Waarom denken we na over slimme meters?
De energiemarkt is in volle ontwikkeling. De slimme meter (en de technologische ontwikkelingen die hieraan gekoppeld zijn) moet gezien worden als een middel om de zaken efficiënter aan te pakken en om de energieverbruikers toe te laten om op een veilige manier van energieleverancier te veranderen, hun elektriciteits- en aardgasvoorziening te regelen bij verhuis, zelf elektriciteit te gaan produceren, enzovoort. Maar ook om de energieverbruikers sneller en beter te informeren over de evolutie van het verbruik en ze zo te helpen energie te besparen.
Waarom is dit alles van belang? Hieronder wordt het ruimer kader geschetst waarbinnen de slimme meterdiscussie plaatsvindt.
Er zijn ambitieuze doelstellingen die gehaald moeten worden tegen 2020:
- Tegen 2020 moet 20% van de geproduceerde elektriciteit groen zijn. Dit is een engagement waar Vlaanderen zijn steentje wil toe bijdragen.1 In het verleden werd elektriciteit vervoerd vanuit een grote centraal gelegen productie-installatie tot bij de eindafnemer. Denken we bijvoorbeeld aan een kolen- of kerncentrale. Er was enkel sprake van eenrichtingsverkeer op het elektriciteitsnet en wanneer er slechts een beperkt aantal productie-installaties zijn kan men ook eenvoudiger de ‘stroom’ regelen. Productie van elektriciteit op basis van hernieuwbare bronnen zoals zonne-energie en windenergie wordt ‘decentrale productie’ genoemd, omdat de installaties ingepland worden op die plaatsen waar het potentieel het grootst is, maar dit hoeft niet noodzakelijk op een ‘centrale plaats’ te zijn. Denken we maar aan een windmolenpark langs een autosnelweg of in de Noordzee. Deze productie bevindt zich vaak niet in de buurt van de afnemers of van een voldoende aangepast netwerk. De huidige elektriciteitsnetten zijn niet opgebouwd vanuit het concept van decentrale productie. De elektriciteit zou dus een bepaalde weg in het bestaande net kunnen gaan volgen die niet overeenstemt met de manier waarop dit bij de constructie werd bedoeld. Daarbij komt dat de productie van wind en zon niet zo constant is als uit andere energiebronnen. Hierdoor zou de betrouwbaarheid van het net in het gedrang kunnen komen en in het slechtste geval de stroomtoevoer onderbroken kunnen worden. Om er voor te zorgen dat investeringen in het net op een zo efficiënt mogelijke manier gebeuren moeten we kunnen “meten” waar de problemen zich dreigen voor te doen. Naast het meten moeten we ook snel kunnen ingrijpen voordat de problemen zich echt stellen (los van investeringen of in afwachting van investeringen). Het meten en ingrijpen op wat er in het net gebeurt zou je het beheren van een “slim net” kunnen noemen. Om optimaal gebruik te maken van het grote aanbod van groene stroom zal actieve vraagsturing (regelen van de stromen die op verschillende plaatsen en in verschillende grootte ontstaan) nodig zijn. Een slimme meter kan hier een onontbeerlijke rol in spelen.
- Tegen 2020 moet er 20% minder energie verbruikt worden in vergelijking met een bepaald normaal verbruiksniveau. Ook hier kan een slimme meter eventueel een facilitator zijn. Door betere en frequentere informatie kan de verbruiker beter zijn energieverbruik opvolgen en eventueel aanpassen.
- Tegen 2020 moet er een daling zijn van 20% van broeikasgassen: dit is (deels) het gevolg van de twee vorige doelstellingen.
- Ook in de nieuwe Europese energieregels (de derde elektriciteit- en aardgasrichtlijn of ‘3rd package’) is er aandacht voor slimme meters.
1 De Vlaamse Regering heeft zich in het Pact 2020 de volgende doelstelling vooropgesteld: “Het elektriciteitsnet wordt tegen 2020 omgevormd tot een internationaal goed geïnterconnecteerd en slim net waarop decentrale productie-eenheden en nieuwe toepassingen kunnen worden gekoppeld.”
