Nuttige warmte
Een installatie is pas een WKK-installatie als de geproduceerde warmte ook nuttig gebruikt wordt (artikel 1.1.1, §2, 73° Energiebesluit). Er is geen sprake van warmte-krachtkoppeling als de warmte zomaar geloosd wordt in de omgeving. Het is ook niet zo dat elke toepassing die warmte gebruikt nuttig is. Zonder aantoonbaar doel een siervijver verwarmen met een WKK is bijvoorbeeld geen nuttig gebruik van de warmte. U stelt zich best volgende vraag om te beoordelen of iets nuttige warmte is: “Zou ik de warmte van een gewone ketel op dezelfde manier gebruiken?”
De geleverde warmte die verder gebruikt wordt voor de productie van elektrische of mechanische energie wordt ook niet beschouwd als nuttige warmte. Dit kunt u lezen in artikel 6.2.10, §3 van het Energiebesluit. Een voorbeeld hiervan is WKK-warmte in de vorm van stoom die naar een stoomturbine gaat. Het doel van deze turbine is de energie in de stoom om te zetten naar mechanische energie. De stoom die de turbine binnenkomt, zal niet als nuttige warmte mogen meegeteld worden.
De warmte die gebruikt wordt voor de voorbehandeling van brandstof wordt ook niet als nuttige warmte beschouwd. Deze verwarming is wel noodzakelijk, maar het is geen ‘nuttige warmte’ zoals door de wetgeving gedefinieerd.
Voor installaties gevoed met biogas of stortgas moet het energieverbruik van de gaswinning niet afgetrokken worden van de nuttige warmte. De brandstof is het gas en niet de mest of de energiegewassen.
