Btw plichtigheid en praktische toepassing door de netbeheerder
Op 1 april 2008 trad een nieuwe beslissing van de btw-administratie in werking. Hiermee heeft de Belgische btw-administratie haar visie op de verhandeling van groenestroom- (GSC) en warmtekrachtcertificaten (WKC) gewijzigd. Deze beslissing heeft bijgevolg een aantal praktische gevolgen voor het proces van verhandeling van GSC en WKC. In de nieuwsbrief van 29 mei hebben we daarover al bericht.
Hieronder informeert de VREG enerzijds de netbeheerder over hoe zij met deze gewijzigde situatie kunnen omgaan. Anderzijds probeert zij u de nodige informatie te verschaffen om te kunnen uitmaken of u vanaf 1 april 2008 een btw-plichtige verkoper van GSC/WKC bent geworden.
De situatie blijft echter altijd voor interpretatie door de btw-administratie vatbaar. Voor specifieke vragen verwijzen wij u dan ook door naar de btw-administratie.
Ben ik een btw-plichtige verkoper van GSC/WKC?
Iemand wordt btw-plichtig wanneer hij “in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.”
Wanneer u btw-plichtig bent, moet u voldoen aan alle btw-verplichtingen. Dit houdt in dat u uw activiteit moet registreren bij de btw-administratie (aangifte “aanvang van activiteit” (formulier 604 A)). De eigenaar moet dus een btw-aangifte indienen bij het btw-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Het is wel mogelijk om vrijgesteld te worden van de btw-verplichtingen wanneer de jaaromzet kleiner is dan 5.580 euro.
Het begrip “economische activiteit” is hierin cruciaal en dient ruim geïnterpreteerd te worden. Als de persoon/entiteit geregeld groene stroom op het distributienet injecteert en hiervoor GSC ontvangt die vervolgens worden verkocht, dan kan dit al genoeg zijn om een “economische activiteit” te vermoeden. Zeker als wanneer daarnaast een overeenkomst met een leverancier is afgesloten, waarbij de leverancier in periodes waarin meer elektriciteit wordt geproduceerd dan ter plaatse wordt verbruikt, de in het net geïnjecteerde stroom opkoopt.
De vraag die men zich moet stellen is dus: “is het doel van de installatie om een duurzame opbrengst te bekomen uit de verkoop van de groene stroom (en de certificaten)”?
De beoordeling of de exploitatie erop gericht is duurzame opbrengsten te verkrijgen of niet moet geval per geval worden gemaakt. Hierbij moeten alle exploitatieomstandigheden onderzocht worden. Er zijn bijgevolg heel wat elementen die een rol kunnen spelen bij deze beoordeling: aard van het goed, duur van de activiteit, omvang van de activiteit, bedrag van de opbrengsten, …
De uiteindelijke beoordeling is aan de btw-administratie en kan van geval tot geval verschillen. De VREG kan dan ook geen sluitend antwoord bieden op de vraag of iemand btw-plichtig wordt of niet. In de nieuwsbrief van 29 mei werden wel enkele vuistregels gesuggereerd:
Particulieren met een groenestroominstallatie waarvan de productiecapaciteit niet betekenisvol hoger is dan het eigen verbruik (in het algemeen kan dit worden gelijkgesteld met de PV-installaties met een productiecapaciteit tot 10 kW, die over een compenserende teller beschikken), worden niet btw-plichtig;
Eigenaars van installaties die substantieel meer produceren dan hun eigen verbruik, worden btw-plichtig bij het verhandelen van certificaten, maar worden vrijgesteld van de btw-verplichtingen voor zover de jaaromzet verbonden aan de exploitatie van de installatie niet meer dan 5.580 euro bedraagt;
Eigenaars van installaties die meer produceren dan hun eigen verbruik en die een jaaromzet genereren van meer dan 5.580 euro, worden btw-plichtig en moeten voldoen aan alle btw-verplichtingen. Dit komt overeen met installaties met een productiecapaciteit boven 10 kW, met uitzondering van diegenen die onder punt 2 vallen. De grens van 10 kW is enkel een indicatief element
In dat laatste geval kan één van de volgende 2 situaties van toepassing zijn:
U hebt al een btw-nummer
Het btw-plichtig worden voor de verkoop van GSC/WKC op zich brengt enkel administratieve lasten met zich mee voor u als eigenaar van een groenestroom- of warmtekrachtinstallatie. Verder zijn de gevolgen beperkt. Vaak heeft u als btw-plichtige verkoper van GSC/WKC al een btw-nummer aangezien u ook voor de verkoop van de opgewekte stroom in het verleden al btw-plichtig was. In dat geval volstaat het om een factuur op te stellen bij de verkoop van de GSC met vermelding van uw btw-nummer. De netbeheerder zal dan een bedrag van bijvoorbeeld 450 euro + 94,50 euro betalen. De 94,50 euro moet u vervolgens overmaken. De netto-opbrengst blijft voor u dus identiek.
U hebt nog geen btw-nummer
Wanneer de persoon/entiteit nog geen btw-nummer heeft en nog geen btw-boekhouding voert kan best ten rade worden gegaan bij de btw-administratie, zeker als de omzet van de entiteit/bedrijf groter is dan 5580 euro per jaar en/of wanneer er een verkoopsovereenkomst voor de geïnjecteerde groene stroom werd afgesloten met een elektriciteitsleverancier. De kans is in dat geval immers groot dat er een btw-nummer zal moeten aangevraagd worden en een btw-boekhouding zal moeten gevoerd worden.
Hoe kan de netbeheerder omgaan met de nieuwe situatie?
De netbeheerder wordt door de nieuwe situatie btw-plichtig voor de verkoop van GSC/WKC en zal 21% btw moeten aanrekenen indien de verkoop in België plaats vindt voor btw-doeleinden. Daarnaast is de netbeheerder vanaf 1 april 2008 verplicht 21% btw te betalen, bovenop de wettelijk vastgelegde minimumprijs, wanneer hij GSC/WKC aankoopt van een btw-plichtige producent. Dit is meer specifiek het geval bij de betaling van de 450 euro voor GSC afkomstig van PV-installaties. Hoe kan u dit als netbeheerder makkelijk in praktijk brengen?
Uitbetalingen sinds 1 april 2008
Als u sinds 1 april 2008 groenestroomcertificaten hebt uitbetaald, bestaat de kans dat bepaalde eigenaars van GSC/WKC die in de gewijzigde situatie btw-plichtig geworden zijn, u alsnog een factuur met btw en vermelding van het btw nummer opsturen. U had aan deze verkoper dus 450 euro + 94,5 euro moeten overmaken in plaats van de reeds overgemaakte 450 euro. Het gevolg hiervan kan zijn dat er gewerkt moet worden met een creditnota en dat de boeking op basis van de factuur als boekhoudstuk moet gebeuren.
Van wie kan u een factuur verwachten?
Voor de meeste particulieren (PV-installaties kleiner dan 10 kW met compenserende teller) die hun GSC/WKC verkopen zal er niets veranderen. Zij zullen niet btw-plichtig worden voor de verkoop van GSC/WKC of zullen van een vrijstelling
(1) kunnen genieten. De uitbetaling van de GSC/WKC aan deze producenten kan dus blijven doorgaan zoals voorheen.
De meeste bedrijven (omzet > 5.580 euro) of particulieren met grote installaties (met injectiepunt en omzet > 5.580 euro) zullen wel btw-plichtig geworden zijn en zouden u dus in de toekomst bij het verkopen van GSC/WKC een factuur moeten bezorgen. (voor meer info: zie bovenaan) Dit kan voor u een bijkomende administratieve last met zich meebrengen. Als VREG kunnen wij niet nagaan welke bedrijven/particulieren btw-plichtig geworden zijn. Het is aan de btw-administratie om zich hierover uit te spreken of eventuele controles dienaangaande te doen. Het is dus best mogelijk dat iemand btw-plichtig is geworden en u toch geen factuur opstuurt.
U kunt er eventueel voor opteren de partijen waarvan u vermoedt dat ze btw-plichtig kunnen geworden zijn, te contacteren met de vraag of zij van plan zijn u in de toekomst een factuur te bezorgen voor de verkoop van GSC/WKC. Op die manier weet u bij welke partijen u de uitbetaling best uitstelt tot na ontvangst van een factuur, om te vermijden dat de boekhoudkundige verwerking in complexiteit toeneemt.
Werking van de databank
De databank van de VREG blijft exclusief btw en moet op dezelfde manier als vroeger gebruikt worden.
In de databank kan u er in grote lijnen van uitgaan dat de eigenaars van installaties waarvan de naam enkel begint met PV, zijnde de installaties kleiner dan 10 kW, niet btw-plichtig zullen zijn (geworden). De eigenaars van een installatie waarvan de naam begint met PVZG zullen dit vermoedelijk wel geworden zijn of waren het al.
Betaling
Als netbeheerder betaalt u nog steeds 450 euro aan (niet btw-plichtige) eigenaars van zonnepanelen. Van btw-plichtigen zal u een factuur ontvangen waarin gevraagd zal worden een bedrag van 450 + 94,5 = 544,5 euro te betalen. In de databank verandert dit niets. Bij de betreffende transacties zal nog altijd een prijs van 450 euro per certificaat worden weergegeven. De 94,5 euro btw moet u wel betalen, maar kan u naderhand weer aftrekken (100% recht op aftrek, terug te vorderen btw).
Wanneer u zelf een verkoop doet van de aangekochte certificaten aan bijvoorbeeld 120 euro per certificaat, dan zal u aan de leverancier een factuur moeten overmaken van 120 + 25,20 = 145,20 euro. De leverancier zal u dus 25,20 euro overmaken, die u op uw beurt aan de btw-administratie moet overmaken (te betalen btw).
Het verschil tussen te betalen en terug te vorderen btw zal u jaarlijks van de belastingen kunnen recupereren of aan de belastingen moeten betalen. Netto zal u van deze nieuwe regeling dus geen nadelen ondervinden.
(1) Vrijstellingsregeling: De btw-plichtige waarvan de jaaromzet niet meer dan 5.580 EURO bedraagt, kan een btw-vrijstelling genieten. De eigenaar moet in dit geval een btw-aangifte indienen bij het btw-controlekantoor waaronder hij ressorteert . Voor zover de jaaromzet verbonden aan de exploitatie van de installatie niet meer dan 5.580 EURO bedraagt, worden de eigenaars ervan dus vrijgesteld van de btw-verplichtingen.