Aansluiting met flexibele toegang

Energietransitie noodzaakt onderzoek naar alternatieven voor traditioneel investeringsbeleid

Door de groei van decentrale hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve warmtekrachtinstallaties ( WKK ) aangesloten op het distributienet of het plaatselijk vervoernet neemt het risico toe dat middenspannings-distributienetten en hun verbinding met het Elia -net steeds meer hun congestielimieten bereiken. Dit zal een stijging van de netversterkingen en netinvesteringen veroorzaken, met bijhorende investeringskosten en met langere termijnen om de werken te voltooien. Met een beleid dat de groei van hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve WKK  sterk doorzet tot minstens 2030 zal de (kans op) congestie alleen maar  toenemen. Daarom is er nood aan een beleidskader dat netbeheerders toelaat om nieuwe aansluitingen van producenten van hernieuwbare energiebronnen en van kwalitatieve WKK-producenten te moduleren.

Bij modulatie beperkt de netbeheerder tijdelijk het geproduceerde actief vermogen van de productie-installatie. Hij legt voor een bepaalde periode een bovengrens op (uitgedrukt in % van het geïnstalleerd vermogen tussen 0 en 100), meestal om een operationeel veiligheidsprobleem zoals congestie op te lossen.

Er bestaat al een regelgevend kader dat voorziet in de mogelijkheid tot Aansluiting met Flexibele Toegang (AmFT) bij netversterkingen met een langere doorlooptijd. Maar er is geen vergoeding voor modulatie, wat het moeilijk maakt voor de netbeheerders om modulatie en netinvestering correct tegen elkaar af te wegen. Voor een bredere toepassing is het wenselijk om de risico’s voor netbeheerders en producenten beter te controleren, zodat er een stabiel kader ontstaat met voldoende zekerheden voor de investeerders in hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve WKK.  Het debat rond AmFT gaat breder dan de discussie over een vergoeding voor modulatie: de totale kost van aansluiting, de langetermijnvisie op hernieuwbare energiebronnen en de vraag wat een redelijke investeringskost is, komen evenzeer aan bod.

Simulatiestudie 3E

Het studiebureau 3E voerde in opdracht van de VREG een simulatiestudie uit om na te gaan hoe het kader voor het AmFT-beleid en de parameters ervan de verdere ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve WKK kan beïnvloeden. De studie becijfert de impact van mogelijke beleidsopties, en geeft aan hoe de parameters  onder bepaalde beleidskeuze geoptimaliseerd kunnen worden.

De simulatiestudie geeft zo een totaalbeeld  van de wenselijke implementatie van AmFT in de Vlaamse regelgeving, en van de te hanteren parameters en principes. Ze geeft inzicht in de impact van verschillende parameters, en onderzoekt hoe robuust deze resultaten zijn onder invloed van onbekende variabelen zoals de groei in hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve WKK-installaties, de aanstuurbaarheid van kleine PV-installaties, de business case van de producenten,… Dit rapport vergelijkt drie mogelijke beleidsopties:

  • Beleidsoptie A (“AS IS”) vertegenwoordigt het huidige beleid, waarbij tijdelijke AmFT wordt voorzien in afwachting van de voltooiing van een netversterking door de distributienetbeheerders. De  modulaties worden niet vergoed door de netbeheerders. 
  • Beleidsoptie B (“investeringskader”) is een uitbreiding op optie A, waarbij de modulaties in afwachting van de voltooiing van netinvestering (waarvan de kost redelijk is) worden beperkt in omvang (met de introductie van parameter Xmax, percentage van het totaal jaarlijks aantal vollasturen van de HEB of kwallitatieve WKK installatie, die zonder vergoeding voor de producent of Evenwichtsverantwoordelijk (BRP of Balancing Responsible Party) gemoduleerd mag worden) en in de tijd (met de introductie van parameter Zmax, de maximale duurtijd waarin onvergoede modulatie toegelaten is). Ook zal de netbeheerder, wanneer hij de kosten voor een netinvestering onredelijk acht, de producent de mogelijkheid geven tot aansluiting mits een permanente modulatie. Deze ‘onredelijkheid’ wordt bepaald door de introductie van de referentie-parameter Cmax, uitgedrukt in EUR/ MWh .
  • Beleidsoptie C (“Flexibiliteitskader”) is  een uitbreiding op optie B, maar de netbeheerder is nu niet langer verplicht om zijn net te versterken wanneer de kost van deze netversterking redelijk zou zijn; de netbeheerder kan dus optimaliseren tussen het versterken van zijn net of het blijven vergoeden van producenten/evenwichtsverantwoordelijke voor modulatie.

Concreet werd de impact van verschillende beleidsopties en -parameters bekeken aan de hand van een simulatie van een referentie-middenspanningsnet waarop nieuwe hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve WKK installaties zich wensen aan te sluiten. De netbeheerder zal bepalen wat de kosten zijn voor de aansluiting en voor een eventuele netversterking, en zal conform de beleidsoptie een voorstel doen voor aansluiting of de aansluiting weigeren. De producent zal, in het geval van AmFT, evalueren of zijn project economisch voldoende rendabel blijft. Bij een positieve evaluatie gaat hij akkoord met het voorstel, zal het project gerealiseerd en op het net aangesloten worden, en zal de netbeheerder de nodige kosten maken. In het andere geval wordt de ontwikkeling van het project stopgezet. Deze simulatie wordt vervolgens tienduizenden keren herhaald om de effecten waar te nemen van verschillende beleidsopties, beleidsparameters, types van hogerop gelegen netten (kostenstructuur), sets van aangevraagde projecten, …

Op die manier wordt voor elke combinatie van simulatie- en beleidsparameters de gerealiseerde groei bepaald, zijnde de hoeveelheid opgewekte energie door nieuw aangesloten productie-installaties voor hernieuwbare energie en door kwalitatieve WKK. We veronderstellen hierbij dat de levensduur van de installaties 15 jaar bedraagt. Tegenover deze gerealiseerde groei of productie van hernieuwbare energie en kwalitatieve WKK staat de maatschappelijke kost voor de netintegratie van deze projecten.

De analyse van de resultaten concentreert zich op het zogenaamde pareto-optimum. Dit zijn de resultaten waarvoor de kost om een bepaalde relatieve groei te realiseren minimaal is. De pareto-optima voor Vlaanderen worden voor de verschillende beleidsscenario’s getoond in onderstaande figuur. De verticale as toont de gerealiseerde relatie geproduceerde hernieuwbare energie en kwalitatieve WKK als fractie van de maximaal haalbare, en de horizontale as de absolute maatschappelijke kost. De punten in de getoonde figuur zijn de beleidsparameters waarvoor telkens een bepaalde groei van hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve WKK kan gerealiseerd worden. De curves die de punten verbinden, zijn louter een visualisatiehulp. Men kan er dus niet zomaar vanuit gaan dat zich op deze lijnen nog mogelijke oplossingen zullen bevinden.

Figuur: pareto-optimale oplossing vertrekkende van een verwachte lage en hoge groei aan HEB en kwalitatieve WKK, op basis van de gesimuleerde data voor Vlaanderen

 

De figuur toont dat zowel de alternatieve beleidsopties B als C een goedkopere netintegratie van hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve WKK toelaten dan het huidige beleidskader voor AmFT ( beleidsoptie A). Mits de juiste keuze van beleidsparameters bereikt beleidsoptie C altijd de laagste maatschappelijke kost. Door het correct vergoeden van de producent of evenwichtsverantwoordelijke voor de modulatie door zijn distributienetbeheerder daalt bovendien de kans dat de ontwikkeling van een hernieuwbaar energieproject of WWK-project wordt stopgezet omwille van een AmFT-voorstel.

Op onze website vindt u de volledige studie, met o.a. een overzicht van de assumpties, een beschrijving van de methodologie, een sensitiviteitsanalyse, de resultaten en beleidsaanbevelingen.

Beleidsadvies

We publiceerden een beleidsadvies met aanbevelingen over hoe de resultaten en conclusies van de studie kunnen omgezet worden in de Vlaamse regelgeving. We zullen een aantal van deze aanbevelingen zelf omzetten in de toekomstige herzieningen van de technische reglementen.