De digitale meter bij zonnepaneleneigenaars

De Vlaamse regering besliste om bij alle prosumenten de huidige elektriciteitsmeter vanaf 1 juli 2019 te vervangen door een digitale meter. Deze vervanging loopt tot en met eind 2022. Het decreet digitale meters voorziet voor wie voor eind 2020 zonnepanelen laat plaatsen, dat de meter virtueel blijft terugdraaien en dit gedurende 15 jaar na indienstname (artikel 31).

We zijn geen voorstander van artikel 31 omdat het op verschillende vlakken discriminerend is. Daarnaast gaat dit artikel in tegen onze onafhankelijkheid en onze exclusieve tariefbevoegdheid. We beslisten daarom om een vernietigingsberoep in te dienen bij het Grondwettelijk Hof tegen dit artikel 31. Wij laten het aan de wijsheid van het Hof over om hierover een oordeel te vellen. Onze beslissing gaat enkel over het deel nettarieven, niet over de elektriciteitsprijs en de heffingen. Die worden nog altijd gecompenseerd, ook met een digitale meter (zij het dan wel virtueel). 

In afwachting van een uitkomst van de procedure voor het Grondwettelijk Hof verlengen we de periode waarin de  prosument  met een digitale meter alsnog recht heeft op  het  prosumententarief tot het einde van de huidige reguleringsperiode, eind 2020. 

We pasten daarom onze tariefmethodologie 2017-2020 aan. We kunnen ons nog niet uitspreken over de aanrekening van uw nettarieven vanaf 2021. Voor de tariefmethodologie 2021-20XX moeten we immers een decretaal bepaalde procedure doorlopen met openbare consultaties.

Conform het decreet en de tariefmethodologie heeft een bestaande en nieuwe prosument met een digitale meter tot eind 2020 de keuzemogelijkheid: 

  • Digitale meter werkt als een terugdraaiende meter: aanrekening van de nettarieven op basis van het compensatieprincipe met het prosumententarief; dit is de standaard als u geen keuze maakt. 
  • Digitale meter werkt niet als een terugdraaiende meter en de nettarieven worden afgerekend op basis van werkelijke afname. Als u vooral verbruikt als de zon schijnt, is dit voordeliger. 
  • Aan de energiekost en de heffingen verandert de digitale meter niets. Deze worden in beide systemen gecompenseerd.  

Welk systeem voor u het voordeligst is, berekent u via de simulator digitale meter. We breiden deze uit zodat ook warmtepompeigenaars deze kunnen gebruiken. 

In een Advies van oktober 2018, een Advies van maart 2019 en ook hieronder in de Veelgestelde vragen lichten we ons standpunt toe waarom we niet achter het ‘terugdraaien van de teller’ staan voor wat betreft onze bevoegdheid, nl. de nettarieven. Met dit systeem worden prosumenten onvoldoende aangemoedigd om efficiënt met het net en hun energieverbruik om te gaan. Bovendien blijkt uit resultaten van onze simulator dat ‘efficiënte prosumenten’ juist een voordeel kunnen doen met een digitale meter ‘die niet terugdraait’. Dit is in het algemeen belang, want een efficiënter gebruik van het net leidt tot een lagere factuur voor iedereen.

Veelgestelde vragen over de digitale meter bij zonnepaneleneigenaars

Waarom staat de VREG niet achter het compensatieprincipe bij prosumenten met een digitale meter?

Compensatie heeft negatieve effecten voor het rationeel energie- en netgebruik en de marktwerking

Het behoud van het compensatieprincipe leidt ertoe dat de negatieve gevolgen die op het ogenblik al gelden voor het beheer van de distributienetten en het beheer van de energieportfolio’s van de energieleverancier nog gedurende lange tijd blijven bestaan.

Daarnaast heeft dit mogelijk ook een negatieve impact op de ontwikkeling van nieuwe diensten en technologieën en impliceert het bovendien dat verschillende baten verbonden aan de digitale meters tijdelijk niet gerealiseerd kunnen worden.

De compensatieregeling stimuleert prosumenten niet om te reageren op marktprikkels en om zelfconsumptie (gelijktijdigheid van productie en verbruik) na te streven of te verhogen en hiertoe eventueel gebruik te maken van nieuwe diensten en technologieën (e.g. opslag- of energiebeheerssystemen). Hierdoor houdt het de prosument tegen om een actieve rol op te nemen in de energiemarkt en belemmert het bijgevolg de activering van de vraagzijde. De regeling vertrekt vanuit de veronderstelling dat de opslagcapaciteit van het elektriciteitssysteem onbeperkt en gratis beschikbaar is, wat niet het geval is. De compensatieregeling zorgt voor grootschalige gelijktijdige injectie door decentrale productie op het distributienet en reikt geen oplossingen aan om ongewenste, dure capaciteitsuitbreidingen van het net te vermijden.

Ook voor de elektriciteitsleveranciers is het compensatieprincipe allerminst een neutrale operatie. Door de compensatie ‘kopen’ zij tijdens de zomer stroom van de prosumenten die bij hen klant zijn en ‘verkopen’ die opnieuw aan hen tijdens de winter. Beide natuurlijk aan dezelfde prijs per kWh. De realiteit is echter dat zij zelf tijdens de zomer stroom moeten (ver)kopen op de groothandelsmarkt aan een gemiddelde prijs (cijfers 2017) van ongeveer 35 euro per MWh, terwijl ze de stroom in de winter aan gemiddeld 55 euro per MWh betaalden. De compensatie zorgt dus voor een zeer aanzienlijke financiële last voor de elektriciteitsleveranciers waar de prosumenten zich meestal niet van bewust zijn. Als het compensatieprincipe verlaten wordt, zal de prosument op termijn innovatievere energiecontracten kunnen sluiten met zijn elektriciteitsleverancier en een actievere rol in de energiemarkt spelen. Hij krijgt daarnaast prikkels om zijn zelfconsumptie te verhogen en zal bijgevolg meer geneigd zijn om gebruik te maken van nieuwe technologieën en diensten. De voordelen van deze actieve participatie zullen op termijn waarschijnlijk toenemen wanneer elektrische voertuigen, warmtepompen en andere flexibele toepassingen concurrerender worden.

We zijn dus geen voorstander van het toepassen van het compensatieprincipe voor de aanrekening van de nettarieven omdat het principe van compenseren op zich – ongeacht of het via een terugdraaiende of een digitale meter gebeurt – de prosumenten elke prikkel ontneemt om het distributienet rationeel en efficiënt te gebruiken en om efficiënt om te gaan met zijn elektriciteitsverbruik. De omslag naar de energietransitie gaat niet enkel om de productie van hernieuwbare energie, maar bijvoorbeeld ook over rationeel energiegebruik en rationeel netgebruik.

Een toekomstgerichte energietransitie kan maar slagen als alle consumenten, waaronder de prosumenten, rechtstreeks kunnen deelnemen aan de markt door hun verbruik aan te passen aan marktsignalen, en op een efficiënte en juridisch correcte manier ingeschakeld worden in het energiesysteem. Actieve participatie van alle consumenten is wat we beogen.

We zijn van oordeel dat de prosument via andere kanalen vergoed zou kunnen worden voor het gederfde financieel voordeel van de compensatieregeling verbonden aan de terugdraaiende teller. In ons advies over de conceptnota digitale meters gaven we een aantal mogelijke maatregelen die de Vlaamse regelgever kan overwegen. 

We zijn geen voorstander van artikel 31 van het decreet. Met dit artikel blijft het terugdraaien van de teller mogelijk voor een periode van 15 jaar. Het artikel gaat in tegen onze onafhankelijkheid en onze exclusieve tariefbevoegdheid. De regeling is bovendien discriminerend op verschillende vlakken. We beslisten daarom om een vernietigingsberoep in te dienen bij het Grondwettelijk Hof tegen dit artikel 31. Finaal zal het aan het Grondwettelijk Hof zijn om zich hier over uit te spreken.

We lichtten in een Advies van 25 maart 2019 ons standpunt toe.

Ik overweeg de aankoop van een elektrische boiler of warmtepompboiler. Wat kunnen deze betekenen in combinatie met mijn zonnepanelen?

Als u een elektrische boiler of warmtepompboiler (= energiezuinige variant van een traditionele elektrische boiler) heeft of u plant er één te plaatsen, is het nuttig om rekening te houden met het verschil tussen een traditionele tijdsaansturing en een intelligente sturing (maximale benutting zonne-energie).

In onze simulator kan u zien wat de impact is op uw % zelfconsumptie , zowel van een boiler met traditionele tijdsaansturing als met een intelligente sturing die PV-geoptimaliseerd is.

Wat moet ik doen als ik wil overstappen naar afrekening op basis van werkelijke afname?

Vanaf 1 juli 2019 kunnen prosumenten met een digitale meter  ook zelf kiezen om over te stappen naar het nieuwe nettariefsysteem. Let wel: als u kiest voor het nieuwe systeem, dan kan u nadien niet meer terug naar het prosumententarief . Deze keuze kan u vanaf 1 juli 2019 aan Fluvius laten weten via een webformulier op hun website.

Wat als de 15 jaar voorbij zijn?

Dan krijgt u een digitale elektriciteitsmeter en de garantie dat u tot 1 januari 2021 voor uw volledige elektriciteitsfactuur op dezelfde manier wordt gefactureerd als vandaag het geval is. Tot dan heeft u zowel voor de nettarieven als de overige componenten van de elektriciteitsfactuur uiteraard de mogelijkheid om over te stappen naar het systeem waarbij u op basis van uw werkelijke afname van het elektriciteitsnet wordt gefactureerd. Om de impact van een overstap voor uw nettarieven te bekijken, kan u onze simulator raadplegen.

Vanaf wanneer geldt de periode van 15 jaar?

Conform het decreet kan elke prosument maximaal 15 jaar gebruikmaken van het principe van de ‘terugdraaiende teller’. Die periode loopt vanaf de datum waarop uw installatie in dienst werd genomen (datum op het keuringsattest). Deed u nadien nog een uitbreiding van uw installatie, dan komt die niet in aanmerking.

Zal ik nog kunnen kiezen tussen dag- en nachttarief?

Ja. Er bestaat maar één digitale meter voor elektriciteit, maar u kan kiezen tussen enkelvoudig tarief of dag-/nachttarief. Beide registratiesystemen en tarieven blijven dus gewoon bestaan. De digitale meter maakt het eenvoudiger en goedkoper om van tarief te veranderen. Dat kan eenmalig gratis bij de plaatsing van digitale meters, en kost 8,5 euro exclusief btw nadien. Als Fluvius uw huidige mechanische meter vanaf 1 juli vervangt door een digitale meter blijft het systeem van de terugdraaiende teller automatisch behouden.