiële stimulansen aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders:

  • een  bonus van maximaal 0,5 miljoen euro voor hun aandeel in de creatie van meer draagvlak voor de digitale meter en de invoering van het capaciteitstarief, met het oog op de energietransitie , enerzijds;
  • een malus bij een eventuele vertraging in de implementatie van de nieuwe tariefstructuur in de markt t.o.v. 1 juli 2022 van maximaal 1 miljoen euro per maand vertraging anderzijds.

We hebben deze beslissing genomen na een openbare raadpleging die liep van 18 maart tot 2 mei.

Beslissing (BESL-2021-33) 

Wijziging Tariefmethodologie 2021-2024 (5 februari 2021)

Op 14 januari vernietigde het Grondwettelijk Hof via arrest 5/2021 artikel 4.1.30/1 van het Energiedecreet. Wij hebben beslist dat de tariefmethodologie voor de reguleringsperiode 2021-2024 overeenkomstig het arrest moet aangepast worden.  

Volgens het artikel 4.1.30/1 hadden prosumenten met een productie-installatie gekeurd vóór einde 2020 gedurende 15 jaar recht op de toepassing van de (virtueel) terugdraaiende teller bij de aanrekening van de nettarieven, ook na de plaatsing van een digitale meter. Het distributienettarief wordt in dat geval aangerekend op basis van de  gecompenseerde afname  van het net (dit is de werkelijk afgenomen elektriciteit in de voorbije periode min de op het net geïnjecteerde elektriciteit) in combinatie met het prosumententarief. Omdat een digitale meter de energiestromen van afname en injectie afzonderlijk meet en registreert, is een aanrekening op basis van de werkelijke afname echter ook mogelijk. In de tariefmethodologie 2021-2024 hielden we rekening met de verschillende tariefstructuren voor prosumenten. We stellen vast dat het Grondwettelijk Hof niet akkoord ging met het compensatiemechanisme bij digitale meters zoals het artikel van het Energiedecreet dat had ingevoerd. Prosumenten met een digitale meter moeten met andere woorden getarifeerd worden op basis van hun volledige afname van het distributienet, waarbij het aanvullend prosumententarief vervalt. Alleen prosumenten waarvan de aansluiting is uitgerust met een klassieke, analoge meter met terugdraaiende Ferrarisschijf behoren dan nog tot de klantengroep ‘prosumenten met terugdraaiende teller’. 

Overeenkomstig het arrest van het Grondwettelijk Hof zal deze wijziging van de tariefmethodologie pas in werking treden op de dag van de publicatie van het arrest in het Belgisch Staatsblad.  

BESL-2021-07
Tariefmethodologie (gewijzigd)
Bijlage 7B: Tariefvoorstel periodieke distributienettarieven 2022-2024

Wijziging tariefmethodologie 2021-2024 (11 december 2020)

We hebben op 11 december 2020 de tariefmethodologie voor de reguleringsperiode 2021-2024 aangepast (BESL-2020-86).

In de tariefmethodologie wordt voor het exclusief nachtverbruik een korting gegeven op de tariefcomponent openbaredienstverplichtingen. We beslisten om de geleidelijke vermindering van deze korting met stopzetting na 2024, aan te passen. Aan het nieuwe, tragere tempo zal de korting verdwijnen vanaf 2028.

Soms moet een aardgasdistributienetbeheerder voor aansluitingen op het lagedruk aardgasnet een netuitbreiding of -versterking uitvoeren, met aanleg van een nieuwe leiding in de straat. De regelgeving schrijft voor dat hij een gedeelte van de kosten voor de aanleg van de leiding op zich neemt op voorwaarde dat deze later voldoende nieuwe tarifaire inkomsten zal opleveren. Fluvius heeft namens de distributienetbeheerders nieuwe rendabiliteitsberekeningen uitgevoerd. Het blijkt dat de tussenkomst niet meer kan verantwoord worden voor huishoudelijke aansluitingen. Voor niet-huishoudelijke aansluitingen wordt de korting voor de klant beperkt tot 19 meter van de gasleiding. We beslisten om deze nieuwe waarden op te nemen in de tariefmethodologie voor de volgende vier jaar.

Na een voorafgaand overleg met de distributienetbeheerders en een openbare raadpleging (CONS-2020-04) pasten we op 11 december 2020 de methodologie aan waarmee we de distributienettarieven voor de periode 2021-2024 vaststellen (BESL-2020-86).

Tijdens de openbare raadpleging ontvingen we 8 zienswijzen van belanghebbenden. Onze evaluatie van de zienswijzen is opgenomen in een consultatieverslag (RAPP-2020-22).

Proces-Verbaal overleg met distributienetbeheerders 23 september 2020 
RAPP-2020-22
BESL-2020-86
Tariefmethodologie (gewijzigd onderdeel) 

Beslissing over de tariefmethodologie 2021-2024 inclusief nieuwe tariefstructuur elektriciteit vanaf 2022

We startten op 4 mei een consultatie over de tariefmethodologie 2021-2024. De huidige tariefmethodologie loopt af eind 2020.

Een onderdeel van de tariefmethodologie is de tariefstructuur. De tariefstructuur bepaalt op welke manier het door ons vastgelegde toegelaten inkomen van de distributienetbeheerder wordt aangerekend aan de verschillende netgebruikers.  Met het oog op de energietransitie willen we de tariefstructuur aanpassen zodat die correcter de financiële impact van het gedrag van de klant op het netbeheer weerspiegelt en ook zorgt voor een betere verdeling van de netkosten over de verschillende netgebruikers. De voorgestelde tariefstructuur in deze consultatie kwam tot stand rekening houdende met de reacties op de eerdere publieke raadplegingen hierover in 2019, meer bepaald CONS-2019-01 m.b.t. de toekomstige tariefstructuur voor grote bedrijven en CONS-2019-02 m.b.t. de toekomstige tariefstructuur voor gezinnen en kleine bedrijven, en op basis van verder onderzoek. Samen met de start van deze consultatie publiceren we ook de verslagen van de in 2019 gevoerde consultaties: RAPP-2020-06 en RAPP-2020-07.

We lichtten de inhoud van de consultatie toe aan onze belanghebbenden op 4 mei, Presentatie in PDF en Filmpje webinar met toelichting.

De consultatie liep tot en met 18 juni 2020. Meer informatie: CONS-2020-03

We ontvingen heel veel reacties op deze consultatie. We verwerkten deze in een consultatieverslag, RAPP-2020-17

Op 13 augustus beslisten wij definitief over de tariefmethodologie 2021-2024, BESL-2020-31