Praktische aspecten
Aansluiting op het distributienet
U hebt een aansluiting op het elektriciteitsnet nodig, tenzij u overweegt om uw installatie in eilandbedrijf op te stellen. In de meeste gevallen gaat het om een aansluiting op het distributienet. Voor grote installaties kan dat ook het transmissienet zijn.
Mogelijk volstaat de bestaande aansluiting van uw bedrijf om uw project te realiseren, maar misschien moet die aansluiting wel verzwaard worden of moet er zelfs een volledig nieuwe aansluiting worden voorzien. In elk geval moet u contact opnemen met uw netbeheerder om uw aansluiting te regelen.
U draagt als aanvrager van de aansluiting ook de kosten ervan. Er is echter een regeling die ervoor zorgt dat de verdeling van de aansluitingskosten over de afnemer en de netbeheerder in het voordeel is van de producent van energie uit hernieuwbare energiebronnen. Een aansluiting op het net van een productie-installatie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen kost namelijk niet meer dan een aansluiting op het dichtstbijzijnde punt van het bestaande net:
- met een spanning van minder dan 1kV als het aansluitvermogen kleiner is dan 250 kVA;
- met een spanning groter dan of gelijk aan 1 kV en kleiner dan 30 kV als het aansluitvermogen groter is dan of gelijk aan 250 kVA en kleiner dan 25 MVA;
- op een spanningsniveau van 30 kV of meer als het aansluitvermogen 25 MVA of meer bedraagt.
Het verschil tussen de te betalen aansluitingskost en de werkelijke aansluitingskost moet gedragen worden door de netbeheerder op wiens net de aansluiting uiteindelijk wordt gerealiseerd. Deze kosten kunnen dan door die netbeheerder ingebracht worden in de tariefvoorstellen als kosten ten gevolge van de uitvoering van een openbaredienstverplichting.
De aansluiting moet daarnaast ook voldoen aan de voorwaarden van het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.
Wanneer dient u de aanvraag bij de VREG in?
U dient uw aanvraag bij de VREG best in van zodra u alle documenten in uw bezit hebt. Na de aansluiting op het elektriciteitsnet en de groenestroomkeuring dus, maar wel binnen het jaar na de volledige AREI-keuring.
Om een volledige aanvraag in te dienen, hebt u een aantal gegevens nodig die u pas krijgt wanneer uw installatie klaar is. Het gaat om de EAN-nummers van de injectie- en productiemeters en de ijkcertificaten van alle meters die nodig zijn voor het berekenen van de groenestroomcertificaten. Bovendien moet u een groenestroomkeuring laten uitvoeren en die kan pas gebeuren als de volledige meetinrichting afgewerkt is.
U kunt uw aanvraag vroeger indienen, maar uw dossier wordt daardoor niet sneller afgerond. Alle inkomende post wordt chronologisch behandeld. Ook de stukken die bijkomend worden opgevraagd om uw dossier te vervolledigen.
Waarom en waar meten?
De berekening van groenestroomcertificaten moet correct gebeuren. Er moet heel wat gemeten worden met nauwkeurige en gecertificeerde meters. De VREG maakt voor de berekening gebruik van een algemene formule. Het principe is dat ieder onderdeel berekend wordt uit constante waarden (o.a. verbrandingswaarden van stookolie, transportenergie voor een vrachtwagen).
Afhankelijk van de opstelling van de meters kan een meting of een deel van de algemene formule overbodig zijn. Zo krijgt u voor het elektriciteitsverbruik van de hulpdiensten bijvoorbeeld geen groenestroomcertificaten en worden de hulpdiensten afgetrokken van de productie. Als de hulpdiensten echter afgetakt worden voor de productiemeting moet u het verbruik van de hulpdiensten natuurlijk niet meten.
Is het voor u niet mogelijk om de ideale opstelling uit de berekeningsvoorbeelden aan te houden? Dan moet u misschien een extra meter plaatsen, zodat opnieuw alle termen van de algemene formule correct bepaald kunnen worden.
Meet u bepaalde termen van de formule niet (bv. de voorbehandelingsenergie), dan gaat de VREG uit van een benaderende berekening. Deze berekening is conservatief. Elke onzekerheid of onnauwkeurigheid is in uw nadeel.
Meters moeten natuurlijk nauwkeurig zijn. Daarover vindt u alles in het Koninklijk Besluit betreffende meetinstrumenten en in bijlage III van het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit. U moet de nauwkeurigheid van uw meters bewijzen. Dit doet u door een ondertekend en gedateerd ijkcertificaat of kalibratieattest voor te leggen van minder dan 5 jaar oud dat het serienummer van uw meter vermeldt.
Audit biobrandstoffen
De voorbehandeling van palm- of koolzaadolie gebeurt niet in uw eigen installatie. U moet de VREG alle informatie geven waarmee de voorbehandelings- en transportenergie kan worden bepaald. In de meeste gevallen zal de biobrandstofleverancier de nodige stappen ondernemen.
De voorbehandelings- en transportenergie van een bepaalde biobrandstof wordt aangetoond door een audit in overeenstemming met MEDE-2007-1. De VREG bepaalt op basis van deze audit de voorbehandelings- en transportenergie en legt deze vast voor een periode van 2 jaar. Hierna moet de audit vernieuwd worden. De VREG kan op ieder moment een controle uitvoeren en doet dit in elk geval bij de vernieuwing van de audit.
Bij deze audit hoort ook een verklaring op erewoord van uw biobrandstofproducent. Zo wordt bevestigd dat het auditrapport wel degelijk betrekking heeft op de biobrandstof die aan uw installatie geleverd wordt. Een voorbeeld van de verklaring op erewoord vindt u in bijlage bij MEDE-2007-1.
