Leveranciers - Openbaredienstverplichtingen - Bewijsplicht levering groene stroom
Een leverancier die een hoeveelheid elektriciteit levert aan eindafnemers in Vlaanderen als zijnde elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, moet een overeenkomstige hoeveelheid garanties van oorsprong als bewijsstuk voorleggen aan de VREG.
Een garantie van oorsprong is een bewijsstuk dat aantoont dat 1 megawattuur (MWh) elektriciteit werd opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. In het Vlaams Gewest worden garanties van oorsprong door de VREG uitgereikt aan producenten van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, als onderdeel van een groenestroomcertificaat.
Een groenestroomcertificaat kan ook worden gebruikt als garantie van oorsprong wanneer dit werd uitgereikt voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, die werd geïnjecteerd in het distributie- of transmissienet. Voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die op de site wordt verbruikt of via een directe lijn naar een eindafnemer wordt vervoerd, wordt een groenestroomcertificaat uitgereikt dat wordt gemarkeerd als 'ter plaatse gebruikt'. Dit groenestroomcertificaat is dan niet meer bruikbaar als garantie van oorsprong, maar wel nog voor de quotumverplichting groenestroomcertificaten.
Een groenestroomcertificaat bevat dus twee functies en kan door elektriciteitsleveranciers voor volgende twee doeleinden worden gebruikt:
- als garantie van oorsprong om te voldoen aan de bewijsplicht voor de levering van groene stroom
- om te voldoen aan de quotumverplichting groenestroomcertificaten
Beide functies van een groenestroomcertificaat zijn elk eenmalig bruikbaar. Zo circuleren er zowel groenestroomcertificaten die aanvaardbaar zijn voor de certificatenverplichting als certificaten die niet aanvaardbaar zijn voor de certificatenverplichting, en zowel certificaten met als zonder 'garantie van oorsprong'.
In de databank voor de registratie van groenestroomcertificaten, kan een certificaat dat nog bruikbaar is voor de certificatenverplichting, worden herkend aan het onderstaand symbool:
Een certificaat dat nog bruikbaar is als garantie van oorsprong herkent men aan het onderstaand symbool:
Volgorde voor gebruik van beide functies
Om te vermijden dat het groenestroomcertificaat aangezien kan worden als exportsteun, legt de wetgeving een volgorde op voor het gebruik van de twee functies van een groenestroomcertificaat. Een groenestroomcertificaat wordt daarom volledig uit de handel genomen zodra het werd ingeleverd om te voldoen aan de certificatenverplichting van de elektriciteitsleveranciers in het kader van artikel 23 van het Elektriciteitsdecreet. Het onderdeel 'garantie van oorsprong' is dan ook niet meer bruikbaar.
Daaruit volgt dat beide functies van het groenestroomcertificaat enkel kunnen worden gevalideerd wanneer eerst het onderdeel 'garantie van oorsprong' van een groenestroomcertificaat wordt gebruikt en het certificaat vervolgens wordt voorgelegd in het kader van de certificatenverplichting.
Het certificaat kan worden verhandeld en dus van eigenaar wisselen. Beide functies van het groenestroomcertificaat blijven steeds samen op hetzelfde certificaat, en zijn op ieder moment eigendom van één en dezelfde eigenaar.
Het is mogelijk dat partij A het certificaat koopt, de functie 'garantie van oorsprong' ervan gebruikt, en vervolgens het certificaat verkoopt aan partij B, waarbij het certificaat nog slechts één functie overhoudt. Partij B kan dan het certificaat inleveren om te voldoen aan de certificatenverplichting, of het certificaat nog verder verkopen.
Niet-Vlaamse garanties van oorsprong
Ook in andere Europese landen reiken bevoegde instanties garanties van oorsprong uit voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, in uitvoering van de Europese Richtlijn 2001/77/EG. Een dergelijke garantie van oorsprong kan naar het Vlaamse systeem worden geïmporteerd onder de vorm van een groenestroomcertificaat dat niet aanvaardbaar is voor de certificatenverplichting, maar wel als garantie van oorsprong geldt.
Onder welke voorwaarden kunnen niet-Vlaamse certificaten in Vlaanderen worden gebruikt als garanties van oorsprong?
Voor de levering van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die niet in het Vlaams Gewest is geproduceerd, kunnen enkel garanties van oorsprong worden ingediend die zijn aangemaakt door een instantie die lid is van de Association of Issuing Bodies (AIB) in het European Energy Certification System (EECS), en die specifiek is ingeschreven bij AIB als 'Issuing Body' (uitreikende instantie) voor garanties van oorsprong voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen.
De website van AIB is toegankelijk via http://www.aib-org.net.
Op de ledenlijst van AIB komen enkel de partijen met vermelding 'RES-GO' ('Renewable Energy Sources – Guarantee of Origin') in aanmerking als instantie die voor de VREG aanvaardbare garanties van oorsprong uitreikt, en die op haar beurt ook de garanties van oorsprong aanvaardt die door de VREG zijn uitgereikt.
Deze garanties van oorsprong moeten dan naar het Vlaams Gewest worden ingevoerd volgens het protocol vastgelegd door AIB in 'The Principles and Rules of Operation of Members of the Association of Issuing Bodies for The European Energy Certification System' (te raadplegen op de website van AIB), verder aangevuld met het specifieke Domeinprotocol voor Vlaanderen. Dit specifieke domeinprotocol voor Vlaanderen werd gepubliceerd als bijlage bij BESL-2006-5 (pdf) van de VREG, met betrekking tot de vastlegging van de nadere technische regels wat betreft het gebruik van groenestroomcertificaten als garantie van oorsprong.
Procedure voor import van niet-Vlaamse garanties van oorsprong
- De verkopende partij, dit is de partij die garanties van oorsprong wil uitvoeren vanuit een certificatendatabank buiten Vlaanderen naar de databank van de VREG, richt zich hiervoor tot de 'Issuing Body' (de uitreikende instantie) van de garanties van oorsprong in het land of de regio van oorsprong. Hierbij heeft hij de unieke code van de aankoper in de databank van de VREG nodig. De aankoper kan zijn eigen unieke code raadplegen wanneer hij is aangemeld in de databank voor de registratie van groenestroomcertificaten bij de VREG, op de pagina 'mijn info', bij 'EAN-code'. Deze code is een specifieke code ter identificatie van iedere geregistreerde gebruiker in de databank van de VREG, die de Issuing Body van de regio van herkomst van de garanties van oorsprong in staat stelt de aankopende partij op te sporen en te herkennen.
- In de databank van de exporterende Issuing Body wordt de transactie geïnitieerd, en wordt een geprotocolleerd bericht naar de databank van de VREG verstuurd. Als in dit stadium deze importoperatie technisch kan worden aanvaard, wordt deze zichtbaar in de databank van de VREG in het overzicht 'Import goedkeuren' met status 'import aangevraagd'. De aankoper wordt hiervan per e-mail op de hoogte gebracht.
- Vervolgens moet de aankoper zijn akkoord nog geven over deze import: hij moet zijn import goedkeuren in de databank van de VREG. Hierna krijgt de transactie in de VREG-databank de status 'import goedgekeurd' en ziet de aankopende partij de garanties van oorsprong onmiddellijk op zijn rekening in de VREG-databank verschijnen.
Bepaling van het aantal voor te leggen garanties van oorsprong
Voor de maandelijkse bepaling van het aantal voor te leggen garanties van oorsprong door iedere leverancier, gaat de VREG uit van afnamegegevens van de klanten die van de betreffende leverancier elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen afnamen in de voorgaande maand.
De lijst van afnemers van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen wordt door de leveranciers maandelijks aan de netbeheerder overgemaakt, ten laatste op de derde werkdag volgend op de maand van levering. De netbeheerder vult de afnamegegevens van deze maand aan en berekent de totaal geleverde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen per leverancier in zijn netgebied, en bezorgt deze aan de VREG, ten laatste op de twaalfde werkdag van de maand volgend op de maand van levering.
De VREG berekent dan het totale aantal voor te leggen garanties van oorsprong per leverancier en maakt deze bekend via de databank (http://certificatenbeheer.vreg.be).
De procedure en de timing voor leveranciers en netbeheerders werden vastgelegd in de beslissing BESL-2006-5 (pdf).
Voorlegging van garanties van oorsprong
Nadat de VREG het aantal voor te leggen garanties van oorsprong heeft berekend per leverancier, is dit aantal te raadplegen in de databank voor de registratie van groenestroomcertificaten. Hiervan wordt iedere leverancier per e-mail op de hoogte gebracht. Gezien de timing van de verschillende voorgaande stappen, vastgelegd in BESL-2006-5 (pdf), gebeurt dit ten vroegste op de twaalfde werkdag van de maand volgend op de leveringsmaand.
De leverancier moet binnen 10 werkdagen na deze kennisgeving een eventueel tekort aan tot dan toe ingeleverde garanties van oorsprong aanvullen.
In de databank heeft elke leverancier een overzicht van de verschillende 'inleverperiodes', die overeenkomen met de maanden waarin groene stroom werd geleverd.
De 'open' inleverperiodes zijn alle toekomstige periodes waarvoor nog garanties van oorsprong kunnen worden voorgelegd.
De 'afgesloten' inleverperiodes zijn deze waarvoor geen garanties van oorsprong meer kunnen worden voorgelegd.
De periode in afsluiting is de periode waarvoor het aantal voor te leggen garanties van oorsprong berekend is door de VREG, met kennisgeving per e-mail aan elke leverancier. De leverancier kan dan nog garanties van oorsprong inleveren voor deze periode. Deze periode wordt afgesloten 10 werkdagen na deze kennisgeving, waarna er geen garanties van oorsprong meer kunnen worden ingeleverd.
Als een leverancier meer garanties van oorsprong voorlegt dan nodig was voor een bepaalde inleverperiode, wordt het overschot overgedragen naar de volgende inleverperiode, die overeenkomt met de volgende maand waarin groene stroom werd geleverd. Dit betekent dat automatisch een transactie wordt geïnitieerd die de over te dragen garanties van oorsprong inlevert voor de volgende inleverperiode (de volgende maand), voor zover die op dat moment nog niet ouder dan 5 jaar zijn. In dat laatste geval zijn de garanties van oorsprong vervallen en kunnen ze niet meer worden gebruikt.
Resultaten van de inlevering van garanties van oorsprong
De VREG-leveranciersvergelijking baseert zich op deze voorlegging van garanties van oorsprong om te bepalen in welke mate het balkje over het percentage 'elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen' groen wordt gekleurd.
Ook voor de bepaling van de jaarlijkse brandstofmix, per leverancier en per leverancierproduct, baseert de VREG zich op het aantal garanties van oorsprong die in totaal werden voorgelegd voor alle inleverperiodes van dit jaar. De precieze werkwijze hiervoor is vastgelegd in BESL-2006-5 (pdf).
Deze jaarlijkse brandstofmix moet verplicht vermeld worden op de facturen aan eindafnemers, en is verder ook van belang om een gedeeltelijke vrijstelling van de federale bijdrage te verkrijgen voor de afnemers van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Deze gedeeltelijke vrijstelling wordt bepaald in artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbaredienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt.
Rechtsgrond
De procedure voor toekenning van garanties van oorsprong door de VREG en hun inlevering door leveranciers bij de VREG, ligt vast in artikel 15bis en volgende van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen (pdf).
De VREG legde daarbij nog nadere procedures vast voor het gebruik van garanties van oorsprong in haar beslissing BESL-2006-5 (pdf). Deze beslissing bevat ook nadere bepalingen in verband met de invoer van garanties van oorsprong uit het buitenland.









