Veelgestelde vragen over prosumententarief

Waarom wordt het prosumententarief berekend volgens het AC-vermogen van de omvormer(s) van mijn productie-installatie, en niet volgens het aantal (geproduceerde) kW?

Omdat het aantal kW van een zonnepanelen- of een andere productie-installatie zeer moeilijk te bepalen valt. Dat hangt immers af van verschillende factoren:

  • het soort installatie: fabrikant en type
  • de grootte van de installatie
  • de ouderdom van de installatie, sinds productie en sinds installatie: bij oudere installaties kan rendementsverlies optreden
  • bepaalde lokale eigenschappen van de installatie (oriëntatie en hellingsgraad van zonnepanelen, rendementsverlies door constructie of bijvoorbeeld invloed van schaduw bij zonnepanelen, frequentie van onderhoud, defecten,...)

Omdat zoveel lokale parameters meespelen, die grondig kunnen verschillen en ook vaak onzeker zijn, is het heel mogelijk om het vermogen van een installatie te bepalen. Het vermogen van de omvormer is een eerlijker en transparantier alternatief als tariefdrager.

80% van de PV-installaties ≤ 10 kW in Vlaanderen heeft bovendien een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) dat kleiner is dan het piekvermogen van de installatie. Het is dus voor 80% van de zonnepaneleneigenaars gunstiger dat het vermogen van de omvormer(s) gebruikt wordt in plaats van het vermogen van de panelen zelf.

Voor meer technische vragen kan u terecht bij uw netbeheerder.

Wanneer verandert het prosumententarief?

Het prosumententarief is een nettarief. Net zoals de andere nettarieven moeten de netbeheerders elk jaar een voorstel doen voor het prosumententarief. Dat zal onder andere afhangen van de kosten die ze moeten maken, bijvoorbeeld voor het leggen en onderhouden van leidingen, maar ook voor het opkopen van certificaten voor groene stroom en WKK en het uitbetalen van premies, allen vertaald in een door de VREG toegelaten inkomen. De VREG moet die nettarieven dan – na grondig onderzoek – goedkeuren. Het prosumententarief wijzigt dus elk jaar.

Prosumententarief 2019

De digitale meter verandert het één en ander voor zonnepaneleneigenaars. Als bij u een digitale meter geplaatst wordt, heeft u voor de nettarieven de keuze.

  • De digitale meter werkt als een terugdraaiende teller en u betaalt prosumententarief.
  • U wordt voor uw nettarieven afgerekend op basis van wat u werkelijk afneemt. De overstap wordt pas gemaakt op het ogenblik van de eerstvolgende eindafrekening.

Met onze beslissing tot wijziging van de tariefmethodologie 2017-2020 conformeren we ons met het decreet. Alleen zal de teller dus niet meer ‘technisch’ maar ‘virtueel’ terugdraaien. Omdat de Tariefmethodologie slechts loopt over de periode 2017-2020 kunnen wij ons ook enkel over die periode uitspreken. De nieuwe Tariefmethodologie die in werking zal treden vanaf 1 januari 2021 moet nog vastgelegd worden. Om tot deze nieuwe tariefmethodologie vanaf 2021 te komen, zullen we een uitgebreide wettelijk verplichte procedure moeten volgen. Zo overleggen we voorafgaandelijk met de distributienetbeheerders én organiseren we een publieke consultatie bij alle belanghebbenden. Deze laatste verwachten we in de eerste helft van 2020 te kunnen publiceren. Wij kunnen ons dus nog niet formeel uitspreken over de nieuwe reguleringsperiode die zal starten op 1 januari 2021. Bovendien zal er een procedure bij het Grondwettelijk Hof tegen artikel 31 van het decreet opgestart worden. Artikel 31 bepaalt dat zonnepaneleneigenaars tot 15 jaar na indienstneming van hun zonnepanelen ook voor hun nettarieven nog op basis van hun teruggedraaide afname kunnen aangerekend worden. Eens de procedure zal opgestart worden, zullen we het arrest van het Hof uiteraard afwachten, waarna we ernaar zullen handelen.

Betalen alle zonnepaneleneigenaars het prosumententarief? Betalen bedrijven ook het prosumententarief?

Als het maximaal AC-vermogen van de omvormer van uw zonnepaneleninstallatie ≤10 kVA en u heeft een terugdraaiende teller, moet u het prosumententarief betalen. De meeste installaties bij gezinnen vallen onder die grens, en betalen dus het prosumententarief, naast de tarieven op basis van hun gecompenseerde afname.

Let op, de digitale meter verandert het één en ander voor zonnepaneleneigenaars. Als bij u een digitale meter geplaatst wordt, zal u voor uw nettarieven de keuze hebben. De standaard (indien er geen keuze gemaakt wordt) is dat de digitale meter zal werken als een ‘virtueel’ terugdraaiende teller. U zal ook het prosumententarief blijven betalen. Let wel, indien u dat expliciet wenst, zal u voor uw nettarieven afgerekend worden op basis van wat u werkelijk afneemt (bruto-afname). De overstap wordt dan wel pas gemaakt op het ogenblik van de eerstvolgende eindafrekening.

Ook bedrijven met een decentrale productie-installatie betalen distributienettarieven. Bedrijven met een installatie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer van ≤10 kVA en een terugdraaiende teller, betalen ook prosumententarief, net zoals de meeste gezinnen.

Bedrijven met een grotere installatie > 10 kVa hebben een bidirectionele meter en betalen zowel een tarief voor injectie (stroom op het net zetten) als een tarief voor afname (stroom van het net halen). Zij betalen de periodieke distributienettarieven voor afname en injectie naargelang de klantengroep en het aansluitingstype waartoe ze behoren.

Hoeveel bedraagt het prosumententarief?

Het tarief verschilt van netbeheerder tot netbeheerder. Afhankelijk van waar u woont, uw netgebied, zal u iets minder of iets meer betalen. Het prosumententarief wordt berekend op basis van het maximale AC-vermogen van de omvormer(s) van uw zonnepaneleninstallatie. Hoe groter dat vermogen, hoe meer u betaalt voor het gebruik van het distributienet. Het maximale AC-vermogen van de omvormer is de beste indicator, omdat die de maximale impact van uw installatie op het distributienet weergeeft.

Om te weten hoeveel prosumententarief u betaalt, moet u het maximale AC-vermogen van uw omvormer(s) vermenigvuldigen met het bedrag van uw netgebied.

Kijk eerst na wie uw netbeheerder is.

Prosumententarief 2019

Waarom moet ik als zonnepaneleneigenaar het prosumententarief betalen?

Vóór 1 juli 2015 droegen de prosumenten met een terugdraaiende teller niét of onvoldoende bij aan het gebruik van het elektriciteitsdistributienet terwijl ze het net weldegelijk  gebruiken (in twee richtingen): ze nemen stroom af van het net en ze injecteren stroom op het net. Daardoor waren het vooral de netgebruikers zonder decentrale productie-installatie (overwegend zonnepanelen) die de netkosten moesten dragen.

Om die ongelijkheid weg te werken, betalen eigenaars van zonnepanelen met een terugdraaiende teller het prosumententarief. Zo zijn de netkosten beter verdeeld over iedereen die gebruik maakt van het elektriciteitsdistributienet.

Let op, de digitale meter verandert het één en ander voor zonnepaneleneigenaars. Als bij u een digitale meter geplaatst wordt, zal de digitale meter werken als een ‘virtueel’ terugdraaiende teller en u zal ook het prosumententarief blijven betalen. Indien u dat wenst (keuzemogelijkheid) zal u voor uw nettarieven afgerekend worden op basis van wat u werkelijk afneemt (bruto-afname) en dit vanaf uw eerstvolgende eindafrekening.

Met onze beslissing tot wijziging van de tariefmethodologie 2017-2020 conformeerden we ons met de decretale regeling in het Energiedecreet, die in de feiten neerkomt op de verderzetting van de huidige situatie. Alleen zal de teller dus niet meer ‘technisch’ maar ‘virtueel’ terugdraaien. Echter, omdat de Tariefmethodologie slechts loopt over de periode 2017-2020 kunnen wij ons ook enkel over die periode uitspreken. De nieuwe Tariefmethodologie die in werking zal treden vanaf 1 januari  2021 moet nog vastgelegd worden. Om tot deze nieuwe tariefmethodologie vanaf 2021 te komen, zullen we een uitgebreide wettelijk verplichte procedure moeten volgen, zoals voorgeschreven door het Energiedecreet. Zo moeten we voorafgaandelijk overleg plegen met de distributienetbeheerders én organiseren we één of meer publieke consultatie(s) bij alle belanghebbenden. Deze raadpleging verwachten we in de eerste helft van 2020 te kunnen opstarten. Wij kunnen ons nog niet formeel uitspreken over de nieuwe reguleringsperiode, die zal starten op 1 januari 2021. Bovendien zal er een procedure bij het ,Grondwettelijk Hof tegen artikel 31 van het decreet opgestart worden. Artikel 31 bepaalt dat zonnepaneleneigenaars tot 15 jaar na indienstneming van hun zonnepanelen ook voor hun nettarieven nog op basis van hun teruggedraaide afname kunnen aangerekend worden. Eens de procedure zal opgestart worden, zullen we van het Hof hierover uiteraard afwachten waarna we ernaar zullen handelen.

Hoe wordt het prosumententarief berekend?

Het prosumententarief is afhankelijk van het maximale AC-vermogen van de omvormer(s) van uw zonnepanelen. Hoe groter dat vermogen, hoe meer u betaalt voor het gebruik van het distributienet. Het maximale AC-vermogen van de omvormer is de beste indicator om de maximale impact van uw installatie op de werking van het net aan af te meten. Het prosumententarief zal, net als dat het geval is voor energieverbruikers zonder zonnepanelen, verschillen van netbeheerder tot netbeheerder.

Ik huur een woning met zonnepanelen op het dak. Betaal ik dan prosumententarief als huurder, of betaalt de verhuurder?

Diegene die de elektriciteit verbruikt, moet het prosumenten betalen. De verbruiker heeft immers ook het voordeel van de teller die terugdraait door de opgewekte elektriciteit. Het is dus niet noodzakelijk de eigenaar van de installatie die het prosumententarief betaalt.

Betalen alleen zonnepaneleneigenaars het prosumententarief?

Nee, iedereen met een decentrale productie-installatie met een vermogen van minder dan of gelijk aan 10kW én een terugdraaiende teller betaalt het prosumententarief . Die installaties kunnen ook (kleine) windmolens of warmtekrachtkoppelingsinstallaties (wkk-installaties) zijn. Maar die zijn slechts beperkt aanwezig. De overgrote meerderheid van de prosumenten zijn zonnepaneleneigenaars.