Energiedecreet

De decretale basis van het Vlaams energiebeleid is terug te vinden in het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid of “het Energiedecreet”.

Het Energiedecreet trad in werking op 1 januari 2011.

Het werd sinds 2011 al verschillende malen aangevuld en gewijzigd. Het werd  onder meer gewijzigd krachtens volgende decreten:

Energiefraude kan verschillende vormen aannemen, maar heeft steeds als gevolg dat andere energieconsumenten rechtstreeks (bijvoorbeeld bij aftapping van elektriciteit) of onrechtstreeks (bijvoorbeeld via de distributienettarieven of de energiekosten van de leveranciers bij onrechtmatig verkregen groenestroomcertificaten) worden benadeeld. In sommige gevallen komt ook de eigen veiligheid of de veiligheid van anderen in het gedrang. daarom worden, krachtens dit decreet, maatregelen geïntroduceerd ter voorkoming, detectie, vaststelling en betreffing van energiefraude.

Dit decreet voorziet in de invoering van een heffing op de afnamepunten van elektriciteit ten behoeve van het Energiefonds, waaruit o.a. de VREG gefinancierd wordt.

Meer informatie
Zie amendementen 15 (in stuk 4) , 18 en 19 (stuk 5)

Het decreet omvat de invoering van enkele vergoedingsplichten voor de netbeheerders voor elektriciteit en aardgas, ten aanzien van distributienetgebruikers. Het decreet tracht een oplossing te bieden voor de netgebruikers die, geconfronteerd met een langdurige stroomonderbreking of laattijdige (her)aansluiting, er niet in slagen om op basis van de bestaande aansprakelijkheidsregimes enige compensatie of schadevergoeding te ontvangen.

Het decreet dient in eerste instantie om uitvoering te geven aan de uitspraak van het Grondwettelijk Hof van 30 oktober 2012 in de zaak die de nv Stora Enso Langerbrugge had ingesteld tegen artikel 5, 6, 7 en 10 van het decreet van 6 mei 2011 en tegen artikel 38 en 39 van het decreet van 8 juli 2011. Het Hof stelde in het arrest nr. 135/2012 vast dat het feit, dat voor installaties aangesloten op het distributienet er wel, maar voor installaties aangesloten op het transmissienet er geen minimumsteun voor groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten is voorzien, een discriminerende lacune in de decreetgeving betreft. Het Hof besliste de gevolgen van de vernietigde bepalingen te handhaven tot 1 juli 2013.

Bij decreet van 13 juli 2012 werden de steunmechanismen voor milieuvriendelijke energie al hervormd (decreet van 13 juli 2012 houdende wijziging van het energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke energieproductie, B.S. 20 juli 2012, in werking 30 juli 2012).

Er wordt in het decreet voorzien om aan het certificatensysteem een aantal belangrijke bijsturingen aan te brengen teneinde de steunverlening beter af te stemmen op de steun die nodig is om het project voldoende rendabel te maken, o.a. door eindigheid van de certificatensteun, de invoering van ‘banding’ en het ontdubbelen van de functies steun en garantie van oorsprong.

In dit kader moest men rekening houden met de volgende elementen:

  • betere afstemming van de ondersteuning op de onrendabele top waardoor de kostenefficiëntie kan verhoogd worden;
  • maximaal de investeringszekerheid en de marktwerking bevorderen;
  • een eerlijke verdeling van de kosten waarbij rekening wordt gehouden met de impact op alle verbruikers en op de economie.

Het decreet van 13 juli 2012 voorzag in de inwerkingtreding van het hervormde steunsysteem vanaf 1 januari 2013.

Bij de voorbereiding van de concrete implementatie van het gewijzigde decretale kader voor de steunmechanismen voor milieuvriendelijke energie, is vastgesteld dat het nog een aantal technische onvolkomenheden bevat. Met het voorliggende wijzigingsdecreet worden in tweede instantie o.a. deze lacunes aangevuld. Tevens wordt van de gelegenheid gebruikgemaakt om ook een aantal andere wijzigingen aan het Energiedecreet aan te brengen.

Parlementaire voorbereiding

Dit decreet wijzigt onder andere de voorwaarden voor en de duur van de toekenning van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten. Voortaan wordt hierbij nog meer rekening gehouden met de onrendabele toppen van de diverse technologieën voor het opwekken van groene stroom. Ook de minimumprijs die de netbeheerder betaalt voor groenestroomcertificaten wordt aangepast. Verder zullen garanties van oorsprong vanaf 2013 afzonderlijk van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten worden toegekend. Ook de boeteprijs voor het niet-naleven van de quotumverplichting en de hoogte van het quotum verandert.

Parlementaire voorbereiding

Naast een aantal tekstverbeteringen aangebracht aan het energiedecreet, wordt middels deze decreetswijziging de voorrechten van de netbeheerders, in de vorm van wettelijke erfdienstbaarheden, uit de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening  en uit de wet van 17 januari 1938 (m.b.t. gasdistributie) in het Energiedecreet opgenomen. De wetten van 1925 en 1938 zijn hiermee, voor Vlaanderen, volledig opgeheven. Naast de incorporatie van de voorrechten voor de netbeheerders in het Energiedecreet, werd ook een procedure voor uitoefening van deze voorrechten, evenals een vergoedingsregeling en een regeling voor de verplaatsing van lijnen en leidingen.

Vervolgens is ook een rechtsgrond voor onteigening door de netbeheerder ingevoegd.

Tenslotte werd het gebruik van het openbaar domein door de netbeheerder, wat betreft leidingen en lijnen voor distributie van aardgas en elektriciteit, fundamenteel hervormd. De principes uit de Elektriciteitswet van 10 maart 1925 werden grotendeels behouden, maar gemoderniseerd, en de procedure werd gestroomlijnd.

Dit betreft een aanpassing van de EPB-regelgeving.

Bij dit decreet worden de bedragen van administratieve sancties, die opgelegd kunnen worden door het Vlaams Energieagentschap, gewijzigd. Het betreft een wijziging van art. 13.4.10 van het Energiedecreet.

Parlementaire voorbereiding Vlaams parlement

Parlementaire voorbereiding Vlaams parlement

MEER INFO

Parlementaire voorbereiding Vlaams parlement

MEER INFO

Parlementaire voorbereiding Vlaams parlement

MEER INFO

Bij dit decreet werd een plicht ingevoerd voor de distributienetbeheerders om injectie van groene stroom en stroom uit WKK op het distributienet kosteloos te laten plaatsvinden.

Het voegde daartoe een artikel 4.1.22/1 in het Energiedecreet in, dat op 30 januari 2011 in werking trad.

Artikel 4.1.22/1 van het Energiedecreet riep vragen op voor de concrete toepassing ervan door de distributienetbeheerders en producenten. Daarom heeft de VREG terzake een mededeling opgesteld.

Parlementaire voorbereiding Vlaams parlement

Dit decreet wijzigt enkele bepalingen inzake het Energiefonds en het Fonds ter reductie van de globale energiekost, en zet een wetstechnische fout recht met betrekking tot de regeling inzake installaties voor zonne-energie.

Parlementaire voorbereiding Vlaams parlement

Vreg is de Vlaamse regulator van de elektriciteits- en gasmarkt
Heeft u een vraag? Mail of bel 1700