Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Systeem warmtekrachtcertificaten

De Vlaamse regering wil primaire energiebesparing bevorderen door de aanwending van kwalitatieve warmtekrachtinstallaties voor de productie van elektriciteit en warmte.
Dit systeem is analoog aan de groenestroomcertificaten en bestaat dus ook uit 2 delen:
1. Enerzijds krijgen eigenaars van kwalitatieve warmtekrachtinstallaties (WKK-producenten) warmtekrachtcertificaten van de VREG.
2. Anderzijds moeten elektriciteitsleveranciers een bepaald aantal WKC’s (het quotum) inleveren bij de VREG.

In het Vlaams Gewest worden de volgende technologieën als kwalitatieve warmtekrachtkoppeling beschouwd:

  • tegendrukstoomturbine:
    een stoomturbine, waar stoom op hoge druk in de turbine komt, en op lagere druk de turbine verlaat. De stoom aan de lagedrukzijde wordt daarna verder gebruikt voor nuttige warmtetoepassingen;
  • aftap-condensatiestoomturbine:
    een stoomturbine waar stoom op hoge druk in de turbine komt, en waar een deel van de stoom op lagere druk wordt afgetapt voor nuttige warmtetoepassingen. De rest van de stoom ontspant verder door de turbine, en condenseert daarna volledig tot water, in een condensor;
  • gasturbine met warmteterugwinning:
    een turbine die wordt aangedreven door de interne verbranding van aardgas. De warmte in de uitlaatgassen wordt gebruikt voor de aanmaak van stoom, warm water of hete lucht of voor een andere vorm van warmterecuperatie;
  • stoom- en gasturbine met warmteterugwinning:
    een naschakeling van een gasturbine met warmteterugwinning, en een stoomturbine (tegendruk of aftap-condensatie);
  • interne verbrandingsmotor:
    een zuigermotor die wordt aangedreven op aardgas, diesel of biobrandstof, waarbij de vrijgekomen warmte uit de motorkoeling en in de rookgassen nuttig aangewend word;
  • stirlingmotor:
    een externe verbrandingsmotor waarbij lucht heen en weer wordt geschoven tussen een hete en een koude ruimte. De lucht in de hete ruimte expandeert onder het opnemen van warmte en verricht arbeid door een zuiger te bewegen, waarna de lucht weer naar de koude ruimte beweegt, afkoelt en contraheert;
  • brandstofcel:
    een elektrochemisch toestel dat chemische energie van een doorgaande reactie direct omzet in elektrische energie, waarbij anders dan bij een batterij of accu voortdurend nieuwe reagentia van buiten kunnen worden aangevoerd. Afhankelijk van het type brandstofcel komt bij dit proces een hoge of lage hoeveelheid warmte vrij, die nuttig kan worden aangewend;
  • stoommachine:
    een machine die de energie van hete, onder druk staande stoom voor een deel omzet in mechanische arbeid. Over het algemeen gebeurt dat door de stoom in een of meer zuigers te laten expanderen en de expansiearbeid op een vliegwiel over te brengen;
  • organische Rankine-cyclus:
    een gesloten cyclus waarbij, zoals in een klassieke elektriciteitscentrale, een medium wordt opgewarmd tot gasvormige toestand op hoge druk, en daarna ontspant over een turbine en condenseert. Waar dit medium bij klassieke elektriciteitscentrales altijd water is dat wordt opgewarmd tot stoom, is dit bij de organische Rankine cyclus een medium met een lagere verdampingswaarde dan water (bv. butaan of ammoniak), zodat deze ook bij relatief lage temperaturen kan worden omgezet in een gasvormige toestand en een turbine kan aandrijven;
  • overige types technologieën en combinaties daarvan die voldoen aan de definitie van warmtekrachtinstallatie volgens het Elektriciteitsdecreet, met name 'de opwekking in één proces van warmte en elektriciteit en/of mechanische energie'

Toekenning

WKK-producenten kunnen bij de VREG warmtekrachtcertificaten krijgen voor de primaire energiebesparing van hun kwalitatieve warmtekrachtinstallatie in het Vlaams Gewest.

Een warmtekrachtcertificaat toont aan dat 1.000 kilowattuur (kWh) primaire energie werd bespaard in een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie in vergelijking met een situatie waarin dezelfde hoeveelheid elektriciteit en/of mechanische energie en warmte gescheiden worden opgewekt. WKK-producenten aan wie een warmtekrachtcertificaat wordt toegekend, ontvangen dat niet op papier. WKC’s bestaan enkel virtueel en worden bewaard in de online databank van de VREG.

De producenten kunnen deze warmtekrachtcertificaten verkopen aan elektriciteitsleveranciers die aan hun certificatenverplichting moeten voldoen. Indien de WKK-producent zelf ook elektriciteitsleverancier is, kan hij ze gebruiken om aan zijn eigen certificatenverplichting te voldoen.

Bij WKK vindt u meer informatie.

Quotumverplichting

  1. Quotum

    In Vlaanderen is iedere elektriciteitsleverancier verplicht om bij te dragen aan de besparing van een bepaalde hoeveelheid primaire energie door middel van kwalitatieve warmtekrachtkoppeling. De hoeveelheid te besparen primaire energie komt overeen met een bepaald minimumaandeel van de elektriciteit die hij in totaal levert aan zijn klanten. In 2005 bedroeg dit minimumaandeel 1,19%. Dit zal toenemen tot 5,23% vanaf 2012.

    Jaarlijks moeten alle leveranciers van elektriciteit voldoen aan de warmtekrachtcertificatenverplichting: dit is de verplichting om een aantal warmtekrachtcertificaten bij de VREG in te leveren. Dit aantal komt overeen met een bepaald percentage van alle elektriciteit die een leverancier in totaal in een bepaald kalenderjaar levert aan zijn eindafnemers via het transmissie- of distributienet. De inlevering van certificaten moet ten laatste op 31 maart van het jaar volgend op dit kalenderjaar gebeuren.
    Het aantal warmtekrachtcertificaten dat elke leverancier voor 31 maart van elk jaar ‘n’ moet voorleggen wordt bepaald als volgt: C = G x Ev
    Hierbij is C gelijk aan het aantal voor te leggen certificaten en G gelijk aan:

      a) 0,0119 in 2006;
      b) 0,0216 in 2007;
      c) 0,0296 in 2008;
      d) 0,0373 in 2009;
      e) 0,0439 in 2010;
      f) 0,0490 in 2011;
      g) 0,0760 in 2012;
      h) 0,0700 in 2013;
      i) 0,0790 in 2014;
      j) 0,0850 in 2015;
      k) 0,0920 in 2016;
      l) 0,0980 in 2017;
      m) 0,1050 in 2018;
      n) 0,1050 in 2019;
      o) 0,1050 in 2020;
      p) 0,1050 vanaf 2021;

    Ev is gelijk is aan de totale hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh, die door de leverancier werd geleverd aan zijn eindafnemers in het jaar ‘n-1’.
    In tegenstelling tot de groenestroomcertificatenverplichting, wordt bij de berekening van het aantal in te leveren warmtekrachtcertificaten geen vrijstelling toegepast voor de levering op afnamepunten met een jaarlijks verbruik van 20.000 megawattuur (MWh) of meer.

  2. Procedure

    Om aan de quotumverplichting te voldoen moeten elektriciteitsleveranciers elk jaar vóór 31 maart een aantal warmtekrachtcertificaten inleveren bij de VREG. De VREG berekent jaarlijks het aantal warmtekrachtcertificaten dat iedere elektriciteitsleverancier moet inleveren om te voldoen aan de certificatenverplichting. Hierbij maakt de VREG gebruik van de jaarlijkse leveringscijfers per leverancier, die door de netbeheerders aan de VREG worden gerapporteerd.
    De VREG brengt de elektriciteitsleverancier schriftelijk op de hoogte van het aantal in te leveren certificaten. Vervolgens moet de leverancier dit aantal warmtekrachtcertificaten bij de VREG inleveren. Dit gebeurt via de certificatendatabank.
    Een elektriciteitsleverancier kan warmtekrachtcertificaten verkrijgen door zelf elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op te wekken en daarvoor warmtekrachtcertificaten aan te vragen bij de VREG, of door de warmtekrachtcertificaten aan te kopen op de markt.

Aanvaardbaarheid en levensduur van warmtekrachtcertificaten

Niet alle uitgereikte warmtekrachtcertificaten zijn aanvaardbaar in het kader van de certificatenverplichting. Met name warmtekrachtinstallaties in dienst genomen of ingrijpend gewijzigd voor 2002 krijgen warmtekrachtcertificaten die niet aanvaardbaar zijn, maar wel als garantie van oorsprong kunnen gebruikt worden.
Bovendien krijgt elke warmtekrachtinstallatie vanaf 4 jaar na de indienstneming of de ingrijpende wijziging van de warmtekrachtinstallatie steeds minder aanvaardbare warmtekrachtcertificaten, en méér niet-aanvaardbare. Dit noemt men de “degressiviteit”.
Warmtekrachtcertificaten kunnen worden ingeleverd in het jaar waarin ze werden toegekend en de 6 daaropvolgende jaren. Een warmtekrachtcertificaat kan slechts 1 keer worden gebruikt voor de certificatenverplichting. Daarna wordt het uit de handel genomen en onbruikbaar gemaakt. Het kan dan ook niet meer worden gebruikt als garantie van oorsprong.

Administratieve geldboete

Als een elektriciteitsleverancier niet voldoet aan deze verplichting moet hij een administratieve boete betalen. Deze boete bedraagt 45 euro per ontbrekend certificaat voor de warmtekrachtcertificaten die moeten worden ingeleverd tot en met 31 maart 2012. Voor alle warmtekrachtcertificatenverplichtingen na 31 maart 2012 bedraagt de boete 41 euro. Deze boete is, samen met de verhouding tussen het aantal op de markt beschikbare en het aantal vereiste certificaten, bepalend voor de prijs die een leverancier bereid is te betalen voor een warmtekrachtcertificaat op de certificatenmarkt. Op deze manier krijgen warmtekrachtcertificaten een geldelijke waarde, die een bron van inkomsten zijn voor de producenten van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling.
Het geld afkomstig van de boetes die worden opgelegd aan de partijen die niet aan hun verplichting hebben voldaan, wordt gestort in het Energiefonds. Dit fonds wordt onder meer gebruikt voor het beleid inzake het Rationeel Energiegebruik (REG), warmtekrachtkoppeling, de hernieuwbare energiebronnen en de flexibele mechanismen van het protocol van Kyoto.

Certificatendatabank

De VREG beheert zowel de aanvaardbare als de niet-aanvaardbare warmtekrachtcertificaten in een gratis online databank. Per warmtekrachtcertificaat worden onder andere de volgende gegevens geregistreerd: de eigenaar van het certificaat, het registratienummer, een aantal gegevens over de productie-installatie (productieplaats, nominaal vermogen...), de gebruikte hernieuwbare energiebron, het jaar en de maand van productie...

In de databank wordt geregistreerd of het warmtekrachtcertificaat al werd ingediend in het kader van de certificatenverplichting en, indien dit nog niet het geval is, of het wel aanvaard kan worden door de VREG als het wordt ingediend.
Ook wordt in deze databank bijgehouden of de warmtekrachtcertificaten kunnen worden gebruikt als garantie van oorsprong, dit wil zeggen als bewijs voor de levering aan eindafnemers van elektriciteit afkomstig uit warmtekrachtkoppelingsinstallaties. Bij WKK vindt u meer informatie.

Gebruikers van de databank zijn producenten van elektriciteit uit warmtekrachtkoppelingsinstallaties, elektriciteitsleveranciers en handelaars in warmtekrachtcertificaten. Zij krijgen van de VREG een gebruikersnaam en paswoord, waarmee ze via het internet de gegevens kunnen lezen van de warmtekrachtcertificaten waarvan ze eigenaar zijn. Zo houden zij overzicht op de productie, de aankoop en de verkoop van hun eigen warmtekrachtcertificaten. Handelaars die toegang wensen tot de certificatendatabank kunnen hiervoor contact opnemen met de VREG.

Handel en inlevering

Warmtekrachtcertificaten zijn vrij verhandelbaar. De verkoop van warmtekrachtcertificaten hoeft niet gepaard te gaan met de verkoop van de betrokken elektriciteit. Beide worden afzonderlijk verkocht.

De VREG faciliteert de werking van de markt voor groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten door middel van het beheer van de certificatendatabank. Verkopen van certificaten worden in de databank verwerkt. Aan de eigenaars van groenestroomcertificaten is ook de verplichting opgelegd om de verkoop van certificaten te melden aan de VREG: in het bijzonder moet de koper, de verkochte certificaten en de gehanteerde prijs gemeld worden. Op basis hiervan berekent en publiceert de VREG maandelijks een gemiddelde verkoopprijs.
De certificatendatabank biedt echter geen handelsplatform voor transacties van certificaten of garanties van oorsprong. De handel heeft daarom overwegend het karakter van een bilaterale markt, waarbij de handelende partijen elkaar kennen en zelf moeten vinden. Dit heeft een aantal nadelen, omdat bepaalde partijen in die situatie marktmacht kunnen uitoefenen.
Om dit te vermijden werd een elektronisch beursplatform opgestart voor de verhandeling van deze groenestroomcertificaten, via een verbinding tussen de certificatendatabank beheerd door de VREG en de Green Certificate Exchange (GCE) van de Belgische energiebeurs BelPEx. Sinds 2010 kan de geanonimiseerde veiling van de aangeboden certificaten volledig automatisch afgewikkeld worden. De verbetering van de handel in steuncertificaten moet leiden tot lagere prijzen voor deze certificaten en bijgevolg lagere kosten die de leveranciers kunnen aanrekenen aan de afnemers. Door de lancering van de BelPEx GCE op het ogenblik dat de vraag naar groenestroom- en warmtekrachtcertificaten erg laag lag als gevolg van de terugval van de quota, is het aantal transacties op de GCE voorlopig nog erg beperkt gebleven. De economische crisis leidde in 2009 tot een sterke terugval van de elektriciteitsafnames en dat drukt het aantal certificaten dat ingeleverd moet worden voor het quotum. Dit leidde tot het ontstaan van een overschot aan certificaten en tot een sluimerende toestand van de certificatenmarkt.

De handel in warmtekrachtcertificaten is in sommige gevallen onderworpen aan BTW. Zie beslissing ET113522 van de FOD Financiën.
Het aantal verhandelde certificaten en de gemiddelde handelsprijs vindt u bij de Statistieken.

De VREG stelt een lijst van potentiële verkopers van warmtekrachtcertificaten  ter beschikking via de VREG-website.
Om warmtekrachtcertificaten te verhandelen, dient de verkoper de transactie te initiëren door de betreffende certificaten te selecteren uit zijn portefeuille en de koper aan te duiden in de databank. Een handleiding hiervoor is te vinden in de databank.

De VREG bevestigt de verkoop onmiddellijk per email, waarna de verkoper 4 uur de tijd heeft om de transactie te annuleren. Zonder tegenbericht binnen 4 uur wordt de transactie definitief en wordt de verkoop ook per email aan de koper bevestigd. Deze bevestiging bevat de vermelding van de (firma)naam van de aankoper en verkoper, het aantal verkochte certificaten, de verkoopprijs ervan en bruikbaarheid van de certificaten voor de quotumverplichting en/of als garantie van oorsprong.
De certificaten worden dan zichtbaar in de portefeuille van de koper.

Elke leverancier moet jaarlijks vóór 31 maart een aantal warmtekrachtcertificaten inleveren in verhouding tot de door hem geleverde elektriciteit. De te volgen procedure in de databank, is zeer analoog aan de procedure voor een gewone verkoop, en moet schriftelijk aan de VREG worden bevestigd door de inleverende partij.
Een warmtekrachtcertificaat kan slechts 1 keer worden gebruikt voor de certificatenverplichting. Daarna wordt het uit de handel genomen en onbruikbaar gemaakt. Het kan dan ook niet meer worden gebruikt als garantie van oorsprong.

Rechtsgrond

De decretale basis voor het systeem van de warmtekrachtcertificaten is bepaald in de artikelen 7.1.1 tot en met 7.1.14 van het Energiedecreet. De administratieve boete bij overtreding van de certificatenverplichting staat beschreven in artikel 13.3.5 van het Energiedecreet.
De nadere uitvoeringsregels zijn bepaald in het Energiebesluit.