Leveranciers - Openbaredienstverplichtingen - Bewijsplicht levering WKK-stroom
Een leverancier die een hoeveelheid elektriciteit levert aan eindafnemers in Vlaanderen als zijnde elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling, moet een overeenkomstige hoeveelheid garanties van oorsprong als bewijsstuk voorleggen aan de VREG.
Een garantie van oorsprong voor WKK is een bewijsstuk dat aantoont dat 1 megawattuur (MWh) elektriciteit werd opgewekt uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling. In het Vlaams Gewest worden garanties van oorsprong door de VREG uitgereikt aan eigenaars van warmtekrachtinstallaties, als onderdeel van een warmtekrachtcertificaat.
Een warmtekrachtcertificaat kan ook worden gebruikt als garantie van oorsprong wanneer dit werd uitgereikt voor elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling, die werd geïnjecteerd in het distributie- of transmissienet. Voor elektriciteit die op de site wordt verbruikt of via een directe lijn naar een eindafnemer wordt vervoerd, wordt een warmtekrachtcertificaat uitgereikt dat wordt gemarkeerd als 'ter plaatse gebruikt'. Dit certificaat is dan niet meer bruikbaar als garantie van oorsprong, maar wel nog voor de quotumverplichting warmtekrachtcertificaten indien het verder aan de voorwaarden voor aanvaardbaarheid voldoet.
Een warmtekrachtcertificaat bevat dus twee functies, en kan door elektriciteitsleveranciers voor volgende twee doeleinden worden gebruikt:
- als garantie van oorsprong om te voldoen aan de bewijsplicht voor de levering van WKK-stroom
- om te voldoen aan de quotumverplichting warmtekrachtcertificaten
Beide functies van een warmtekrachtcertificaat zijn elk eenmalig bruikbaar. Zo circuleren er zowel warmtekrachtcertificaten die aanvaardbaar zijn voor de certificatenverplichting als certificaten die niet aanvaardbaar zijn voor de certificatenverplichting, en zowel certificaten met als zonder 'garantie van oorsprong'.
In de databank voor de registratie van warmtekrachtcertificaten, kan een certificaat dat nog bruikbaar is voor de certificatenverplichting, worden herkend aan een symbool. Een certificaat dat nog bruikbaar is als garantie van oorsprong herkent men aan een ander symbool.
Volgorde voor gebruik van beide functies
Om te vermijden dat het warmtekrachtcertificaat aanzien kan worden als exportsteun, legt de wetgeving een volgorde op voor het gebruik van de twee functies van een warmtekrachtcertificaat. Een warmtekrachtcertificaat wordt daarom volledig uit de handel genomen zodra het werd ingeleverd om te voldoen aan de quotumverplichting voor WKK-certificaten. Het onderdeel 'garantie van oorsprong' is dan ook niet meer bruikbaar.
Daaruit volgt dat beide functies van het warmtekrachtcertificaat enkel kunnen worden gevalideerd wanneer eerst het onderdeel 'garantie van oorsprong' van een warmtekrachtcertificaat wordt gebruikt, en het certificaat vervolgens wordt voorgelegd in het kader van de certificatenverplichting.
Het certificaat kan worden verhandeld en dus van eigenaar wisselen. Beide functies van het warmtekrachtcertificaat blijven steeds samen op hetzelfde certificaat, en zijn op ieder moment eigendom van één en dezelfde eigenaar.
Het is mogelijk dat partij A het certificaat koopt, de functie 'garantie van oorsprong' ervan gebruikt, en vervolgens het certificaat verkoopt aan partij B, waarbij het certificaat nog slechts één functie overhoudt. Partij B kan dan het certificaat inleveren om te voldoen aan de certificatenverplichting, of het certificaat nog verder verkopen.
Bepaling van het aantal voor te leggen garanties van oorsprong
Voor de driemaandelijkse bepaling van het aantal voor te leggen garanties van oorsprong door iedere leverancier, gaat de VREG uit van afnamegegevens van de klanten die van de betreffende leverancier elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling afnamen in de voorgaande 3 maanden.
De lijst van afnemers van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling wordt door de leveranciers driemaandelijks aan de netbeheerder overgemaakt, ten laatste op de derde werkdag volgend op de maanden van levering. De netbeheerder vult de afnamegegevens van deze maanden aan en berekent de totaal geleverde hoeveelheid elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtinstallaties per leverancier in zijn netgebied, en bezorgt deze aan de VREG, ten laatste op de twaalfde werkdag van de maand volgend op de maanden van levering.
De VREG berekent dan het totale aantal voor te leggen garanties van oorsprong per leverancier en maakt deze bekend via de databank (http://certificatenbeheer.vreg.be).
De procedure en de timing voor leveranciers en netbeheerders zullen nader worden vastgelegd in een beslissing.
Voorlegging van garanties van oorsprong
Nadat de VREG het aantal voor te leggen garanties van oorsprong voor WKK heeft berekend per leverancier, is dit aantal te raadplegen in de databank voor de registratie van warmtekrachtcertificaten. Hiervan wordt iedere leverancier per e-mail op de hoogte gebracht. Gezien de timing van de verschillende voorgaande stappen gebeurt dit ten vroegste op de twaalfde werkdag van de maand volgend op de leveringsmaanden.
De leverancier moet binnen 10 werkdagen na deze kennisgeving een eventueel tekort aan tot dan toe ingeleverde garanties van oorsprong aanvullen.
In de databank heeft elke leverancier een overzicht van de verschillende 'inleverperiodes', die overeenkomen met de maanden waarin stroom uit kwalitatieve warmtekrachtinstallaties werd geleverd.
De 'open' inleverperiodes zijn alle toekomstige periodes waarvoor nog garanties van oorsprong kunnen worden voorgelegd.
De 'afgesloten' inleverperiodes zijn deze waarvoor geen garanties van oorsprong meer kunnen worden voorgelegd.
De periode in afsluiting is de periode waarvoor het aantal voor te leggen garanties van oorsprong berekend is door de VREG, met kennisgeving per e-mail aan elke leverancier, De leverancier kan dan nog garanties van oorsprong inleveren voor deze periode. Deze periode wordt afgesloten 10 werkdagen na deze kennisgeving, waarna er geen garanties van oorsprong meer kunnen worden ingeleverd.
Als een leverancier meer garanties van oorsprong voorlegt dan nodig was voor een bepaalde inleverperiode, wordt het overschot overgedragen naar de volgende inleverperiode, die overeenkomt met de volgende maand waarin stroom uit kwalitatieve warmtekrachtinstallaties werd geleverd. Dit betekent dat automatisch een transactie wordt geïnitieerd die de over te dragen garanties van oorsprong inlevert voor de volgende inleverperiode (de volgende maand), voor zover die op dat moment nog niet ouder dan 5 jaar zijn. In dat laatste geval zijn de garanties van oorsprong vervallen en kunnen ze niet meer worden gebruikt.
Resultaten van de inlevering van garanties van oorsprong
De VREG-leveranciersvergelijking baseert zich op deze voorlegging van garanties van oorsprong om te bepalen in welke mate het balkje over het percentage 'elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling' blauw wordt gekleurd.
Ook voor de bepaling van de jaarlijkse brandstofmix, per leverancier en per leverancierproduct, baseert de VREG zich op het aantal garanties van oorsprong die in totaal werden voorgelegd voor alle inleverperiodes van dit jaar, vanaf het leveringsjaar 2007. De precieze werkwijze hiervoor zal worden vastgelegd bij beslissing.
Deze jaarlijkse brandstofmix moet verplicht vermeld worden op de facturen aan eindafnemers, en is verder ook van belang om een gedeeltelijke vrijstelling van de federale bijdrage te verkrijgen voor de afnemers van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Deze gedeeltelijke vrijstelling wordt bepaald in artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbaredienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt.









