Welke bijlagen voegt u toe?
ALTIJD toe te voegen
- AREI-keuringsverslag
- Energiestroomdiagram (elektrisch, brandstof, thermisch)
- Specificaties van de meetapparatuur
- IJkcertificaten of kalibratieattesten van alle meters
- Technische beschrijving van de installatie
- Constructeursfiche
Enkel toe te voegen in bepaalde gevallen
- Groenestroomkeuring
- Berekening van de normale nettojaarproductie
- Berekening van het energieverbruik van de hulpdiensten
- Berekening van het energieverbruik tijdens de voorbehandeling + processchema van de voorbehandeling van de brandstof
- Berekening van de transformatorverliezen
- Overzicht van de aangevraagde of verkregen steun
- Toelichting bij de sub-EAN-codes van de verschillende eenheden
- Beschrijving van de andere productie-installaties op hetzelfde injectiepunt
- Formulier “Beschrijving van de gebruikte afvalstof” (Afvalstoffenformulier)
- Beschrijving van de herkomst van de biomassastromen, met eventuele berekening van de transportenergie
- Milieuvergunning en/of stedenbouwkundige vergunning
- Overzicht relevante bepalingen in de milieuvergunning
- Verhalende beschrijving van de inputstromen
- Overzichtstabel van alle inputstromen
Zelden toe te voegen
- Berekening van de groenfactor
- Berekeningsvoorstel voor het aantal groenestroomcertificaten
- Beschrijving van de eigendomsverdeling van de productie-installatie
- Verklaring van de netbeheerder over vermoeden van niet-injectie
- Toelichting met de verwachte datum van ingebruikname
- Berekening van de primaire energiebesparing bij het gebruik van afvalstoffen
ALTIJD toe te voegen
AREI-keuringsverslag
De AREI-keuring bevestigt dat de installatie veilig is. Ze is verplicht voor iedere elektrische installatie, ook als de installatie fysisch niet aangesloten op het openbaar elektriciteitsnet (eilandbedrijf). Voor installaties die jaarlijks minder dan 100.000 kWh elektriciteit opwekken uit een hernieuwbare energiebron worden de groenestroomcertificaten toegekend vanaf de datum van het AREI-keuringsverslag, op voorwaarde dat de VREG de aanvraag tot toekenning van groenestroomcertificaten binnen het jaar ontvangt. Zo niet worden de groenestroomcertificaten toegekend vanaf de datum van de aanvraag.
Het AREI-keuringsverslag is verplicht voor alle installaties, ongeacht de jaarlijkse elektriciteitsproductie.
De VREG aanvaard enkel keuringsverslagen die opgesteld zijn door een erkende keurder, zoals bepaald in artikel 275 van het AREI . De lijst met erkende keurders vindt u op de website van de Federale Overheidsdienst Economie.
Energiestroomdiagram (elektrisch, brandstof, thermisch)
Voeg bij dit formulier een vereenvoudigd energiestroomdiagram van de productie-installatie, waarin de opstelling van alle meetapparatuur is aangegeven, die wordt gebruikt om het aantal toe te kennen groenestroomcertificaten te bepalen. Het energiestroomdiagram moet alle brandstofstromen, elektrische of mechanische energiestromen en relevante warmtestromen bevatten. In uitzonderlijke gevallen kunnen aparte energiestroomdiagrammen worden gebruikt voor de verschillende energiestromen afzonderlijk. Meer informatie daarover vindt u op: www.vreg.be/berekeningen-schema-s-en-voorbeelden.
De voorstelling van het brandstofcircuit in het energiestroomdiagram moet ten minste de volgende elementen bevatten:
-
aanvoer van brandstof (vanaf de aansluiting op het aardgasdistributie- of -transmissienet, of vanaf de ontvangst van andere brandstoffen in opslagtanks);
-
voorbehandeling van brandstof, met aanduiding van de eventueel daarvoor aangevoerde energiestromen (warmte, compressors …);
-
aftakkingen naar eventuele andere brandstofverbruikers;
-
voeding naar de productie-installatie;
-
plaats van de brandstofmetingen, met vermelding van het serienummer van de meettoestellen;
-
duidelijke weergave van de verschillende stappen in het vergistingsproces.
De voorstelling van het elektrische circuit in het energiestroomdiagram moet ten minste de volgende elementen bevatten:
-
de elektriciteitsgeneratoren die bij de productie-installatie horen;
-
eventuele transformatoren tussen de productie-installatie en het toegangspunt tot het distributie- of transmissienet;
-
aftakkingen voor de voeding van de elektrische hulpdiensten van de productie-installatie;
-
aftakkingen voor de voorbehandeling van de brandstof;
-
aftakking voor de levering van elektrische energie aan verbruikers ter plaatse;
-
toegangspunt tot het distributie- of transmissienet. Ook als de productie-installatie netto geen elektriciteit in het distributie- of transmissienet injecteert, moet het elektrisch eendraadschema reiken tot aan het toegangspunt tot dat net;
-
eventuele andere elektriciteitsproductie-eenheden die op hetzelfde toegangspunt als de productie-installatie zijn aangesloten op het distributie- of transmissienet;
-
plaats van de metingen, telkens met vermelding van het serienummer en, als dat beschikbaar is, de EAN-code van die toestellen, voor:
-
elektriciteitsproductie door de productie-installatie;
-
eventueel verbruik van hulpdiensten en brandstofvoorbehandeling;
-
eventuele elektriciteitsinjectie in het transmissie- of distributienet.
De voorstelling van het warmtecircuit in het energiestroomdiagram, als dat aanwezig is, moet ten minste de volgende elementen bevatten:
- eventuele aftakkingen van de warmtestromen voor de voeding van hulpdiensten van de productie-installatie of voor voorbehandeling van de brandstof;plaats van de warmtemetingen, met vermelding van het serienummer van de meettoestellen.
Alle meetpunten die in de energiestroomdiagrammen worden opgenomen, moeten erin worden geïdentificeerd door het serienummer van het meettoestel.
Specificaties van de meetapparatuur
Geef een overzicht van alle noodzakelijke metingen om de groenestroomcertificaten te berekenen. Dit overzicht moet minstens volgende gegevens bevatten:
- merk
- type
- serienummer
- eenheid
- meetbereik
- nauwkeurigheid/ klasse
- wie staat in voor het uitlezen van de meters en het rapporteren van de meetgegevens? (netbeheerder, producent of certificaatgerechtigde)
De technische fiches en handleiding van de meters moet u niet toevoegen.
IJkcertificaten of kalibratieattesten van alle meters
Van elke meting die nodig is voor het berekenen van de groenestroomcertificaten voegt u een ijkcertificaat of een kalibratieattest toe, opgesteld door een geaccrediteerde keuringsinstantie. Dit is ook vereist voor de meters van de netbeheerder.
Deze certificaten moeten:
- minder dan 5 jaar oud zijn
- gedateerd zijn
- ondertekend zijn
- het serienummer van de meter vermelden
Voor temperatuursensoren aanvaardt de VREG ook een MID type approval certificate in plaats van een ijkcertificaat. Dit certificaat is geldig voor een bepaald type toestel, en is te verkrijgen bij de fabrikant van het meettoestel.
Technische beschrijving van de installatie
De technische beschrijving van de productie-installatie omvat een korte opsomming van de belangrijkste processtappen en technische componenten zoals motor, generator en transformator, oven, boiler, vergistingstank (met verwerkingscapaciteit). Dit kan verduidelijkt worden door een schema. Het heeft geen zin de technische fiches van al deze componenten of handleidingen toe te voegen.
Voor veel voorkomende installatietypes, zoals een palmoliemotor of een mestvergister, volstaat een beknopte procesbeschrijving. Voor minder voorkomende installatietypes mag de beschrijving uitgebreider, maar ook hier moet u geen technische fiches toevoegen.
Geef voor een biogas- of biomassa-installatie ook aan welke technologie wordt gebruikt, zoals interne verbrandingsmotor, tegendrukstoomturbine, condensatiestoomturbine of stoomketel. Vermeldt tevens het vermogen van de installatie.
Constructeursfiche
In deze bijlage voegt u de constructeurgegevens van de belangrijkste elementen productie-installatie toe, zoals de motor, generator en transformator. Dit is de basis voor het vastleggen van het elektrisch vermogen en elektrisch nettorendement van de installatie.
Enkel toe te voegen in bepaalde gevallen
Groenestroomkeuring
Een groenestroomkeuring gaat na of de groenestroomproductie correct wordt gemeten en of de beschrijving van de installatie in het aanvraagdossier overeenkomt met de werkelijkheid. Deze keuring kan pas gebeuren als alle meters in werking zijn en nadat de installatie op het net is aangesloten. De inhoud van de groenestroomkeuring vindt u in MEDE‑2004‑3 .
Het groenestroomkeuringsverslag is enkel verplicht voor installaties die per jaar meer dan 100.000 kWh elektriciteit opwekken uit een hernieuwbare energiebron. De groenestroomcertificaten worden toegekend vanaf de datum van het volledige groenestroomkeuringsverslag.
Een groenestroomkeuringsverslag mag niet verward worden met een AREI-keuringsverslag.
| AREI-keuring | Groenestroomkeuring | |
| Verplichte bijlage | Alle installaties | Als de jaarlijkse productie meer dan 100.000 kWh bedraagt |
| Doel | Controleert of installatie veilig is | Controleert of de groenestroomproductie correct gemeten wordt |
| Timing | Vooraleer de productie-installatie in werking/in dienst is | Als alle meetapparatuur in werking is, meestal nadat de installatie aangesloten werd |
De VREG aanvaard enkel keuringsverslagen die opgesteld zijn door een erkende keurder, zoals bepaald in artikel 275 van het AREI . De lijst met erkende keurders vindt u op de website van de Federale Overheidsdienst Economie.
Opmerkingen van de keurder leiden tot een vraag om bijkomende inlichtingen van de VREG. Bespreek mogelijke opmerkingen met de keurder. Blijven er toch opmerkingen of bent u niet akkoord met de keurder, neem dan contact op met de VREG.
Berekening van de normale nettojaarproductie
Bij uw aanvraagformulier voegt u een korte berekening van de normale nettojaarproductie en het hernieuwbare aandeel ervan. Dit is exclusief het verbruik van de hulpdiensten van de installatie.
Voor een nieuwe installatie verwijst u naar de technische gegevens om een gefundeerde schatting van de jaarproductie te verkrijgen. Voor een bestaande installatie staaft u de jaarproductie aan de hand van productiecijfers van voorgaande jaren en afrekeningen van terugleveringen aan het net.
Nettojaarproductie < 10.000 kWh
Installaties die minder dan 10.000 kWh groene stroom per jaar produceren zijn niet verplicht een productieteller van de netbeheerder te installeren, maar mogen gebruik maken van een eigen productieteller. Deze teller moet evenwel beschikken over een geldig ijkcertificaat.
Nettojaarproductie > 100.000 kWh
Installaties die meer dan 100.000 kWh groene stroom per jaar produceren moeten een groenestroomkeuring laten uitvoeren bij de indienstname van de installatie, zoals beschreven in artikel 6.1.4 van het Energiebesluit .
Berekening van het energieverbruik van de hulpdiensten
U krijgt geen groenestroomcertificaten het energieverbruik van de voorzieningen die nodig zijn voor de goede werking van de installatie en die er niet zouden zijn als de productie-installatie er zelf niet zou zijn.
Voorbeelden zijn: smering, koeling, ventilatie, verlichting, …
Deze berekening van het energieverbruik van de hulpdiensten moet toegevoegd worden indien:
- de hulpdiensten na de meting van de elektriciteitsproductie worden afgetakt
- én het werkelijk verbruik niet gemeten wordt.
De berekening van het energieverbruik van de hulpdiensten is overbodig indien:
- de hulpdiensten vóór de meting van de elektriciteitsproductie afgetakt (ideale opstelling).
- of het verbruik van de hulpdiensten wordt gemeten.
Voeg als bijlage van uw aanvraag een tabel toe voor alle hulpdiensten met hun nominaal vermogen en het aantal werkingsuren. Laat deze tabel nakijken en afstempelen door de keurder.
Opgelet: aangezien het werkingsregime onmogelijk gecontroleerd kan worden, worden deellasten niet in rekening genomen. Er wordt altijd gerekend met het volledige nominale vermogen.
Met de informatie die u in deze bijlage verstrekt, gaat de VREG een benaderende berekening maken. Deze benaderende berekening is conservatief. Dat wil zeggen dat elke onzekerheid of onnauwkeurigheid in uw nadeel werkt.
Meer informatie over het energieverbruik van de hulpdiensten vindt u in MEDE-2007-1.
Berekening van het energieverbruik tijdens de voorbehandeling + processchema van de voorbehandeling van de brandstof
U krijgt geen groenestroomcertificaten de voorbehandelingsenergie. Dit is de energie die nodig is om biomassa of biogas te produceren en geschikt te maken voor de opwekking van elektriciteit in uw installatie. Meer informatie over het energieverbruik van de voorbehandeling vindt u in MEDE-2007-1.
Typische voorbehandelingsstappen zijn:
- transporteren (laden/lossen, pompen, opvoeren…);
- zuiveren (zeven, sorteren, fractioneren, ontwateren, ontzwavelen…);
- verkleinen (malen, versnipperen, breken, snijden…);
- roeren of mengen;
- verwarmen, vergassen en op druk brengen.
De voorbehandelingsenergie voor de noodzakelijke behandeling van mest, afval of afvalwater wordt niet in mindering gebracht als u de best beschikbare technieken toepast. Zie artikel 6.1.13, §2 van het Energiebesluit.
De vraag rond de voorbehandelingsstappen bevat 3 onderdelen:
- overzicht van de stappen in de voorbehandeling
- overzicht van het energieverbruik
- berekening van het energieverbruik van de voorbehandeling
1. Overzicht van de stappen in de voorbehandeling
Geef een opsomming van alle stappen in de voorbehandeling van de hernieuwbare energiebron zoals productie, raffinage, ontzwaveling, voorverwarming en compressie. Voor elke voorbehandelingstechniek wordt de plaats van de voorbehandeling opgegeven, net als de gebruikte energievorm, en het energieverbruik per eenheid brandstof. Voeg hierbij ook een processchema bij waarop deze stappen duidelijk weergegeven zijn.
2. Overzicht van het energieverbruik
Als hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt als voorbehandelingsenergie, moet het niet-elektrische deel van het energieverbruik niet in mindering worden gebracht van de geproduceerde elektriciteit om het aantal toe te kennen groenestroomcertificaten te bepalen, op voorwaarde dat de hernieuwbaarheid wordt aangetoond zoals uiteengezet in MEDE-2007-1. Dat is bijvoorbeeld zo bij het verwarmen van koolzaad- of palmolie met koelwater van de motor. Geef daarom een overzicht van het energieverbruik bij elke stap van de voorbehandeling.
3. Berekening van het energieverbruik van de voorbehandeling
Om het energieverbruik van de voorbehandeling in rekening te brengen wordt het onderscheid gemaakt tussen het verbruik op de site en buiten de site (bv. bij de producent).
Voorbehandeling buiten de site
De voorbehandeling die niet plaatsvindt op de site van uw productie-installatie (bv. bij de producent) moet u laten certificeren door een onafhankelijke keuringsinstantie in een audit biobrandstoffen. Deze audit legt vast wat het energieverbruik is van de voorbehandeling buiten de site.
Deze bijlage gaat het enkel over de lokale voorbehandeling.
Voorbehandeling op de site
Berekening van het energieverbruik tijdens de voorbehandeling is overbodig indien:
-
- Het energieverbruik van de lokale voorbehandeling wordt vóór de meting van de elektriciteitsproductie afgetakt.
- Het energieverbruik van de lokale voorbehandeling wordt gemeten.
Berekening van het energieverbruik tijdens de voorbehandeling moet u toevoegen indien:
-
- Indien het energieverbruik van de lokale voorbehandeling na de meting van de elektriciteitsproductie wordt afgetakt en er geen meter aanwezig is.
Voeg als bijlage van uw aanvraag een tabel toe de vermelding van het nominaal vermogen en het aantal werkingsuren. Laat deze tabel nakijken en afstempelen door de keurder.
Opgelet: aangezien het werkingsregime onmogelijk gecontroleerd kan worden, worden deellasten niet in rekening genomen. Er wordt altijd gerekend met het volledige nominale vermogen.
Met de informatie die u in deze bijlage verstrekt, gaat de VREG een benaderende berekening maken. Deze benaderende berekening is conservatief. Dat wil zeggen dat elke onzekerheid of onnauwkeurigheid in uw nadeel werkt.
Berekening van de transformatorverliezen
De netto-elektriciteitsproductie wordt in principe gemeten voor de eventuele transformatie naar netspanning. Als de elektriciteitsmeter achter de transformator staat, moeten de transformatorverliezen worden bepaald. Meer informatie daarover vindt u op: www.vreg.be/berekeningen-schema-s-en-voorbeelden .
-
- Voor een installatie kleiner dan 1 MW (1.000 kW) wordt een forfait van 1% kabel- en transformatieverliezen in rekening genomen tenzij de verliezen worden aangetoond.
- Voor een installatie groter dan 1 MW moet u de transformatieverliezen aantonen. Anders worden ze niet in rekening genomen, ook geen forfait.
Overzicht van de aangevraagde of verkregen steun
De brieven of e-mails waarin de steun wordt aangevraagd of toegekend, zoals ecologiepremie, VLIF-steun (Vlaams landbouwinvesteringsfonds) of verhoogde investeringsaftrek. In deze documenten moet duidelijk weergegeven zijn voor welk bedrag er steun aangevraagd is, en of deze steun al dan niet toegekend is.
Toelichting bij de sub-EAN-codes van de verschillende eenheden
Wanneer de productie-installatie bestaat uit verschillende eenheden, met elke een eigen sub-EAN-code voor de registratie van de elektriciteitsproductie- en afname, worden al deze sub-EAN-codes als bijlage bij het aanvraagdossier gevoegd. Hierbij moet duidelijk weergegeven worden aan welke eenheid de verschillende sub-EAN-codes toebehoren.
Indien de productie-installatie gebruik maakt van aardgas, en het aardgasverbruik wordt geregistreerd door verschillende sub-EAN-codes, moet dit toegelicht worden in bijlage.
Beschrijving van de andere productie-installaties op hetzelfde injectiepunt
Als er andere productie-installaties zijn (bijvoorbeeld zonnepanelen, WKK,…), verduidelijkt u dit in een bijlage. Vermeld minstens de technologie, het geïnstalleerd vermogen, de EAN-code van de aansluiting en het serienummer van de elektriciteitsmeting van de productie-installatie. Ook productie-installaties waarvoor u geen recht heeft op groenestroom- of warmtekrachtcertificaten, moet u mee opnemen in deze bijlage. Al deze productie-installaties en meettoestellen moeten daarnaast weergegeven worden op het energiestroomdiagram.
Deze vraag heeft betrekking op het aantal toe te kennen garanties van oorsprong.
Formulier “Beschrijving van de gebruikte afvalstof”(Afvalstoffenformulier)
Als uw productie-installatie elektriciteit opwekt uit afvalstoffen, meldt u dat met het formulier “Beschrijving van de gebruikte afvalstof”, kortweg “afvalstoffenformulier”. Voor iedere afvalstroom vult u het afvalstoffenformulier in. We raden u aan alle afvalstoffen die u zal gebruiken in de toekomst op te nemen in dit aanvraagdossier.
De VREG vraagt aan de hand van dit formulier samen met een kopie van uw aanvraagdossier advies aan de OVAM. De hoeveelheid energie die in aanmerking komt voor de groenestroomcertificaten zal bepaald worden door de OVAM (artikel 6.1.10 van het Energiebesluit).
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Nico Vanaken
Beleidsmedewerker
OVAM
tel.: 015/28.43.27
fax: 015/28.43.08
e-mail: nvanaken@ovam.be
Beschrijving van de herkomst van de biomassastromen, met eventuele berekening van de transportenergie
Dit is enkel van toepassing voor biomassa/biobrandstoffen die uit het buitenland wordt ingevoerd.
Overzicht van de herkomst van alle biomassastromen
Dit overzicht moet ten minste volgende gegevens bevatten:
- Gegevens leverancier (naam, adres, ondernemingsnummer)
- Type biomassa
- Vervoerswijze
Als u biobrandstoffen verbruikt, moet u het energieverbruik van de voorbehandeling die niet plaatsvindt op de site van uw productie-installatie laten certificeren door een onafhankelijke keuringsinstantie in een audit biobrandstoffen. Uw biomassaleverancier neemt die audit op zich.
In uw aanvraagdossier moet u een verklaring op erewoord van uw biobrandstofleverancier toevoegen. In die verklaring wordt verwezen naar de audit. Een voorbeeld van een verklaring op woord van eer vindt u in MEDE-2007-1.
Voorstel berekening van het energieverbruik
De VREG beschikt over een standaard berekeningsmethode voor de berekening van het energieverbruik dat nodig is om de ingevoerde biomassa te transporteren tot aan de grens van het Vlaamse Gewest. Indien gewenst kan u zelf een voorstel toevoegen voor deze berekening.
Van elk afgelegd transporttraject van elke hoeveelheid ingevoerde biomassa moet een bewijs worden bijgehouden. U houdt deze bewijsstukken bij tot vijf jaar na de productie van elektriciteit op basis van de geïmporteerde biomassa. De VREG kan deze bewijsstukken ten allen tijde opvragen.
Milieuvergunning en/of stedenbouwkundige vergunning
De milieuvergunning moet enkel toegevoegd worden indien het biogas dat gebruikt wordt in uw productie-installatie:
- hoofdzakelijk afkomstig is uit agrarische stromen
- afkomstig is uit gft-vergisting met compostering
Deze technologieën kunnen van een hogere minimumsteun genieten dan voor biogas uit vergisting van overige biomassa. Of u in aanmerking komt voor deze minimumsteun komt u te weten in de mededeling: MEDE-2011-3, onder “1.4 Minimumsteun bij agrarische vergisters en GFT-vergisting met compostering”.
milieuvergunning én stedenbouwkundige vergunning:
De milieuvergunning én stedenbouwkundige vergunning zijn enkel toe te voegen indien u de minimumsteun wenst die gold op het moment dat de milieu- en stedenbouwkundige vergunning waren uitgereikt. Dit is enkel mogelijk wanneer de installatie werd in gebruik werd genomen binnen de drie jaar volgend op het verlenen van deze vergunning. Meer informatie hierover vindt u in de mededeling MEDE-2011-3.
Overzicht relevante bepalingen in de milieuvergunning
In deze bijlage bespreekt u kort de voor de vergister relevante bepalingen in de milieuvergunning. Wat mag er vergist worden? Zijn er beperkingen op het gebruik van inputstromen? Wat is de samenstelling en de herkomst van de stromen? Geef hierbij ook de minimaal en maximaal toegelaten hoeveelheid van elke stroom (absolute hoeveelheid en/of percentages).
Verhalende beschrijving van de inputstromen
Dit is enkel van toepassing voor
- biogas uit vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen
- of uit GFT-vergisting met compostering
Deze technologieën kunnen van een hogere minimumsteun genieten dan voor biogas uit vergisting van overige biomassa. Of u in aanmerking komt voor deze minimumsteun komt u te weten in hoofdstuk 1.4 Minimumsteun bij agrarische vergisters en GFT-vergisting met compostering” in de mededeling MEDE-2011-3.
In de verhalende beschrijving van de inputstromen wordt kort besproken van welke stromen (of type stromen) de vergistingsinstallatie gebruik maakt, wie deze stromen levert (groep/sector), zodat het voor de dossierbehandelaar mogelijk is zich een beeld te vormen van de werking van de vergistingsinstallatie.
Overzichtstabel van alle inputstromen
Dit is enkel van toepassing voor
- biogas uit vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen
- of uit GFT-vergisting met compostering
Deze technologieën kunnen van een hogere minimumsteun genieten dan voor biogas uit vergisting van overige biomassa. Of u in aanmerking komt voor deze minimumsteun komt u te weten in hoofdstuk 1.4 Minimumsteun bij agrarische vergisters en GFT-vergisting met compostering” in de mededeling MEDE-2011-3.
Gebruik de sjabloon de overzichtstabel van alle inputstromen. In dit document registreert u alle inputstromen die in de productie-installatie verbruikt worden per leverancier en per type.
Als u voor de eerste keer gebruik maakt van deze Excel is het aangewezen het eerste tabblad “Gebruiksaanwijzing” door te nemen.
Door de tabbladen” Gegevens inputstromen” en “Leveranciersgegevens” eerst in te vullen kan u tijd besparen bij het invullen van het tabblad “Overzichtstabel inputstromen”.
De ingevulde overzichtstabel mailt u als Excel-bestand naar expertisedossiers@vreg.be, met als onderwerp het dossierkenmerk van de VREG met de vermelding “Inputstromen”. Voorbeeld: “BGS-XXXX: Inputstromen”
Bij het indienen van een nieuw aanvraagdossier mailt u deze Excel-file pas naar expertisedossiers@vreg.be wanneer u uw dossierkenmerk van de VREG heeft ontvangen. Dit dossierkenmerk ontvangt u binnen de 2 weken, nadat uw aanvraagdossier bij de VREG is ontvangen, per mail met als onderwerp: “Ontvangstbevestiging”.
Zelden toe te voegen
Berekening van de groenfactor
U heeft de mogelijkheid om bij het aanvraagdossier een voorstel van de manier waarop de groenfactor berekend moet worden toe te voegen. Dit is geheel vrijblijvend. Dit voorstel kan enkel aanvaard worden als het voldoende onderbouwd is.
Berekeningsvoorstel voor het aantal groenestroomcertificaten
U heeft de mogelijkheid om bij het aanvraagdossier een voorstel van de berekening van het maandelijkse aantal toe te kennen groenestroomcertificaten toe te voegen, waarbij de meters die maandelijks zullen worden uitgelezen duidelijk worden vermeld. Dit is geheel vrijblijvend.
Het berekeningsvoorstel kan nuttig zijn voor minder gestandaardiseerde installatietypes zoals productie-installaties die gebruik maken van biogas of biomassa.
Het voorstel moet uitgaan van de volgende basisformule:
Hoe het aantal groenestroomcertificaten berekend wordt en hoe deze formule moet toepassen vindt u op www.vreg.be/berekeningen-schema-s-en-voorbeelden en in mededeling MEDE-2007-1 en MEDE-2006-2 van de VREG, die beschikbaar zijn op www.vreg.be/mededelingen. Het voorstel kan enkel aanvaard worden als het voorstel voldoende onderbouwd is.
Beschrijving van de eigendomsverdeling van de productie-installatie
Als de productie-installatie eigendom is van meerdere eigenaars en de verdeling van de groenestroomcertificaten door de VREG moet gebeuren, voegt u een bewijs van deze eigendomsverdeling toe bij het aanvraagdossier. Hierin moet de eigendomsverdeling van de productie-installatie en verdeelsleutel duidelijk omschreven staan. Eveneens moet dit document door alle eigenaars ondertekend worden voor akkoord.
Verklaring van de netbeheerder over vermoeden van niet-injectie
Wanneer het totaal geïnstalleerd vermogen van installaties die elektriciteit op het net kunnen injecteren op eenzelfde toegangspunt groter is dan 10 kW, is het verplicht deze injectie apart te meten, zoals beschreven in het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit. Het gebruik van een terugdraaiende teller is dan niet toegestaan. Als u echter al uw geproduceerde elektriciteit met zekerheid ter plaatse gaat verbruiken, hebt u de mogelijkheid de investering in de injectieteller te vermijden. In dat geval moet u een ‘Verklaring over een vermoeden van niet-injectie’ aan uw netbeheerder vragen en deze aan de VREG bezorgen. Deze bijlage is dan ook enkel verplicht voor installaties die op het distributienet zijn aangesloten, maar niet wensen te injecteren en waarbij de netbeheerder geen meting van de injectie op het net uitvoert.
Enkel wanneer het totaal geïnstalleerd vermogen van alle productie-installaties op hetzelfde toegangspunt kleiner of gelijk is aan 10 kW, is het toegelaten gebruik te maken van een terugdraaiende teller. Meer informatie over de terugdraaiende teller vindt u in de mededeling MEDE-2007-2. In deze gevallen is een van de netbeheerder over het vermoeden van niet-injectie niet nodig.
Toelichting met de verwachte datum van ingebruikname
Indien de installatie nog niet in gebruik is genomen bij het indienen van het aanvraagdossier, moet u dit verduidelijken. Daarnaast moet de geplande datum van indienstname gemeld worden. Let wel, het dossier rond de toekenning van groenestroomcertificaten aan een productie-installatie kan niet afgerond worden voordat de installatie in gebruik genomen is.
Berekening van de primaire energiebesparing bij het gebruik van afvalstoffen
Installaties die gebruik maken van restafval moeten aantonen dat de omzetting van dit restafval naar elektriciteit een primaire energiebesparing oplevert van minstens 35% van de energie-inhoud van de afvalstoffen die worden verwerkt in de productie-installatie.
