Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Uw aanvraag is goedgekeurd

Beslissing aanvechten bij de Raad van State
Wie moet wat rapporteren?
Wanneer ontvangt u de eerste warmtekrachtcertificaten?
Wanneer worden de warmtekrachtcertificaten aangemaakt?
Keuring
Keuringsverplichting
De inhoud van het WKK-keuringsverslag
Moet uw installatie tweejaarlijks gekeurd worden?
Melding van een wijziging
Wanneer en hoe moet u een wijziging melden?
Moet u de uitdienstname van uw installatie melden?
Controle door de VREG mogelijk?

 

Beslissing aanvechten bij de Raad van State

Als u niet akkoord gaat met de bepalingen in uw beslissing, neemt u contact op met de VREG. Hoogstwaarschijnlijk gaat het om een misverstand dat gemakkelijk recht te zetten is.

De beslissing van de VREG blijft echter een administratieve rechtshandeling waartegen u een beroep tot nietigverklaring of schorsing kunt instellen bij de Raad van State. Dat moet gebeuren binnen een termijn van 60 dagen, die ingaat op de dag waarop de beslissing aan u werd betekend.

Uw beroep stuurt u aangetekend naar:

Raad van State
Afdeling Bestuursrechtspraak
Wetenschapsstraat 33
1040 Brussel

Wie moet wat rapporteren?

In de beslissing wordt meegedeeld wie instaat voor de rapportering van bepaalde termen in de formule: de netbeheerder of de eigenaar van de installatie (certificaatgerechtigde). Meestal rapporteert uw netbeheerder de productie, injectie en aardgasverbruik en rapporteert u de overige gegevens. Zie artikel 6.2.9, §1 van het Energiebesluit.

Als u moet rapporteren doet u dat aan de hand van een door de VREG opgemaakt rapporteringsmodel. Dit rapporteringsmodel is een Excel-bestand waarin alle metingen en berekeningen uit de beslissing zijn opgenomen. Dit rapporteringsmodel ontvangt u via e-mail en moet u maandelijks versturen naar productiegegevens@vreg.be. Ook als de installatie stilligt of tijdelijk buiten gebruik is.

Wanneer ontvangt u de eerste warmte-krachtcertificaten?

Nadat uw beslissing gemaakt is, duurt het drie maanden vooraleer u de eerste warmte-krachtcertificaten uitgereikt krijgt. Dat komt omdat de netbeheerder uw installatie moet opnemen in de lijst van installaties waarvoor hij aan de VREG rapporteert. Hiervoor hoeft u zelf niets te ondernemen. De VREG geeft de EAN-code van uw installatie door aan uw netbeheerder, die zelf het nodige onderneemt. Meer informatie hierover vindt u bij voorfinanciering.

Wanneer worden de warmte-krachtcertificaten aangemaakt?

De warmte-krachtcertificaten worden voor het einde van de tweede maand na de elektriciteitsproductie aangemaakt. Die tijd is nodig om uw rapportering en die van uw netbeheerder te ontvangen en te verwerken. De aangemaakte warmte-krachtcertificaten van uw installatie vindt u in de certificatendatabank.

Voorbeeld:
Als voor de productie tijdens maand n (bijvoorbeeld januari) gerapporteerd wordt vóór de vijftiende van de maand n+1 (15 februari), dan worden de warmte-krachtcertificaten aangemaakt voor het einde van de maand n+2 (maart).

Keuring

Keuringsverplichting

WKK-installaties met een elektrisch of mechanisch vermogen van meer dan 1 MW zijn verplicht bij hun aanvraagdossier een keuringsverslag toe te voegen (artikel 6.2.2, §1, 4° Energiebesluit). Dit verslag moet opgemaakt zijn door een geaccrediteerde keuringsinstantie. Momenteel zijn in Vlaanderen de volgende instanties geaccrediteerd voor het uitvoeren van een WKK-keuring:

          Vinçotte
Noordersingel 23
2140 Antwerpen
contactpersoon: Dhr. Kasper Van Brabant 
gsm: 0479/90.13.62 
tel.: 03/221.87.44
fax: 03/221.86.82
e-mail: kvanbrabant@vincotte.be 
website: www.vincotte.com

          Technisch Bureau Verbrugghen (BTV)
Van Der Sweepstraat 3 bus 44
2000 Antwerpen
contactpersoon: Dhr. Michel Smekens
tel.: 02/230.81.82
fax: 02/230.80.08
e-mail: michel.smekens@btvcontrol.be
website: www.btvcontrol.be

Deze keuring kan ten vroegste plaatsvinden op de dag dat de installatie in dienst gaat (datum van indienstneming van een installatie). De keurder bevestigt in zijn verslag ook dat de installatie al operationeel is. De warmte-krachtcertificaten voor uw installatie worden uitgereikt vanaf de datum van het volledige keuringsverslag.

De inhoud van het WKK-keuringsverslag

De geaccrediteerde keuringsinstantie controleert de correctheid van de technische gegevens van de WKK-installatie in het aanvraagdossier en gaat na of deze overeenstemmen met de realiteit. Deze WKK-keuring kan pas gebeuren als de installatie in werking is.

Omdat het keuringsverslag moet bevestigen dat het aanvraagdossier de installatie beschrijft zoals ze in werkelijkheid gebouwd is, moet het volledige aanvraagdossier bij de keuring aanwezig zijn. Iedere bladzijde van het aanvraagformulier zal afgestempeld en geparafeerd worden door de keurder. Deze zal ook nagaan of alle meters op een correcte manier zijn geïnstalleerd.

Het keuringsverslag bevat volgende zaken:

  • de bevestiging dat de installatie operationeel is;
  • de gebruikte energiebron(nen);
  • een beschrijving van de meetapparatuur (merk, type, serienummer, plaatsing, datum van ijking…);
  • de opneming van de meterstanden van alle meters.

Opmerkingen in het keuringsverslag zoals de foutieve opstelling of te beperkte nauwkeurigheid van meters, maar ook het ontbreken van belangrijke documenten (bv. ijkcertifcaat) leiden tot een vraag om bijkomende inlichtingen van de VREG. Wacht niet op de vraag van de VREG, maar onderneem onmiddellijk actie. Op deze manier zal uw dossier veel sneller behandeld kunnen worden.

Voorbeelden:

  • De keurder meldt in het WKK-keuringsverslag dat het ijkcertificaat van de watermeter op het hoge temperatuurnet niet aanwezig of vervallen is. Vraag onmiddellijk een gedateerd en ondertekend ijkcertificaat aan bij de leverancier van de meter en voeg dit toe aan het aanvraagdossier voor de VREG.
  • De keurder meldt dat de watermeter op het lage temperatuurnet op een foute manier is geïnstalleerd. Maak onmiddellijk een afspraak met uw installateur en zorg ervoor dat de keurder de wijziging op het moment zelf of achteraf kan bevestigen.

Voor installaties met een elektrisch of mechanisch vermogen dat kleiner is dan 1 MW is een WKK-keuringsverslag niet verplicht.

Moet uw installatie tweejaarlijks gekeurd worden?

Om te voldoen aan de voorwaarden voor de toekenning van warmte-krachtcertificaten zijn installaties die een keuringsverplichting hebben, verplicht om de twee jaar een nieuw WKK-keuringsverslag voor te leggen (artikel 6.2.3, §2 Energiebesluit). Drie maand voor het verstrijken van de geldigheid van het laatste WKK-keuringsverslag zult u een automatische e-mail uit de databank ontvangen om u hierop attent te maken. U kunt de datum van het laatste WKK-keuringsverslag altijd opzoeken in de databank.

Als de VREG deze tweejaarlijkse WKK-keuring niet op tijd ontvangt, wordt de toekenning van warmte-krachtcertificaten geblokkeerd tot de VREG een geldig WKK-keuringsverslag ontvangen heeft.

Bij deze periodieke WKK-keuringen stelt de VREG dezelfde eisen als bij de keuring van een nieuwe installatie. Het is niet nodig opnieuw het hele aanvraagdossier bij de keuring te laten afstempelen. Het energiestroomdiagram en het elektrisch eendraadschema van de installatie zoals ze op dat moment is opgebouwd zijn voldoende. U moet ook extra aandacht besteden aan de geldigheid van de ijkcertificaten. Bij elke WKK-keuring moeten gedateerde, ondertekende ijkcertificaten van maximaal 5 jaar oud kunnen voorgelegd worden. Deze legt u voor aan de keurder en stuurt u mee met het WKK-keuringsverslag naar de VREG.

Melding van een wijziging

Als eigenaar van de productie-installatie bent u verplicht elke wijziging te melden conform artikel 6.2.6 van het Energiebesluit:

  • die ervoor zou kunnen zorgen dat er niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden tot toekenning van warmte-krachtcertificaten;
  • die een invloed zou kunnen hebben op het aantal toe te kennen warmte-krachtcertificaten, zoals:
    • wijzigingen in het meetschema of van de meter(s);
    • wijzigingen van de energiebron;
    • wijzigingen aan de installatie;
  • die een invloed kunnen hebben op de erkenning van de installatie als kwalitatieve warmte-krachtkoppeling;
  • van de eigenaar (certificaatgerechtigde) of adres.

Deze wijzigingen met de relevante stavingdocumenten maakt u per e-mail over aan expertisedossiers@vreg.be.

Installaties met een mechanisch vermogen groter dan 1 MW zijn verplicht deze wijziging te laten bevestigen door een daartoe geaccrediteerde keuringsinstantie. Deze kunt u vinden bij Keuring. Voor het vervangen van meters bijvoorbeeld is het noodzakelijk dat de keurder de eindindex van de oude en de beginindex van de nieuwe meter opneemt. Er wordt een WKK-keuringsverslag van de gehele installatie ingediend dat, als het volledig verklaard wordt, geldig is in het kader van de tweejaarlijkse keuringsverplichting.

Na deze melding(en) is het mogelijk dat de VREG haar beslissing tot goedkeuring van de aanvraag tot toekenning van warmte-krachtcertificaten wijzigt. Als het gaat over een wijziging aan de installatie die geen invloed heeft op de formule voor de berekening van de warmte-krachtbesparing (zoals bijvoorbeeld het vervangen van een defecte meter), zal de VREG dit enkel registreren. Als de beslissing dan een volgende keer wordt gewijzigd, zullen ook deze kleine aanpassingen mee opgenomen worden. Als een wijziging aan de installatie wordt gemeld die een verandering van de berekeningen met zich meebrengt, wijzigt de VREG de beslissing officieel.

Wanneer en hoe moet u een wijziging melden?

Vóór u iets verandert, beschrijft u de geplande wijzigingen en stuurt u ze naar expertisedossiers@vreg.be. Op die manier is de VREG vooraf al op de hoogte van uw plannen. Als we hierbij nog vragen of opmerkingen hebben, zullen we u hierover contacteren.

Eenmaal de wijzigingen voltooid zijn, stuurt u een beschrijving van de uitgevoerde werken naar de VREG. Als er meters werden vervangen of toegevoegd stuurt u ook de ijkcertificaten van de nieuwe meters door. Als een keuringsverslag werd opgemaakt voegt u dit ook toe. Als uw melding van de wijziging onvoldoende duidelijk is, vraagt de VREG bijkomende inlichtingen. Zodra de VREG voldoende geïnformeerd is, zal ze waar nodig uw beslissing aanpassen. De gewijzigde berekening van de warmte-krachtcertificaten heeft doorgaans uitwerking vanaf de datum van de wijziging.

Moet u de uitdienstname van uw installatie melden?

Als uw installatie definitief uit dienst wordt genomen en niet vervangen, moet u dit schriftelijk (per brief of e-mail) melden. Dat is onder meer belangrijk om de geïnstalleerde capaciteit aan warmte-krachtinstallaties in Vlaanderen correct te kunnen bepalen. Vervolgens zal de VREG in de databank de status van uw installatie aanpassen van “goedgekeurd” naar “buiten gebruik”.

Als uw bestaande installatie wordt vervangen door een nieuwe, gaat het om een wijziging. Het is mogelijk dat deze wordt erkend als ingrijpende wijziging en dat een nieuwe datum van indienstneming wordt geregistreerd. Als dit niet het geval is, zal de berekening van warmte-krachtcertificaten voor de nieuwe installatie anders verlopen dan voor de oude. In dit geval krijgt u warmte-krachtcertificaten voor de besparing die u realiseert ten opzichte van de oude WKK en niet ten opzichte van gescheiden productie. Hoe deze berekening exact in zijn werk gaat, leest u in de mededeling MEDE-2008-1 van de VREG.

Controle door de VREG mogelijk?

De VREG kan altijd controleren of uw aanvraag of rapportering overeenkomt met de werkelijkheid (artikel 6.2.3, derde lid Energiebesluit). De VREG kan zelf controleren of dat door een keurder laten doen. Een controle kan aangekondigd of onaangekondigd zijn.