Groenestroomproducenten - Installaties - Aansluiting op het distributienetwerk
Algemeen gesteld dient een aanvrager van de aansluiting " de noodzakelijke kosten" te dragen voor de aansluiting op het distributienet van een installatie voor de productie van groene stroom op het meest aangewezen aansluitingspunt.
Hieraan is echter steeds een regeling gekoppeld die de verdeling van de aansluitingskosten over de afnemer en de netbeheerder in voorkomend geval in het voordeel van de producent van energie uit hernieuwbare energiebronnen bewerkstelligt. De regeling is als volgt: onafhankelijk van het uiteindelijk bepaalde aansluitpunt, zijn de kosten voor een aansluiting op het net van een productie-installatie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen beperkt tot de aansluitkosten die verschuldigd zouden zijn bij de aansluiting op het dichtstbijzijnde punt van het bestaande net:
- met een spanning van minder dan 1kV - als het aansluitvermogen kleiner is dan 250 kV;
- met een spanning groter dan of gelijk aan 1 kV en kleiner dan 30 kV - als het aansluitvermogen groter is of gelijk aan 250 kV;
- op een spanningsniveau van 30 kV of meer - als het aansluitvermogen 25 MVA of meer bedraagt.
Het verschil tussen de te betalen aansluitingskost en de werkelijke aansluitingskost moet gedragen worden door de netbeheerder op wiens net de aansluiting uiteindelijk wordt gerealiseerd. Deze kosten kunnen dan door die netbeheerder worden ingebracht in de tariefvoorstellen als kosten ten gevolge van de uitvoering van een openbaredienstverplichting.
De aansluiting moet verder voldoen aan de voorwaarden in het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.









