Openbaredienstverplichtingen
Gratis elektriciteit
In het Energiedecreet worden de netbeheerders verplicht om jaarlijks elke huishoudelijke afnemer in Vlaanderen gratis een bepaalde hoeveelheid elektriciteit te leveren, namelijk 100 kWh per gezin + 100 kWh per gezinslid. Artikel 4.1.1 e.v. van het Energiebesluit, voorheen het besluit van de Vlaamse regering van 14 november 2003 tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning en de verrekening van gratis elektriciteit voor huishoudelijke afnemers (B.S. 26 november 2003), bepaalt dat de leveranciers deze gratis elektriciteit moeten verrekenen op de eindfactuur van de klant.
Raadpleeg de beslissingen van de VREG voor meer concrete informatie:
BESL-2004-7 (PDF)
BESL-2004-34 (PDF)
BESL-2009-277 (PDF)
Vanaf 2008 berekent de VREG de eenheidsprijs voor de gratis hoeveelheid elektriciteit. [Meer informatie over de berekening van deze eenheidsprijs.]
De VREG berekent maandelijks indicatieve jaarprijzen voor een aantal typecategorieën van huishoudelijke verbruikers in Vlaanderen.
| Typecategorie |
Jaarverbruik (in kWh) |
||
|---|---|---|---|
|
Da (kleine verbruiker) |
600 |
0 |
0 |
|
Db |
1.200 |
0 |
0 |
|
Dc (doorsnee gezin) |
1.600 |
1.900 |
0 |
|
Dc1 (doorsnee gezin) |
3.500 |
0 |
0 |
|
Dd |
3.600 |
3.900 |
0 |
|
De (grote verbruiker, met accumulatieverwarming en/of elektrische boiler) |
3.600 |
3.900 |
12.500 |
|
De1 (grote verbruiker, met accumulatieverwarming en/of elektrische boiler) |
7.500 |
0 |
12.500 |
Bij elke categorie houdt de VREG rekening met de specifieke korting van de gratis hoeveelheid elektriciteit:
gratis elektriciteit (kWh) x eenheidsprijs per kWh.
|
Typecategorie |
Aantal gezinsleden |
Gratis hoeveelheid elektriciteit (kWh) |
|---|---|---|
|
Da |
1 |
100 + (1x 100) = 200 |
|
Db |
2 |
100 + (2x 100) = 300 |
|
Dc |
3 |
100 + (3x 100) = 400 |
|
Dc1 |
3 |
100 + (3x 100) = 400 |
|
Dd |
4 |
100 + (4x 100) = 500 |
|
De |
4 |
100 + (4x 100) = 500 |
|
De1 |
4 |
100 + (4x 100) = 500 |
Daarnaast houdt de VREG ook rekening met het relatieve belang van het netgebied en met het marktaandeel van elk geleverd product. Deze resultaten vormen de basis bij de berekening van de eenheidsprijs per kWh voor de jaarlijkse hoeveelheid gratis elektriciteit.
Als we de gewogen gemiddelde prijzen delen door het overeenkomstige jaarverbruik (kWh) krijgen we voor elke typecategorie een bedrag in €/kWh. Dat wordt vermenigvuldigd met het door de Indexcommissie toegekende gewicht, wat het percentage Belgische gezinnen per categorie weerspiegelt.
|
Typecategorie |
Huidig gewicht toegekend door de Indexcommissie |
|---|---|
|
Da |
2% |
|
Db |
14% |
|
Dc |
12% |
|
Dc1 |
32% |
|
Dd |
30% |
|
De |
10% |
|
De1 |
0% |
|
|
= 100% |
Later wordt de som van deze bedragen gedeeld door de som van de gewichten (100% of 1). Het resultaat is de eenheidprijs per kWh voor de jaarlijkse hoeveelheid gratis elektriciteit.
|
Typecategorie |
Eenheidsprijs (c€/kWh) |
|---|---|
|
2008 |
14,2519 |
|
2009 |
15,4244 |
|
2010 |
14,7386 |
|
2011 |
15,8210 |
Sociale openbaredienstverplichtingen
In artikel 5.1.1 e.v. van het Energiebesluit, voorheen het besluit van 13 maart 2009 betreffende de sociale openbaredienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteits- en aardgasmarkt (B.S. 26 mei 2009), is bepaald hoe leveranciers moeten omgaan met huishoudelijke afnemers die slecht of niet betalen. In geval van wanbetaling is er een procedure om het contract op te zeggen. Verder moet u als leverancier leesbare facturen, herinneringsbrieven en ingebrekestellingen opstellen en verschillende betalingsmogelijkheden aanbieden.
Verplichte vermeldingen op de factuur
In het kader van artikel 6.4.23 §1 van het Energiebesluit, voorheen het besluit Rationeel Energieverbruik van 2 maart 2007 (REG-besluit), moeten leveranciers op elke afrekeningfactuur of een begeleidend document bij de factuur een overzicht geven van het jaarlijkse verbruik tijdens de laatste 3 jaar. De leverancier is voorlopig nog vrij om te bepalen hoe hij het historische verbruik weergeeft. Het moet wel conform de voorschriften van het Energiebesluit zijn. De vermelding kan door middel van een grafiek, maar ook met een loutere weergave van de cijfers. Voor niet-huishoudelijke klanten volstaat een verwijzing naar een internetpagina met de verbruiksgegevens.
Als de factuur een afrekening bevat voor een periode tussen 8 en 14 maanden en de gegevens van de voorbije 12 maanden zijn onbekend, dan wordt het verbruik omgerekend naar 12 maanden op basis van de volgende profielen:
Als de afrekening betrekking heeft op een periode korter dan 8 maanden en de gegevens van de voorbije 12 maanden zijn onbekend, dan worden de verbruiksgegevens niet vermeld.
De verbruiksgegevens worden opgemaakt per meetpunt en voor de totale meetinstallatie. Bij installaties met verschillende meetperiodes (bv. dag- en nachtverbruik voor elektriciteit) geldt elke teller als een meetpunt. U kunt als leverancier ontbrekende verbruiksgegevens opvragen bij de netbeheerder, tenzij de verbruiker zich daar schriftelijk tegen verzet heeft.
Oorsprong elektriciteit
In het kader van artikel 6.3.1 e.v. van het Energiebesluit, voorheen het besluit Rationeel Energieverbruik van 2 maart 2007 (REG-besluit), moeten leveranciers op hun facturen de herkomst van de geleverde stroom vermelden. Deze verplichting geldt ook voor het promotiemateriaal dat rechtstreeks aan de afnemer gericht is.
- Als de leverancier 1 product aanbiedt, moet hij de brandstofmix van dat product vermelden met een grafiek of een korte vermelding.
- Als de leverancier meerdere producten aanbiedt, moet hij de brandstofmix van het geleverde product vermelden en de brandstofmix van alle producten samen. Dat mag met een grafiek of een korte vermelding.
De VREG bepaalt wat er exact vermeld moet worden. Daarom zijn de leveranciers verplicht elk jaar vóór 15 maart een rapport in te dienen.
Er bestaan 5 categorieën die de oorsprong van elektriciteit beschrijven:
- elektriciteit geproduceerd met hernieuwbare energiebronnen;
- elektriciteit geproduceerd in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties;
- elektriciteit geproduceerd met fossiele brandstoffen;
- elektriciteit geproduceerd in nucleaire centrales;
- elektriciteit waarvan de oorsprong onbekend is.
De leverancier baseert zich hiervoor op het aantal voorgelegde garanties van oorsprong (categorieën 1 en 2) en op de overeenkomsten met de elektriciteitsproducenten (categorieën 3, 4 en 5). Bij deze overeenkomsten wordt de oorsprong van de elektriciteit bepaald op basis van het gehele productiepark.
De categorie ‘elektriciteit waarvan de oorsprong onbekend is' mag enkel gebruikt worden als deze fractie kleiner is dan 5% of na goedkeuring van de VREG. Voor elektriciteit die verkregen is via invoer of uitwisseling kunnen de geaggregeerde cijfers gebruikt worden of de gemiddelde UCTE-mix van het voorgaande kalenderjaar.
Quotumverplichting groenestroomcertificaten
De Vlaamse regering moedigt de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen aan via het systeem van de groenestroomcertificaten (GSC).
Dit systeem bestaat uit 2 delen:
- Enerzijds krijgen producenten van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, zoals zon, wind, biogas of biomassa (bv. vergisting van groente-, fruit- en tuinafval, vergisting van mest of slib of verbranding van houtafval), waterkracht… groenestroomcertificaten van de VREG.
- Anderzijds moeten elektriciteitsleveranciers een bepaald aantal GSC’s (het quotum) inleveren bij de VREG.
U vindt alle informatie bij Energiemarkt.
Quotumverplichting warmtekrachtcertificaten
De Vlaamse regering wil primaire energiebesparing bevorderen door middel van kwalitatieve warmtekrachtinstallaties voor de productie van elektriciteit en warmte.
Dit systeem is analoog aan de groenestroomcertificaten en bestaat dus ook uit 2 delen:
- Enerzijds krijgen eigenaars van kwalitatieve warmtekrachtinstallaties (WKK-producenten) warmtekrachtcertificaten van de VREG.
- Anderzijds moeten elektriciteitsleveranciers een bepaald aantal WKC’s (het quotum) inleveren bij de VREG.
U vindt alle informatie bij Energiemarkt.
Bewijsplicht levering groene stroom
Een leverancier die een hoeveelheid elektriciteit levert aan eindafnemers in Vlaanderen als zijnde elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, moet een overeenkomstige hoeveelheid garanties van oorsprong als bewijsstuk voorleggen aan de VREG.
Een garantie van oorsprong is een bewijsstuk dat aantoont dat 1 megawattuur (MWh) elektriciteit werd opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. In het Vlaams Gewest worden garanties van oorsprong door de VREG uitgereikt aan producenten van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, als onderdeel van een groenestroomcertificaat.
Een groenestroomcertificaat kan ook worden gebruikt als garantie van oorsprong wanneer dit werd uitgereikt voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die werd geïnjecteerd in het distributie- of transmissienet. Voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die op de site wordt verbruikt of via een directe lijn naar een eindafnemer wordt vervoerd, wordt een groenestroomcertificaat uitgereikt dat wordt gemarkeerd als 'ter plaatse gebruikt'. Dit groenestroomcertificaat is dan niet meer bruikbaar als garantie van oorsprong, maar wel nog voor de quotumverplichting groenestroomcertificaten.
Een groenestroomcertificaat kan dus door elektriciteitsleveranciers voor 2 doeleinden worden gebruikt. Beide functies zijn elk eenmalig bruikbaar. Zo circuleren er zowel groenestroomcertificaten die aanvaardbaar zijn voor de certificatenverplichting als certificaten die niet aanvaardbaar zijn voor de certificatenverplichting. Er bestaan ook certificaten met en zonder 'garantie van oorsprong'.
In de databank voor de registratie van groenestroomcertificaten kan een certificaat dat nog bruikbaar is voor de certificatenverplichting worden herkend aan het symbool X. Een certificaat dat nog bruikbaar is als garantie van oorsprong herkent men aan het symbool Y.
Volgorde voor gebruik van dubbele functie
Om te vermijden dat het groenestroomcertificaat aanzien kan worden als exportsteun, legt de wetgeving een volgorde op voor het gebruik van de 2 functies van een groenestroomcertificaat. Een groenestroomcertificaat wordt daarom volledig uit de handel genomen zodra het werd ingeleverd om te voldoen aan de certificatenverplichting van de elektriciteitsleveranciers in het kader van artikel 7.1.10 en 7.1.14 van het Energiedecreet. Het onderdeel 'garantie van oorsprong' is dan ook niet meer bruikbaar.
Daaruit volgt dat beide functies van het groenestroomcertificaat enkel kunnen worden gevalideerd wanneer eerst het onderdeel 'garantie van oorsprong' van een groenestroomcertificaat wordt gebruikt en het certificaat vervolgens wordt voorgelegd in het kader van de certificatenverplichting. Het certificaat kan worden verhandeld en dus van eigenaar wisselen. Beide functies van het groenestroomcertificaat blijven steeds samen op hetzelfde certificaat en zijn op ieder moment eigendom van dezelfde eigenaar.
Het is mogelijk dat partij A het certificaat koopt, de functie 'garantie van oorsprong' ervan gebruikt en vervolgens het certificaat verkoopt aan partij B, waarbij het certificaat nog slechts 1 functie overhoudt. Partij B kan dan het certificaat inleveren om te voldoen aan de certificatenverplichting of het certificaat nog verder verkopen.
Niet-Vlaamse garanties van oorsprong
Ook in andere Europese landen reiken bevoegde instanties garanties van oorsprong uit voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, in uitvoering van de Europese Richtlijn 2001/77/EG. Een dergelijke garantie van oorsprong kan naar het Vlaamse systeem worden geïmporteerd onder de vorm van een groenestroomcertificaat dat niet aanvaardbaar is voor de certificatenverplichting, maar wel als garantie van oorsprong geldt.
Onder welke voorwaarden kunnen niet-Vlaamse certificaten in Vlaanderen worden gebruikt als garanties van oorsprong?
Voor de levering van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die niet in het Vlaams Gewest is geproduceerd, kunnen enkel garanties van oorsprong worden ingediend die zijn aangemaakt door een instantie die lid is van de Association of Issuing Bodies (AIB) in het European Energy Certification System (EECS) en die specifiek is ingeschreven bij AIB als 'Issuing Body' (uitreikende instantie) voor garanties van oorsprong voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen.
De website van AIB is toegankelijk via http://www.aib-org.net.
Op de ledenlijst van AIB komen enkel de partijen met vermelding 'RES-GO' ('Renewable Energy Sources - Guarantee of Origin') in aanmerking als instantie die voor de VREG aanvaardbare garanties van oorsprong uitreikt, en die op haar beurt ook de garanties van oorsprong aanvaardt die door de VREG zijn uitgereikt.
Deze garanties van oorsprong moeten dan naar het Vlaams Gewest worden ingevoerd volgens het protocol vastgelegd door AIB in 'The Principles and Rules of Operation of Members of the Association of Issuing Bodies for The European Energy Certification System' (te raadplegen op de website van AIB), verder aangevuld met het specifieke domeinprotocol voor Vlaanderen. Dit specifieke domeinprotocol voor Vlaanderen werd gepubliceerd als bijlage bij BESL-2006-5 (pdf) van de VREG, met betrekking tot de vastlegging van de nadere technische regels wat betreft het gebruik van groenestroomcertificaten als garantie van oorsprong.
Procedure voor import van niet-Vlaamse garanties van oorsprong
- De verkopende partij, dit is de partij die garanties van oorsprong wil uitvoeren vanuit een certificatendatabank buiten Vlaanderen naar de databank van de VREG, richt zich hiervoor tot de 'Issuing Body' (de uitreikende instantie) van de garanties van oorsprong in het land of de regio van oorsprong. Hierbij heeft hij de unieke code van de aankoper in de databank van de VREG nodig. De aankoper kan zijn eigen unieke code raadplegen wanneer hij is aangemeld in de databank voor de registratie van groenestroomcertificaten bij de VREG, op de pagina Mijn info bij EAN-code. Deze code is een specifieke code ter identificatie van iedere geregistreerde gebruiker in de databank van de VREG, die de Issuing Body van de regio van herkomst van de garanties van oorsprong in staat stelt de aankopende partij op te sporen en te herkennen.
- In de databank van de exporterende Issuing Body wordt de transactie geïnitieerd en wordt een geprotocolleerd bericht naar de databank van de VREG verstuurd. Als in dit stadium deze importoperatie technisch kan worden aanvaard, wordt deze zichtbaar in de databank van de VREG in het overzicht Import goedkeuren met status 'import aangevraagd'. De aankoper wordt hiervan per e-mail op de hoogte gebracht.
- Vervolgens moet de aankoper zijn import goedkeuren in de databank van de VREG. Hierna krijgt de transactie in de VREG-databank de status 'import goedgekeurd' en ziet de aankopende partij de garanties van oorsprong onmiddellijk op zijn rekening in de VREG-databank verschijnen.
Bepaling van het aantal voor te leggen garanties van oorsprong
Voor de maandelijkse bepaling van het aantal door elke leverancier voor te leggen garanties van oorsprong, baseert de VREG zich op afnamegegevens van de klanten die van de betreffende leverancier elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen afnamen in de voorgaande maand.
De lijst van afnemers van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen wordt door de leveranciers maandelijks aan de netbeheerder overgemaakt, ten laatste op de derde werkdag volgend op de maand van levering. De netbeheerder vult de afnamegegevens van deze maand aan en berekent de totaal geleverde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen per leverancier in zijn netgebied en bezorgt deze aan de VREG, ten laatste op de twaalfde werkdag van de maand volgend op de maand van levering.
De VREG berekent dan het totale aantal voor te leggen garanties van oorsprong per leverancier en maakt deze bekend via de databank.
De procedure en de timing voor leveranciers en netbeheerders werden vastgelegd in de beslissing BESL-2006-5 (pdf).
Voorlegging van garanties van oorsprong
Nadat de VREG het aantal voor te leggen garanties van oorsprong heeft berekend per leverancier, is dit aantal te raadplegen in de databank voor de registratie van groenestroomcertificaten. Hiervan wordt iedere leverancier per e-mail op de hoogte gebracht. Gezien de timing van de verschillende voorgaande stappen, vastgelegd in BESL-2006-5 (pdf), gebeurt dit ten vroegste op de twaalfde werkdag van de maand volgend op de leveringsmaand.
De leverancier moet binnen 10 werkdagen na deze kennisgeving een eventueel tekort aan tot dan toe ingeleverde garanties van oorsprong aanvullen.
In de databank heeft elke leverancier een overzicht van de verschillende 'inleverperiodes', die overeenkomen met de maanden waarin groene stroom werd geleverd.
- De 'open' inleverperiodes zijn alle toekomstige periodes waarvoor nog garanties van oorsprong kunnen worden voorgelegd.
- De 'afgesloten' inleverperiodes zijn deze waarvoor geen garanties van oorsprong meer kunnen worden voorgelegd.
De periode in afsluiting is de periode waarvoor het aantal voor te leggen garanties van oorsprong berekend is door de VREG, met kennisgeving per e-mail aan elke leverancier. De leverancier kan dan nog garanties van oorsprong inleveren voor deze periode. Deze periode wordt afgesloten 10 werkdagen na deze kennisgeving, waarna er geen garanties van oorsprong meer kunnen worden ingeleverd.
Als een leverancier meer garanties van oorsprong voorlegt dan nodig was voor een bepaalde inleverperiode, wordt het overschot overgedragen naar de volgende inleverperiode, die overeenkomt met de volgende maand waarin groene stroom werd geleverd. Dit betekent dat automatisch een transactie wordt geïnitieerd die de over te dragen garanties van oorsprong inlevert voor de volgende inleverperiode (de volgende maand), voor zover die op dat moment nog niet ouder dan 5 jaar zijn. In dat laatste geval zijn de garanties van oorsprong vervallen en kunnen ze niet meer worden gebruikt.
Resultaten van de inlevering van garanties van oorsprong
De V-TEST baseert zich op deze voorlegging van garanties van oorsprong om te bepalen in welke mate het balkje over het percentage 'elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen' groen wordt gekleurd.
Ook voor de bepaling van de jaarlijkse brandstofmix, per leverancier en per leverancierproduct, baseert de VREG zich op het aantal garanties van oorsprong die in totaal werden voorgelegd voor alle inleverperiodes van dit jaar. De precieze werkwijze hiervoor is vastgelegd in BESL-2006-5 (pdf).
Deze jaarlijkse brandstofmix moet verplicht vermeld worden op de facturen aan eindafnemers en is verder ook van belang om een gedeeltelijke vrijstelling van de federale bijdrage te verkrijgen voor de afnemers van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Deze gedeeltelijke vrijstelling wordt bepaald in artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbaredienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt.
Rechtsgrond
De procedure voor toekenning van garanties van oorsprong door de VREG en hun inlevering door leveranciers bij de VREG, ligt vast in artikel 6.1.17 e.v. van het Energiedecreet, voorheen artikel 15bis en volgende van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen (pdf).
De VREG legde daarbij nog nadere procedures vast voor het gebruik van garanties van oorsprong in haar beslissing BESL-2006-5 (pdf). Deze beslissing bevat ook nadere bepalingen in verband met de invoer van garanties van oorsprong uit het buitenland.
Bewijsplicht levering WKK-stroom
Een leverancier die een hoeveelheid elektriciteit levert aan eindafnemers in Vlaanderen als zijnde elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling, moet een overeenkomstige hoeveelheid garanties van oorsprong als bewijsstuk voorleggen aan de VREG.
Een garantie van oorsprong is een bewijsstuk dat aantoont dat 1 megawattuur (MWh) elektriciteit werd opgewekt uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling. In het Vlaams Gewest worden garanties van oorsprong door de VREG uitgereikt aan producenten van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, als onderdeel van een warmtekrachtcertificaat.
Een warmtekrachtcertificaat kan ook worden gebruikt als garantie van oorsprong wanneer dit werd uitgereikt voor elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling die werd geïnjecteerd in het distributie- of transmissienet. Voor elektriciteit die op de site wordt verbruikt of via een directe lijn naar een eindafnemer wordt vervoerd, wordt een warmtekrachtcertificaat uitgereikt dat wordt gemarkeerd als 'ter plaatse gebruikt'. Dit certificaat is dan niet meer bruikbaar als garantie van oorsprong, maar wel nog voor de quotumverplichting warmtekrachtcertificaten als het verder aan de voorwaarden voor aanvaardbaarheid voldoet.
Een warmtekrachtcertificaat kan dus door elektriciteitsleveranciers voor 2 doeleinden worden gebruikt. Beide functies zijn elk eenmalig bruikbaar. Zo circuleren er zowel warmtekrachtcertificaten die aanvaardbaar zijn voor de certificatenverplichting als certificaten die niet aanvaardbaar zijn voor de certificatenverplichting. Er bestaan ook certificaten met en zonder 'garantie van oorsprong'.
In de databank voor de registratie van warmtekrachtcertificaten kan een certificaat dat nog bruikbaar is voor de certificatenverplichting worden herkend aan het symbool X. Een certificaat dat nog bruikbaar is als garantie van oorsprong herkent men aan het symbool Y.
Volgorde voor gebruik van dubbele functie
Om te vermijden dat het warmtekrachtcertificaat aanzien kan worden als exportsteun, legt de wetgeving een volgorde op voor het gebruik van de 2 functies van een warmtekrachtcertificaat. Een warmtekrachtcertificaat wordt daarom volledig uit de handel genomen zodra het werd ingeleverd om te voldoen aan de quotumverplichting voor WKK-certificaten. Het onderdeel 'garantie van oorsprong' is dan ook niet meer bruikbaar.
Daaruit volgt dat beide functies van het warmtekrachtcertificaat enkel kunnen worden gevalideerd wanneer eerst het onderdeel 'garantie van oorsprong' van een warmtekrachtcertificaat wordt gebruikt en het certificaat vervolgens wordt voorgelegd in het kader van de certificatenverplichting. Het certificaat kan worden verhandeld en dus van eigenaar wisselen. Beide functies van het warmtekrachtcertificaat blijven steeds samen op hetzelfde certificaat en zijn op ieder moment eigendom van dezelfde eigenaar.
Het is mogelijk dat partij A het certificaat koopt, de functie 'garantie van oorsprong' ervan gebruikt en vervolgens het certificaat verkoopt aan partij B, waarbij het certificaat nog slechts 1 functie overhoudt. Partij B kan dan het certificaat inleveren om te voldoen aan de certificatenverplichting of het certificaat nog verder verkopen.
Bepaling van het aantal voor te leggen garanties van oorsprong
Voor de maandelijkse bepaling van het aantal door elke leverancier voor te leggen garanties van oorsprong, baseert de VREG zich op afnamegegevens van de klanten die van de betreffende leverancier elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling afnamen in de voorgaande 3 maanden.
De lijst van afnemers van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling wordt door de leveranciers driemaandelijks aan de netbeheerder overgemaakt, ten laatste op de derde werkdag volgend op de maanden van levering. De netbeheerder vult de afnamegegevens van deze maanden aan en berekent de totaal geleverde hoeveelheid elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtinstallaties per leverancier in zijn netgebied en bezorgt deze aan de VREG, ten laatste op de twaalfde werkdag van de maand volgend op de maanden van levering.
De VREG berekent dan het totale aantal voor te leggen garanties van oorsprong per leverancier en maakt deze bekend via de databank.
De procedure en de timing voor leveranciers en netbeheerders werden vastgelegd in de beslissing BESL-2006-5 (pdf).
Voorlegging van garanties van oorsprong
Nadat de VREG het aantal voor te leggen garanties van oorsprong heeft berekend per leverancier, is dit aantal te raadplegen in de databank voor de registratie van warmtekrachtcertificaten. Hiervan wordt iedere leverancier per e-mail op de hoogte gebracht. Gezien de timing van de verschillende voorgaande stappen, vastgelegd in BESL-2006-5 (pdf), gebeurt dit ten vroegste op de twaalfde werkdag van de maand volgend op de leveringsmaanden.
De leverancier moet binnen 10 werkdagen na deze kennisgeving een eventueel tekort aan tot dan toe ingeleverde garanties van oorsprong aanvullen.
In de databank heeft elke leverancier een overzicht van de verschillende 'inleverperiodes', die overeenkomen met de maanden waarin warmte werd geleverd.
- De 'open' inleverperiodes zijn alle toekomstige periodes waarvoor nog garanties van oorsprong kunnen worden voorgelegd.
- De 'afgesloten' inleverperiodes zijn deze waarvoor geen garanties van oorsprong meer kunnen worden voorgelegd.
De periode in afsluiting is de periode waarvoor het aantal voor te leggen garanties van oorsprong berekend is door de VREG, met kennisgeving per e-mail aan elke leverancier. De leverancier kan dan nog garanties van oorsprong inleveren voor deze periode. Deze periode wordt afgesloten 10 werkdagen na deze kennisgeving, waarna er geen garanties van oorsprong meer kunnen worden ingeleverd.
Als een leverancier meer garanties van oorsprong voorlegt dan nodig was voor een bepaalde inleverperiode, wordt het overschot overgedragen naar de volgende inleverperiode, die overeenkomt met de volgende maanden waarin warmte werd geleverd. Dit betekent dat automatisch een transactie wordt geïnitieerd die de over te dragen garanties van oorsprong inlevert voor de volgende inleverperiode (de volgende maanden), voor zover die op dat moment nog niet ouder dan 5 jaar zijn. In dat laatste geval zijn de garanties van oorsprong vervallen en kunnen ze niet meer worden gebruikt.
Resultaten van de inlevering van garanties van oorsprong
De V-TEST baseert zich op deze voorlegging van garanties van oorsprong om te bepalen in welke mate het balkje over het percentage 'elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtinstallaties' groen wordt gekleurd.
Ook voor de bepaling van de jaarlijkse brandstofmix, per leverancier en per leverancierproduct, baseert de VREG zich op het aantal garanties van oorsprong die in totaal werden voorgelegd voor alle inleverperiodes van dit jaar. De precieze werkwijze hiervoor is vastgelegd in BESL-2006-5 (pdf).
Deze jaarlijkse brandstofmix moet verplicht vermeld worden op de facturen aan eindafnemers en is verder ook van belang om een gedeeltelijke vrijstelling van de federale bijdrage te verkrijgen voor de afnemers van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtinstallaties. Deze gedeeltelijke vrijstelling wordt bepaald in artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbaredienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt.
