Veelgestelde vragen over toekomst nettarieven gezinnen en kmo

Ik heb een digitale meter. Hoe kan ik inzicht krijgen in mijn capaciteitsgebruik?

Op dit moment kan u op de display van de  digitale meter  enkel het ogenblikkelijk vermogen aflezen. Voor aanrekening van het capaciteitstarief wordt gekeken naar het gemiddelde vermogen op kwartierbasis (ofwel ‘kwartiervermogen’). Meer specifiek vormt het hoogste kwartiervermogen dat u in een maand gebruikt (ofwel ‘maandpiek’) – en dit voor de voorbije 12 maanden – de basis voor de berekening van uw ‘gemiddelde maandpiek (kW)’. De maandpiek wordt nu al bepaald door de digitale meter, maar is nog niet beschikbaar op de display. Het is de bedoeling dat dit wél zo zal zijn tegen 2022.  Fluvius  kan deze mogelijkheid op afstand toevoegen.

Op basis van de gegevens beschikbaar op de gebruikerspoort (P1) van de digitale meter kan nu al het kwartiervermogen berekend worden. Sommige toepassingen voor de P1-poort bieden dit mogelijk al aan. Deze kwartiervermogens geven u een gedetailleerd beeld van uw capaciteitsgebruik en maken het mogelijk af te leiden welke van uw toestellen samen veel verbruiken en/of een hoge piek veroorzaken.

Vanaf het moment van invoering van het capaciteitstarief is het ook de bedoeling dat u maandelijks informatie zal ontvangen over uw voorbije maandpiek(en) via uw energieleverancier. Ook door het energieportaal van Fluvius te raadplegen zal u meer inzicht kunnen krijgen in uw capaciteitsgebruik.

Ik heb begin 2022 nog een klassieke meter. Wat verandert er door deze hervorming voor mij?

In tegenstelling tot de  digitale meter , registreert de klassieke meter énkel uw afname (kWh) en geen pieken (kW). We kunnen bij gezinnen en kmo’s met een klassieke meter dus geen capaciteitstarief aanrekenen op basis van de ‘gemiddelde maandpiek’, zoals dat bij netgebruikers met een digitale meter zal gebeuren.

Wél zullen ook netgebruikers met een klassieke meter een minimale jaarlijkse bijdrage betalen in de netkosten . Deze bijdrage wordt aangerekend via een vast bedrag. Dit bedrag stemt qua hoogte overeen met de minimale bijdrage die bij gezinnen en kmo’s met een digitale meter vervat zit in het capaciteitstarief.

Alle overige distributiekosten zullen op basis van uw afgenomen kWh aangerekend blijven worden.

De afschaffing van het dag-/nachttarief vanaf 2022 en de geleidelijke afbouw van de huidige, voordelige tarifering van het exclusief nachtverbruik over een periode van 4 jaar (2021 t/m 2024) geldt zowel voor netgebruikers met een digitale als een klassieke meter.

Op dit moment betalen lokale producenten met een installatie ≤ 10 kW geen injectietarief. Zal dit veranderen?

Vandaag betalen enkel lokale producenten met een installatie > 10 kW een injectietarief. In tegenstelling tot prosumenten, kunnen zij hun injectie verkopen aan een energieleverancier.

Door de komst van de  digitale meter , die de afgenomen en geïnjecteerde kWh apart registreert, zullen ook prosumenten vanaf 2021 de mogelijkheid hebben om hun injectie te vermarkten. Hun situatie verschilt op dit vlak daardoor niet langer van lokale producenten met een grotere installatie. In het licht daarvan voorzien we ook de invoering van een injectietarief bij lokale producenten met een installatie ≤ 10 kW.

De inwerkingtreding van dit injectietarief voor prosumenten hebben we evenwel voor onbepaalde tijd uitgesteld. (Minstens) tot het arrest van het Grondwettelijk Hof m.b.t. het vernietigingsberoep dat wij indienden tegen art. 31 van het decreet digitale meters, vallen prosumenten met een productie-installatie die minder dan 15 jaar geleden én ten laatste einde 2020 in dienst werd genomen namelijk onder de specifieke regeling van het Energiedecreet en kan aan hen geen injectietarief worden aangerekend. Daarom zou het injectietarief (minstens) tot dan enkel aan een bepaalde categorie van prosumenten aangerekend kunnen worden.

We zullen hierover op een later tijdstip opnieuw een beslissing nemen, rekening houdend met de uitkomst van het arrest van het Grondwettelijk Hof, maar ook met de resultaten van verder onderzoek naar de gepaste hoogte van het injectietarief voor prosumenten én de omzetting van nieuwe Europese regelgeving.

Wat zal de impact zijn van deze hervorming op gezinnen mét zonnepanelen?

We kunnen op dit moment nog niet precies berekenen hoeveel distributienettarieven u in 2022 zal betalen.

Mogelijk zal de impact van de hervorming ook afhangen van het moment waarop u uw PV-panelen in dienst heeft genomen:

  • Prosumenten waarvan de installatie minder dan 15 jaar geleden en vóór begin 2021 in dienst werd genomen, hebben volgens de geldende wetgeving recht op het principe van de terugdraaiende teller en behoud van de huidige wijze van aanrekening van de distributienettarieven. Conform deze regeling betalen zij in 2022 geen capaciteitstarief maar blijven getarifeerd worden aan de hand van het prosumententarief en een tarief toegepast op hun eventuele netto-afname. Prosumenten met een digitale meter kunnen ook kiezen voor een tarief op basis van hun werkelijke afname; zij betalen dan geen prosumententarief. Opgelet! Deze specifieke regeling wordt aangevochten en is daarom onder voorbehoud van een arrest van het Grondwettelijk Hof. We verwachten dit in de loop van 2021. Pas op dat moment zal er zekerheid zijn over de toekomstige tarifaire behandeling van 'bestaande’ prosumenten. We zullen hier dan zeker over informeren.
  • Prosumenten waarvan de installatie in dienst wordt genomen vanaf begin 2021, betalen in 2022 wél het capaciteitstarief en een tarief toegepast op hun werkelijke afname. In 2021, wanneer het capaciteitstarief nog niet in voege is, worden hun distributienettarieven volledig aangerekend op basis van de werkelijke afname.
  • Ook prosumenten waarvan de installatie in dienst werd genomen méér dan 15 jaar geleden, betalen in 2022 het capaciteitstarief en een tarief toegepast op hun werkelijke afname. In 2021, wanneer het capaciteitstarief nog niet in voege is, worden hun distributienettarieven volledig aangerekend op basis van de werkelijke afname. Hebben zij in 2021 en/of 2022 nog geen digitale meter, dan betalen zij nog tijdelijk het prosumententarief en een tarief toegepast op hun eventuele netto-afname. Het is voorzien dat tegen eind 2022 alle prosumenten een digitale meter hebben.

In ieder geval zal u nooit zowel het prosumententarief als het capaciteitstarief betalen.

Het capaciteitstarief is een afnametarief. Voor de aanrekening wordt énkel naar uw maandelijkse afnamepiek gekeken, niet naar uw injectiepiek. Er wordt voorlopig geen injectietarief aangerekend aan prosumenten; bij lokale producenten met een productie-installatie > 10 kW is dat wél het geval.

Ook onder de hervormde tariefstructuur vanaf 2022 zal een verhoogde zelfconsumptie lonen voor de prosument :

  • Een deel van de distributienettarieven, in hoofdzaak de kosten voor  openbaredienstverplichtingen , blijft aangerekend worden op basis van de werkelijke afname. Door hun zelfconsumptie te verhogen besparen prosumenten op dit deel van hun netfactuur, net als op het overige gedeelte (energiekost en heffingen) van hun elektriciteitsfactuur.
  • In sommige gevallen beïnvloeden prosumenten zo ook hun piekvermogen en dus het te betalen capaciteitstarief in positieve zin. Door het verschuiven van hun verbruik naar momenten van productie worden mogelijk hun hoogste afnamepieken in bepaalde maanden afgevlakt, met een lagere ‘gemiddelde maandpiek’ tot gevolg.

Een prosument met een elektrische wagen bijvoorbeeld krijgt door het capaciteitstarief een stimulans om de batterij van zijn wagen zo gespreid mogelijk op te laden met netstroom. Door het tarief toegepast op zijn werkelijke afname krijgt hij hier bovenop een stimulans om, voor zover mogelijk, op te laden op een moment waarop zijn zonnepanelen produceren.

Zowel hun zelfconsumptie als de mate waarin hiermee hun afnamepieken worden afgevlakt kunnen prosumenten positief beïnvloeden door hun gedrag aan te passen en, als zij daarvoor kiezen, maximaal optimaliseren door te investeren in automatische vraagsturing en/of een thuisbatterij.  

Voorbeeld: een gemiddeld gezin met een jaarlijkse verbruik van 3.500 kWh en PV-panelen met een omvormervermogen van 3,2 kW neemt jaarlijks 2.284 kWh af van het distributienet, uitgaande van een zelfverbruik van 36%. Met gebruik van de gangbare huishoudelijke toestellen bedraagt het maandelijks piekvermogen 3,15 kW.  Met een enkelvoudige meter betaalt dit gezin vandaag € 248 aan distributienettarieven. Onder de nieuwe tariefstructuur zal dit gezin met een digitale meter én ongewijzigd gedrag volgens onze huidige inschattingen € 10 meer betalen dan vandaag. Door zijn zelfconsumptie te verhogen, kan dit gezin zijn netfactuur positief beïnvloeden.

In de komende periode gaan wij onze berekeningen verder verfijnen en u meer informatie geven over de impact van het capaciteitstarief op uw portemonnee. Naar aanloop van de invoering van het capaciteitstarief op 1 januari 2022 zullen wij, samen met de netbeheerders en energieleveranciers, de nodige informatiecampagnes doen om u wegwijs te maken in deze nieuwe situatie.

Wat zal de impact zijn op de elektriciteitsfactuur van een gezin zonder zonnepanelen?

We kunnen op dit moment nog niet precies berekenen hoeveel distributienettarieven u in 2022 zal betalen.

Voor de meeste gezinnen zal de invoering van het capaciteitstarief geen drastische impact hebben op hun elektriciteitsfactuur. Volgens onze voorlopige simulaties zal ruim 60% van de gezinnen zijn distributienettarieven in 2022 zien dalen of met maximaal 10% zien toenemen ten opzichte van vandaag.

Voorbeeld: een gemiddeld gezin met een jaarlijkse afname van 3.500 kWh betaalt vandaag € 381 aan distributienettarieven. Met gebruik van de gangbare huishoudelijke toestellen bedraagt het maandelijks piekvermogen 3,15 kW. Met een digitale meter zal dit gezin in 2022 volgens onze huidige inschattingen ongeveer € 50 euro minder betalen.

De impact op de elektriciteitsfactuur hangt af van de verhouding tussen de jaarlijkse afname (kWh) en het piekvermogen (kW). Een gezin met een groot, continu verbruik zonder uitzonderlijke pieken zal zijn distributienettarieven typisch zien dalen. Een gezin met een laag verbruik én hoge pieken zal na de invoering van het capaciteitstarief zijn distributienettarieven eerder zien toenemen.

Voorbeeld: een gezin met een jaarlijkse afname van 1.200 kWh en een maandelijks piekvermogen van 3,15 kW betaalt vandaag € 154 aan distributienettarieven. Met een digitale meter zal dit gezin in 2022 volgens onze huidige inschattingen ongeveer € 40 meer betalen.

Vooral netgebruikers met een heel beperkt of occasioneel verbruik zullen vanaf 2022 hun netfactuur zien stijgen. Dit komt omdat élke netgebruiker vanaf 2022 een minimale bijdrage moet betalen in de netkosten . Zelfs als het piekvermogen in bepaalde maanden lager ligt dan 2,5 kW, wordt het bedrag aangerekend dat overeenkomt met deze ondergrens. Vaak betalen deze netgebruikers vandaag echter relatief weinig. Een procentuele sterke toename van hun distributienettarieven betekent daarom meestal geen enorm bedrag in euro’s.

Voorbeeld: een gezin met een tweede verblijf aan zee, met een jaarlijkse afname van 350 kWh, betaalt vandaag € 48 aan distributienettarieven. Ook al wordt het tweede verblijf maar enkele keren bezocht en ligt het maandelijks piekvermogen meestal lager dan 2,5 kW, wordt dit gezin in 2022 een minimale bijdrage in de netkosten aangerekend. Met een digitale meter zullen zij in 2022 volgens onze huidige inschattingen ongeveer € 50 meer betalen.

Om te vermijden dat gezinnen voor verrassingen komen te staan, voorzien we een maximumplafond.

In de komende periode gaan wij onze berekeningen verder verfijnen en u meer informatie geven over de impact van het capaciteitstarief op uw portemonnee. Naar aanloop van de invoering van het capaciteitstarief op 1 januari 2022 zullen wij, samen met de netbeheerders en energieleveranciers, de nodige informatiecampagnes doen om u wegwijs te maken in deze nieuwe situatie.

Waarom hervormen we de distributienettarieven voor gezinnen en kmo’s?

We doen dit met het oog op het veranderende energielandschap ( energietransitie ). Door meer lokale hernieuwbare energie, meer elektrische voertuigen en meer warmtepompen zullen de distributienetten in de toekomst meer en anders gebruikt worden én blootgesteld worden aan grotere (gelijktijdige) piekbelastingen. Als we geen maatregelen nemen, kunnen als gevolg hiervan belangrijke nieuwe netinvesteringen nodig zijn. Hierdoor zouden de distributienettarieven in de toekomst heel wat duurder kunnen worden. Dat willen we voorkomen. 

Door een deel van de distributienettarieven vanaf 2022 aan te rekenen via een capaciteitstarief willen we gezinnen en kmo’s er bewust van maken dat hoge pieken in het verbruik extra kosten voor het net met zich kunnen meebrengen. Ook willen we gezinnen en kmo’s, en dan vooral diegene die elektrische installaties gebruiken met een relatief hoog vermogen zoals een  warmtepomp  of een laadpunt voor een elektrisch voertuig, stimuleren om hun verbruik meer te spreiden en zo hun pieken af te vlakken. Zo willen we gezinnen met een elektrische wagen aanmoedigen om hun batterij niet zo snel als mogelijk aan vol vermogen op te laden – tenzij ze zonnepanelen hebben en de zon schijnt – maar het laden met netstroom meer te spreiden. Dit wordt belangrijk om de elektriciteitsfactuur in de toekomst betaalbaar te houden.

Bij de aanrekening van het capaciteitstarief houden we er ook rekening mee dat  Fluvius  bij de aanleg van het bestaande distributienet voor elke netgebruiker een bepaalde netcapaciteit heeft voorzien en dus een bepaalde kost heeft gemaakt, onafhankelijk van het feit of deze netgebruiker hier vandaag al dan niet gebruik van maakt. De kosten gerelateerd aan deze historische netinvesteringen maken vandaag een belangrijk deel uit van het luik netkosten in de distributienettarieven. We vinden het belangrijk dat élk gezin en élke kmo hierin een minimale bijdrage levert.

Hoe worden de distributienettarieven voor elektriciteit op dit moment aangerekend voor een gezin en kmo?

De distributienettarieven voor gezinnen en kmo’s zijn vandaag kWh-gebaseerd. Ze worden aangerekend op basis van de hoeveelheid elektriciteit (kWh) die u van het net afneemt.

Hoe meer elektriciteit u van het net afneemt, hoe hoger het deel distributienettarieven op uw elektriciteitsfactuur.

Wat zijn distributienettarieven? Over welk deel van de elektriciteitsfactuur gaat de hervorming?

De elektriciteitsfactuur bestaat uit verschillende onderdelen. De distributienettarieven zijn de tarieven die u betaalt om energie tot bij u thuis of tot bij uw onderneming of organisatie te krijgen.
Iedereen die aangesloten is op het distributienet voor elektriciteit betaalt distributienettarieven aan  Fluvius . Die distributienettarieven dekken de kosten voor: 

Ook rekent Fluvius via de distributienettarieven de transmissiekosten door aan zijn netgebruikers. Dit zijn de kosten die door de transmissienetbeheerder  Elia  aan Fluvius worden aangerekend.

De netkosten worden voor gezinnen en kleine bedrijven vanaf 2022 grotendeels op basis van capaciteit aangerekend. Dit is ook het geval voor een deel van de transmissiekosten. 

De andere kosten opgenomen in de distributienettarieven, met name de kosten voor  openbaredienstverplichtingen , de toeslagen en de overige transmissiekosten, blijft Fluvius aanrekenen zoals vandaag, op basis van de afgenomen kWh.

Voor een gemiddeld gezin maken de distributienettarieven vandaag ongeveer 45% uit van de totale elektriciteitsfactuur; voor een kmo aangesloten op laagspanning is dat ongeveer 57%. De netkosten en het deel transmissiekosten die vanaf 2022 grotendeels via een capaciteitstarief worden aangerekend omvatten voor een gemiddeld gezin ongeveer 21% van de huidige elektriciteitsfactuur; voor een kmo aangesloten op laagspanning is dat 28%.