Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Openbaredienstverplichtingen

Toekenning van een gratis hoeveelheid elektriciteit

In het Energiedecreet worden de netbeheerders verplicht om jaarlijks elke huishoudelijke afnemer in Vlaanderen gratis een bepaalde hoeveelheid elektriciteit te leveren, namelijk 100 kWh per gezin + 100 kWh per gezinslid. Artikel 4.1.1 e.v. van het Energiebesluit, voorheen het besluit van de Vlaamse regering van 14 november 2003 tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning en de verrekening van gratis elektriciteit voor huishoudelijke afnemers (B.S. 26 november 2003), bepaalt dat de leveranciers deze gratis elektriciteit moeten verrekenen op de eindfactuur van de klant.

Raadpleeg voor meer informatie de beslissing van de VREG over de concrete toepassingsvoorwaarden: BESL-2009-277 (PDF)
Vanaf 2008 berekent de VREG de eenheidsprijs voor de gratis hoeveelheid elektriciteit. Klik hier voor meer [informatie] over de berekening van deze eenheidsprijs.

De VREG berekent maandelijks indicatieve jaarprijzen voor een aantal typecategorieën van huishoudelijke afnemers in Vlaanderen. De prijzen van januari zijn de basis voor de berekeningen.

 
Typecategorie
Jaarverbruik (in kWh)
 dagtarief       nachttarief           excl. nacht 

Da (kleine verbruiker)

600

0

0

Db

1.200

0

0

Dc (doorsnee gezin)

1.600

1.900

0

Dc1 (doorsnee gezin)

3.500

0

0

Dd

3.600

3.900

0

De (grote verbruiker, met accumulatieverwarming)

3.600

3.900

12.500

De1 (grote verbruiker, met accumulatieverwarming)

7.500

0

12.500


Bij elke categorie houdt de VREG rekening met de specifieke korting van de gratis hoeveelheid elektriciteit:
gratis elektriciteit (kWh) x eenheidsprijs per kWh.

Typecategorie

Aantal gezinsleden

Gratis hoeveelheid elektriciteit (kWh)

Da

1

100 + (1x 100) = 200

Db

2

100 + (2x 100) = 300

Dc

3

100 + (3x 100) = 400

Dc1

3

100 + (3x 100) = 400

Dd

4

100 + (4x 100) = 500

De

4

100 + (4x 100) = 500

De1

4

100 + (4x 100) = 500


Daarnaast houdt de VREG ook rekening met het relatieve belang van het netgebied en met het marktaandeel van elk geleverd product. Deze resultaten vormen de basis bij de berekening van de eenheidsprijs per kWh voor de jaarlijkse hoeveelheid gratis elektriciteit.

Als we de gewogen gemiddelde prijzen delen door het overeenkomstige jaarverbruik (kWh) krijgen we voor elke typecategorie een bedrag in €/kWh. Dat wordt vermenigvuldigd met het door de Indexcommissie toegekende gewicht, wat het percentage Belgische gezinnen per categorie weerspiegelt. De som van de bekomen getallen is de éénheidsprijs die van toepassing is in het betreffende jaar.

Typecategorie

Huidig gewicht toegekend door de Indexcommissie

Da

2%

Db

14%

Dc

12%

Dc1

32%

Dd

30%

De

10%

De1

0%

 

= 100%


Het resultaat is de eenheidprijs per kWh voor de jaarlijkse hoeveelheid gratis elektriciteit.

Typecategorie

Eenheidsprijs (c€/kWh)
 excl. btw

2008

14,2519

2009

15,4244

2010

14,7386

2011

 15,8210

Ononderbroken toevoer voor huishoudelijke afnemers

Elke distributienetbeheerder staat in zijn gebied in voor de ononderbroken toevoer van elektriciteit of aardgas. Volgens artikel 6.1.2 van het Energiedecreet kan de netbeheerder de toevoer van elektriciteit of aardgas alleen in de volgende gevallen afsluiten:

  • bij een onmiddellijke bedreiging van de veiligheid, zolang die toestand duurt;
  • bij een leegstaande woning;
  • bij fraude van de huishoudelijke afnemer;
  • als de huishoudelijke afnemer geen wanbetaler is en weigert om een leveringscontract te sluiten;
  • als de huishoudelijke afnemer weigert om aan de netbeheerder toegang te geven tot de ruimte waarin de elektriciteits- of aardgasmeter is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor de plaatsing, de inschakeling, de controle of de meteropname van de elektriciteitsmeter, inclusief de budgetmeter voor elektriciteit en de stroombegrenzer of van de aardgasmeter, inclusief de budgetmeter voor aardgas;
  • als de huishoudelijke afnemer weigert om aan de netbeheerder toegang te geven tot de ruimte waarin de budgetmeter voor elektriciteit is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor het uitschakelen van de stroombegrenzer in de budgetmeter voor elektriciteit;
  • als de huishoudelijke afnemer weigert om met de netbeheerder een afbetalingsplan te sluiten of als hij het gesloten afbetalingsplan met de netbeheerder niet naleeft;
  • als het leveringscontract van de huishoudelijke afnemer werd opgezegd om een andere reden dan wanbetaling en als de huishoudelijke afnemer binnen een bepaalde periode geen leveringscontract heeft gesloten, tenzij de betreffende afnemer kan aantonen dat hij geen leveringscontract heeft kunnen sluiten.

Andere openbaredienstverplichtingen

Artikel 4.1.20-22 van het Energiedecreet bepaalt dat de Vlaamse regering de netbeheerders openbaredienstverplichtingen kan opleggen naast degene die in het Energiedecreet zelf staan vermeld. Deze verplichtingen worden nader gepreciseerd in het Energiebesluit.

Ze vallen uiteen in 3 categorieën:

  • verplichtingen met betrekking tot de dienstverlening aan afnemers en aanvragers van een aansluiting;
  • verplichtingen met betrekking tot de dienstverlening aan de leveranciers die toegang hebben op hun net;
  • verplichtingen die te maken hebben met de investeringen, de exploitatie van de openbare verlichting en bijkomende maatregelen van sociale aard.

De sociale energiemaatregelen worden uitvoerig beschreven in het Energiebesluit.

De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn verlenen hun medewerking aan de netbeheerders bij de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen.

Noodleverancier

De noodleverancier of 'supplier of last resort' is de leverancier die elektriciteit en/of aardgas moet leveren aan verbruikers van wie de leverancier in gebreke blijft (bv. als gevolg van een faillissement).
Er bestaat nog geen wettelijke regeling wat de aanduiding betreft van de noodleverancier. De VREG heeft daarom een procedure opgesteld via haar beslissing van 27 mei 2003.

Rationeel Energiegebruik

De Vlaamse regering moedigt Rationeel Energiegebruik (REG) aan. Op basis van artikel 7.5.1. van het Energiedecreet kan de Vlaamse regering openbaredienstverplichtingen opleggen aan leveranciers en netbeheerders. De netbeheerders moeten o.a. jaarlijks elektriciteit besparen aan de hand van een REG-actieplan met sensibiliserende acties en financiële maatregelen (premies). Surf naar www.energiesparen.be voor meer informatie.

Aankoop van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten

  1. Minimumprijs

    Het Energiedecreet verplicht de netbeheerder om groenestroomcertificaten (GSC) en warmtekrachtcertificaten (WKC) op te kopen aan een vaste minimumprijs als de certificaatgerechtigde erom verzoekt. De verplichting is niet van toepassing als:

    • de elektriciteit langer dan 48 maanden voor de verkoop van de overeenstemmende GSC’s en WKC’s werd geproduceerd;
    • de GSC’s en WKC’s niet kunnen worden voorgelegd in het kader van de certificatenverplichting voor de elektriciteitsleveranciers.

    De verplichting wordt opgelegd aan de beheerders van het net waarop de installatie is aangesloten en geldt dus niet voor installaties die in eilandbedrijf werken (dit betekent dat ze op geen enkele manier verbonden is met het net) of voor installaties die op het transmissienet zijn aangesloten.

    De minimumprijs per certificaat (= per MWh) is bepaald in functie van de gebruikte productietechnologie en de datum van indienstname. Voor zonne-energie vindt u de minimumprijs onder http://www.vreg.be/welk-bedrag 
    Voor de andere technologieën vindt u de minimumprijs onder http://www.vreg.be/minimumsteun 

  2. Solidarisering opkoopverplichting

    Met artikel 7.1.6. van het Energiedecreet wordt een solidariteitsmechanisme opgelegd aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders voor de kost van de verplichting tot opkopen van certificaten. De VREG heeft een mededeling opgesteld op 9 december 2009 met de principes en de procedure ter implementatie.

Technische verplichtingen

  • Investeringsplannen

    De netbeheerders moeten elk jaar vóór 1 juli een investeringsplan presenteren aan de VREG. De VREG heeft 3 maanden de tijd om te oordelen of het investeringsplan voldoet aan de verplichtingen opgelegd in het Energiedecreet. Als bijkomende inlichtingen nodig blijken, wordt deze termijn met 3 maanden verlengd.
    Als de VREG vaststelt dat het investeringsplan niet beantwoordt aan de capaciteitsbehoeften, kan ze de netbeheerder verplichten om het plan binnen een redelijke termijn aan te passen.

  • Gasaansluiting en -uitbreiding

    De aardgasdistributienetbeheerder informeert de VREG jaarlijks over de aansluitbaarheidsgraad op zijn net. Volgens het Energiedecreet moet elke aardgasdistributienetbeheerder een aansluitbaarheidsgraad garanderen van minstens:

    • 95% in 2015 en 99% in 2020 in woongebieden zonder landelijk karakter;
    • 95% in 2020 in alle woongebieden.

    De aansluitbaarheidsgraad voor andere gebieden kan door de Vlaamse regering worden vastgelegd na een haalbaarheidsonderzoek.

  • De aardgasdistributienetbeheerder moet ook elk aansluitbaar gebouw aansluiten overeenkomstig de regels van het Technisch Reglement op voorwaarde:

    • dat de nieuwbouw over een geldige bouwvergunning beschikt;
    • dat de bestaande woning hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn;
    • dat bij een woning buiten woongebied onderboring technisch mogelijk is en in het investeringsplan geen dubbelzijdige aanleg gepland wordt.

    De aansluiting mag de klant in bepaalde gevallen (zie artikel 4.1.13 van het Energiedecreet) niet meer dan 250 euro kosten.

    De klanten van de aardgasdistributienetbeheerder hebben ook recht op informatie. Zij moeten in de klantenkantoren en op de website een indicatieve lijst vinden die per gemeente aangeeft in welke straten of bij welke huizen de netbeheerder voorziet om gasleidingen aan te leggen in de 3 volgende jaren.