Veelgestelde vragen over digitale meter en zonnepaneleneigenaars

Waarom staat de VREG niet achter het compensatieprincipe bij prosumenten met een digitale meter?

Compensatie heeft negatieve effecten voor het rationeel energie- en netgebruik en de marktwerking

Het behoud van het compensatieprincipe leidt ertoe dat de negatieve gevolgen die op het ogenblik al gelden voor het beheer van de distributienetten en het beheer van de energieportfolio’s van de energieleverancier nog gedurende lange tijd blijven bestaan.

Daarnaast heeft dit mogelijk ook een negatieve impact op de ontwikkeling van nieuwe diensten en technologieën en impliceert het bovendien dat verschillende baten verbonden aan de digitale meters tijdelijk niet gerealiseerd kunnen worden.

De compensatieregeling stimuleert prosumenten niet om te reageren op marktprikkels en om zelfconsumptie (gelijktijdigheid van productie en verbruik) na te streven of te verhogen en hiertoe eventueel gebruik te maken van nieuwe diensten en technologieën (e.g. opslag- of energiebeheerssystemen). Hierdoor houdt het de prosument tegen om een actieve rol op te nemen in de energiemarkt en belemmert het bijgevolg de activering van de vraagzijde. De regeling vertrekt vanuit de veronderstelling dat de opslagcapaciteit van het elektriciteitssysteem onbeperkt en gratis beschikbaar is, wat niet het geval is. De compensatieregeling zorgt voor grootschalige gelijktijdige injectie door decentrale productie op het distributienet en reikt geen oplossingen aan om ongewenste, dure capaciteitsuitbreidingen van het net te vermijden.

Ook voor de elektriciteitsleveranciers is het compensatieprincipe allerminst een neutrale operatie. Door de compensatie ‘kopen’ zij tijdens de zomer stroom van de prosumenten die bij hen klant zijn en ‘verkopen’ die opnieuw aan hen tijdens de winter. Beide natuurlijk aan dezelfde prijs per kWh. De realiteit is echter dat zij zelf tijdens de zomer stroom moeten (ver)kopen op de groothandelsmarkt aan een gemiddelde prijs (cijfers 2017) van ongeveer 35 euro per MWh, terwijl ze de stroom die in de winter aan gemiddeld 55 euro per MWh betaalden. De compensatie zorgt dus voor een zeer aanzienlijke financiële last voor de elektriciteitsleveranciers waar de prosumenten zich meestal niet van bewust zijn. Als het compensatieprincipe verlaten wordt, zal de prosument op termijn innovatievere energiecontracten kunnen sluiten met zijn elektriciteitsleverancier en een actievere rol in de energiemarkt spelen. Hij krijgt daarnaast prikkels om zijn zelfconsumptie te verhogen en zal bijgevolg meer geneigd zijn om gebruik te maken van nieuwe technologieën en diensten. De voordelen van deze actieve participatie zullen op termijn waarschijnlijk toenemen wanneer elektrische voertuigen, warmtepompen en andere flexibele toepassingen concurrerender worden.

We zijn dus geen voorstander van het toepassen van het compensatieprincipe voor de aanrekening van de nettarieven omdat het principe van compenseren op zich – ongeacht of het via een terugdraaiende of een digitale meter gebeurt – de prosumenten elke prikkel ontneemt om het distributienet rationeel en efficiënt te gebruiken en om efficiënt om te gaan met zijn elektriciteitsverbruik. De omslag naar de energietransitie gaat niet enkel om de productie van hernieuwbare energie, maar bijvoorbeeld ook over rationeel energiegebruik en rationeel netgebruik.

Een toekomstgerichte energietransitie kan maar slagen als alle consumenten, waaronder de prosumenten, rechtstreeks kunnen deelnemen aan de markt door hun verbruik aan te passen aan marktsignalen, en op een efficiënte en juridisch correcte manier ingeschakeld worden in het energiesysteem. Actieve participatie van alle consumenten is wat we beogen.

We zijn van oordeel dat de prosument via andere kanalen vergoed zou kunnen worden voor het gederfde financieel voordeel van de compensatieregeling verbonden aan de terugdraaiende teller. In ons advies op de conceptnota digitale meters gaven we een aantal mogelijke maatregelen die de Vlaamse regelgever kan overwegen. 

We zijn geen voorstander van het nieuwe artikel 49/1, dat met één van de amendementen aan het ontwerpdecreet wordt toegevoegd. Met dit artikel blijft het terugdraaien van de teller mogelijk voor een periode van 15 jaar. Daarnaast gaat artikel 49/1 in tegen onze onafhankelijkheid en onze exclusieve tariefbevoegdheid. We adviseren dan ook om artikel 49/1 te schrappen. We lichten in een nieuw Advies ons standpunt toe.

Ik overweeg de aankoop van een batterij. Wat kunnen batterijen betekenen in combinatie met mijn zonnepanelen?

Batterijen kunnen ervoor zorgen dat prosumenten hun eigen geproduceerde energie verbruiken op momenten dat er geen productie is. De mogelijkheden om batterijen in te zetten voor andere doeleinden zoals ondersteuning van netbeheer worden nog verder onderzocht en uitgetest.

In de pagina's rond direct verbruik van onze simulator ziet u dat er een impact is van een batterij op uw direct verbruik en op uw elektriciteitsfactuur. 

Batterijen kunnen ervoor zorgen dat de afname van het net afneemt en bij een wijziging van de tariefstructuur naar een meer capaciteitsgericht tarief er ook voor zorgen dat de pieken worden teruggedrongen. Peak shaving noemen we dat. Een accu slaat overdag opgewekte energie op om piekmomenten in het energieverbruik in de ochtend en de avond op te vangen. De duurzame energie blijft zo in de woning, wat het duurzame gedrag van bewoners stimuleert.

Momenteel zijn er geen specifieke technische vereisten, maar dit zal in 2019 veranderen. Er komt dan een nieuwe versie van de C10/11 voorschriften. Deze zullen naast decentrale productie ook batterijsystemen afdekken.

In de eerste plaats is wel het AREI van toepassing (een nieuwe batterij moet elektrisch gekeurd worden) en verder ook het aansluitreglement van de netbeheerder (Artikel 7.5) waar er een meldingsplicht staat voor batterijsystemen vanaf 3kWh sinds 1 januari 2017.

Ik heb recht op sociaal tarief en betaalde geen prosumententarief. Wat als er bij mij een digitale meter wordt geplaatst?

Het sociaal tarief voor elektriciteit en/of aardgas is een gunstiger tarief voor personen of gezinnen die behoren tot bepaalde categorieën. Het sociaal tarief is bij alle energieleveranciers en distributienetbeheerders hetzelfde. De  CREG , de federale energieregulator, legt om de 6 maanden de prijs vast.

Het ontwerpdecreet digitale meters dat nog door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement moet goedgekeurd worden voorziet het volgende:

Zonnepaneleneigenaars hebben de keuze tussen het huidige systeem waarbij er voor hen niks verandert en een nieuwe regeling die uitgewerkt werd door de VREG. Voor klanten met sociaal tarief, die volgens de federale regelgeving geen prosumententarief betalen, is het interessanter om in het huidige systeem te blijven.

Tijdens de zomermaanden produceren mijn zonnepanelen meer dan ik verbruik, tijdens de wintermaanden heb ik een tekort aan opgewekte elektriciteit. Ben ik in de toekomst het overschot van de zomer kwijt als ik een digitale meter heb?

Het ontwerpdecreet digitale meters dat nog door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement moet goedgekeurd worden voorziet het volgende:

Zonnepaneleneigenaars zouden de keuze hebben tussen het huidige systeem (de digitale meter zal ‘virtueel’ terugdraaien) waarbij er voor hen niks verandert ( prosumententarief ) en de regeling die werd uitgewerkt door de VREG. Hierbij worden nettarieven aangerekend op wat mensen effectief van het net afnemen (werkelijke afname). Dit is voordeliger voor prosumenten die overdag meer thuis zijn en hun opgewekte energie dan ook meteen verbruiken. Mensen die kiezen voor het huidige systeem, kunnen trouwens op elk moment overgaan naar de regeling van de VREG en die trouwens ook geldt voor mensen zonder zonnepanelen.

De keuzeregeling zou gelden voor eigenaars van zonnepanelen die voor eind 2020 geplaatst worden en dit tot vijftien jaar lang na de ingebruikname van de installatie. Gedurende die tijd zouden zij in de mogelijkheid zijn om in het oude systeem te blijven. Concreet zouden ze een afrekening krijgen gebaseerd op de combinatie van een virtueel terugdraaiende teller op alles - dus ook op het distributietarief - én het prosumententarief, om de netkosten te financieren.

In een Advies van oktober 2018 en ook op onze website lichten we toe waarom we niet achter het compensatiemechanisme staan, het ‘terugdraaien van de teller’ (het huidige systeem met het prosumententarief). Met het systeem van de terugdraaiende teller worden eigenaars van zonnepanelen onvoldoende aangemoedigd om efficiënt met het net en hun energieverbruik om te gaan. Bovendien blijkt uit resultaten van onze simulator dat ‘efficiënte prosumenten’ juist een voordeel kunnen doen met een digitale meter ‘die niet terugdraait’. Dit is in het algemeen belang, want een efficiënter gebruik van het net leidt tot een lagere factuur voor iedereen.

Daarom zijn we geen voorstander van het voorstel in het ontwerpdecreet dat het terugdraaien van de teller mogelijk maakt voor een periode van 15 jaar na installatie. Daarnaast gaat het voorstel in tegen onze onafhankelijkheid en onze exclusieve tariefbevoegdheid. We adviseren dan ook om dit voorstel te schrappen. We lichten in een nieuw Advies ons standpunt toe.

Komt er een vergoeding voor mijn te veel geproduceerde elektriciteit? Vanaf wanneer komt die er?

De Vlaamse regering is momenteel bezig met het uitwerken van een regeling die het mogelijk moet maken dat de  prosument die op basis van werkelijke afname wordt afgerekend een vergoeding krijgt voor zijn op het net geïnjecteerde elektriciteit.

Op dit ogenblik is nog niets beslist over de specifieke modaliteiten.

Het is logisch dat er ook een vergoeding is voor de elektriciteit die geïnjecteerd wordt in het net.

We zijn ervan overtuigd dat de prosument in de toekomst innovatievere energiecontracten zal kunnen sluiten met zijn elektriciteitsleverancier en een actievere rol in de energiemarkt kan spelen. Als de  prosument kiest voor afrekening op basis van werkelijke afname krijgt hij prikkels om gelijktijdigheid van productie en verbruik te verhogen en zal hij bijgevolg meer geneigd zijn om gebruik te maken van nieuwe technologieën en diensten.

Ik heb zonnepanelen of overweeg de aankoop van zonnepanelen. Ik heb nu een tweevoudig uurtarief en overweeg over te schakelen naar een enkelvoudig tarief. Wacht ik beter op de digitale meter of schakel ik alsnog over op een enkelvoudig tarief?

U wacht beter tot bij u een digitale meter wordt geplaatst. Wij helpen u via een simulator om uw situatie zelf in te schatten: kiest u best een enkelvoudige digitale meter, of een digitale meter met dag- en nachttarief?

Ik ben zonnepaneleneigenaar en ik wil mijn terugdraaiende teller behouden. Kan dat?

Nee, de digitale meter wordt verplicht in Vlaanderen. U kan de plaatsing niet weigeren.

Wat het principe van de ‘terugdraaiende teller’ betreft voorziet het Vlaams Parlement het volgende (onder voorbehoud van goedkeuring hiervan):

Zonnepaneleneigenaars zouden de keuze hebben tussen het huidige systeem (de digitale meter zal ‘virtueel’ terugdraaien) waarbij er voor hen niks verandert ( prosumententarief ) en de regeling die werd uitgewerkt door de VREG. Hierbij worden nettarieven aangerekend op wat mensen effectief van het net afnemen (werkelijke afname). Dit is voordeliger voor prosumenten die overdag meer thuis zijn en hun opgewekte energie dan ook meteen verbruiken. Mensen die kiezen voor het huidige systeem, kunnen trouwens op elk moment overgaan naar de regeling van de VREG en die trouwens ook geldt voor mensen zonder zonnepanelen.

De keuzeregeling zou gelden voor eigenaars van zonnepanelen die voor eind 2020 geplaatst worden en dit tot vijftien jaar lang na de ingebruikname van de installatie. Gedurende die tijd zouden zij in de mogelijkheid zijn om in het oude systeem te blijven. Concreet zouden ze een afrekening krijgen gebaseerd op de combinatie van een virtueel terugdraaiende teller op alles - dus ook op het distributietarief - én het prosumententarief, om de netkosten te financieren.

In een Advies van oktober 2018 en ook op onze website lichten we toe waarom we niet achter het compensatiemechanisme staan, het ‘terugdraaien van de teller’ (het huidige systeem met het prosumententarief). Met het systeem van de terugdraaiende teller worden eigenaars van zonnepanelen onvoldoende aangemoedigd om efficiënt met het net en hun energieverbruik om te gaan. Bovendien blijkt uit resultaten van onze simulator dat ‘efficiënte prosumenten’ juist een voordeel kunnen doen met een digitale meter ‘die niet terugdraait’. Dit is in het algemeen belang, want een efficiënter gebruik van het net leidt tot een lagere factuur voor iedereen.

Daarom zijn we geen voorstander van het voorstel in het ontwerpdecreet dat het terugdraaien van de teller mogelijk maakt voor een periode van 15 jaar na installatie. Daarnaast gaat het voorstel in tegen onze onafhankelijkheid en onze exclusieve tariefbevoegdheid. We adviseren dan ook om dit voorstel te schrappen. We lichten in een nieuw Advies ons standpunt toe.

De digitale meter heeft geen terugdraaiende teller. Ga ik dan als zonnepaneleneigenaar meer betalen voor mijn energie?

Het ontwerpdecreet digitale meters dat nog door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement moet goedgekeurd worden voorziet het volgende:

Zonnepaneleneigenaars zouden de keuze hebben tussen het huidige systeem (de digitale meter zal ‘virtueel’ terugdraaien) waarbij er voor hen niks verandert ( prosumententarief ) en de regeling die werd uitgewerkt door de VREG. Hierbij worden nettarieven aangerekend op wat mensen effectief van het net afnemen (werkelijke afname). Dit is voordeliger voor prosumenten die overdag meer thuis zijn en hun opgewekte energie dan ook meteen verbruiken. Mensen die kiezen voor het huidige systeem, kunnen trouwens op elk moment overgaan naar de regeling van de VREG en die trouwens ook geldt voor mensen zonder zonnepanelen.

De keuzeregeling zou gelden voor eigenaars van zonnepanelen die voor eind 2020 geplaatst worden en dit tot vijftien jaar lang na de ingebruikname van de installatie. Gedurende die tijd zouden zij in de mogelijkheid zijn om in het oude systeem te blijven. Concreet zouden ze een afrekening krijgen gebaseerd op de combinatie van een virtueel terugdraaiende teller op alles - dus ook op het distributietarief - én het prosumententarief, om de netkosten te financieren.

In een Advies van oktober 2018 en ook op onze website lichten we toe waarom we niet achter het compensatiemechanisme staan, het ‘terugdraaien van de teller’ (het huidige systeem met het prosumententarief). Met het systeem van de terugdraaiende teller worden eigenaars van zonnepanelen onvoldoende aangemoedigd om efficiënt met het net en hun energieverbruik om te gaan. Bovendien blijkt uit resultaten van onze simulator dat ‘efficiënte prosumenten’ juist een voordeel kunnen doen met een digitale meter ‘die niet terugdraait’. Dit is in het algemeen belang, want een efficiënter gebruik van het net leidt tot een lagere factuur voor iedereen.

Daarom zijn we geen voorstander van het voorstel in het ontwerpdecreet dat het terugdraaien van de teller mogelijk maakt voor een periode van 15 jaar na installatie. Daarnaast gaat het voorstel in tegen onze onafhankelijkheid en onze exclusieve tariefbevoegdheid. We adviseren dan ook om dit voorstel te schrappen. We lichten in een nieuw Advies ons standpunt toe.

Maakt een digitale meter dynamische energieprijzen mogelijk?

In ons elektriciteitsnetwerk volgt de elektriciteitsproductie op ieder ogenblik nauwkeurig de vraag, dat is het basisprincipe van het netwerk. Maar dit wordt steeds moeilijker vol te houden. De capaciteit van onze klassieke productie daalt: energieproducenten sluiten oudere en onrendabele centrales en we bouwen ook de nucleaire productie geleidelijk aan af. Tegelijkertijd installeren we extra productie, meestal in de vorm van wind- en zonne-energie. Maar die laten zich leiden door het weer, en niet door de vraag naar energie. Daardoor ontstaan soms energieoverschotten en stijgt ook de kans op energietekorten, bijvoorbeeld tijdens koude, grijze en windstille winterdagen, wanneer de vraag groot is. Die veranderingen in het productiemodel kunnen we voor een deel oplossen door de logica om te keren: door in de toekomst het energieverbruik af te stemmen op het aanbod.

Gezinnen aanmoedigen om hun energieverbruik te verschuiven, kan bijvoorbeeld door hen financieel aan te moedigen (tariefsturing), en/of door hun toestellen automatisch te besturen (automatische sturing) en de gezinnen te belonen voor de hoeveelheid flexibiliteit die ze bieden.

In dit verband verwijzen we naar de Linear studie. Een voorwaarde voor dit alles is dat deze gezinnen een digitale meter hebben. Pas als er voldoende digitale meters uitgerold zijn, zal het voor leveranciers interessant worden om contracten met flexibele prijzen aan te bieden. Mogelijk zijn er bij een beperkt aantal digitale meters al opportuniteiten voor early adopters.

 

Zal ik nog mijn groenestroomcertificaten krijgen voor mijn zonnepanelen wanneer ik een digitale meter krijg?

Ja, de invoering van de digitale meter heeft geen enkele impact op het steunmechanisme van de groenestroomcertificaten . U zal de vergoeding per geproduceerde kWh verder ontvangen. Hier verandert niets aan.