Het Elektriciteitsdecreet
Het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
Dit decreet werd gewijzigd door onder meer:
1) Decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 (B.S. 30 december 2009)
Krachtens artikel 100 van dit decreet, onder “HOOFDSTUK VII. - Datum indienstname installaties voor zonne-energie”, wordt artikel 25ter, § 1, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin: « Voor iedere installatie voor zonne-energie waar uit het verslag van het gelijkvormigheidsonderzoek of de controle van de technische installaties zoals beschreven in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, blijkt dat deze grotendeels geïnstalleerd was in 2009, maar nog niet operationeel, en uit een tweede keuring voor 1 maart 2010 blijkt dat ze volledig is geïnstalleerd, en niet is vergroot in vermogen ten opzichte van de eerste keuring, wordt de datum van deze eerste keuring beschouwd als datum van indienstname.
Meer info
2) Decreet van 8 mei 2009 tot wijziging van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (het zgn. "Groenestroomdecreet"), (B.S. 26 juni 2009)
Het advies dat de VREG hierover gaf: ADV-2009-1
Dit decreet wijzigt Elektriciteitsdecreet met betrekking tot bepaalde artikelen inzake de bevordering van de milieuvriendelijke elektriciteitsopwekking:
- Vastlegging groenestroomquota tot 2020 en afschaffing automatische quotumverhoging
(wijziging art. 23 Elektriciteitsdecreet)
De groenestroomquota worden vastgelegd tot 2020. De automatische quotumverhoging wordt hiermee afgeschaft. Het verhoogde quotum voor 2009 (namelijk 4,9 i.p.v. 4,5) wordt wel behouden.
- Evaluatie groenestroomquota
(toevoeging art. 25sexies Elektriciteitsdecreet)
De groenestroomquota worden om de drie jaar geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie is een verhoging van de quota mogelijk, nl. als 1) uit evaluatie blijkt dat een verwachte daling van het bruto binnenlands elektriciteitsverbruik groter zal zijn dan de verplichte stijging van de doelstelling (quota) 2) als Europese verplichtingen de nood doen ontstaan om de doelstellingen te doen stijgen of 3) indien de Vlaamse Regering certificaten aanvaardt voor groene stroom die niet is geproduceerd in het Vlaamse Gewest.
- Isolatievoorwaarde voor PV-installaties
(aanvulling art. 24 Elektriciteitsdecreet)
Productie-installaties voor zonne-energie die na 1 januari 2010 in dienst worden genomen en die geïnstalleerd worden op woningen of woongebouwen, waarvan het dak of de zoldervloer niet geïsoleerd is, komen niet langer in aanmerking voor het toekennen van groenestroomcertificaten die kunnen worden gebruikt voor de verplichtingen, vermeld in artikel 23. De nadere regels met betrekking tot de isolatievoorwaarde worden bij uitvoeringsbesluit bepaald. Dit gebeurt bij het besluit van de Vlaamse regering van 6 juli tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2004 inzake de bevordering van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen, het zogenaamde "groenestroombesluit" (zie www.vreg.be > wetgeving > besluiten).
- Wijzigingen aan de regeling inzake minimumsteun - Wijziging bedragen en looptijd minimumsteun in functie van "onrendabele toppen"
(wijziging art. 25ter Elektriciteitsdecreet)
Artikel 25ter van het Elektriciteitsdecreet voorziet in de verplichting voor netbeheerders om minimumsteun toe te kennen voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in installaties aangesloten op hun net. Voor zonne-energie wordt de hoogte van de minimumsteun gewijzigd, evenals de looptijd van de minimumsteun.
| Indienstname installatie |
Bedrag minimumsteun |
Looptijd |
| Vóór 1/1/2006 | € 150/MWh | Verkoop mogelijk aan Elia tegen deze prijs gedurende 10 jaar vanaf de datum van indienstname van de installatie |
| 2006-2009 | € 450/MWh | Verkoop mogelijk aan de distributienetbeheerder tegen deze prijs gedurende 20 jaar vanaf de datum van indienstname van de installatie |
| 2010 | € 350/MWh | |
| 2011 | € 330/MWh | |
| 2012 | € 310/MWh | |
| 2013 | € 290/MWh | Verkoop mogelijk aan de distributienetbeheerder tegen deze prijs gedurende 15 jaar vanaf de datum van indienstname van de installatie |
| 2014 | € 250/MWh | |
| 2015 | € 210/MWh | |
| 2016 | € 170/MWh | |
| 2017 | € 130/MWh | |
| 2018 | € 90/MWh | |
| 2019 | € 50/MWh | |
| 2020 | € 10/MWh |
De aankoopverplichting tegen minimumsteun van de netbeheerder met betrekking tot andere hernieuwbare energie dan zonne-energie begint bij de inwerkingtreding van de installatie en loopt over 10 jaar
De bedragen van deze minimumsteun worden gewijzigd in het Groenestroomdecreet:
| Techniek | Installatie in dienst vóór 1/1/2010 (= huidige regeling) | Installatie in dienst na 1/1/2010 (= nieuwe regeling) |
| Zonne-energie | Zie tabel hierboven | Zie tabel hierboven |
| Waterkracht, getijden- en golfslagenergie, aardwarmte | 95 euro | 90 euro |
| Windenergie op land | 80 euro | 90 euro |
| Vaste of vloeibare biomassa, biomassa-afval en biogas dat niet afkomstig is uit vergisting van afvalwaterzuiveringsslib of rioolwaterzuiveringsslib |
80 euro | 90 euro |
| Stortgas, biogas dat afkomstig is uit vergisting van afvalwaterzuiveringsslib of rioolwaterzuiveringsslib en voor de verbranding van restafval | 80 euro | 60 euro |
| Andere technieken | / | 60 euro |
Evaluatie bedragen en looptijd minimumsteun
(aanvulling art. 25quater en 25sexies Elektriciteitsdecreet)
Vanaf 2009 evalueert de Vlaamse Regering om de drie jaar de onrendabele toppen voor investeringen in groene stroom. Op basis van deze evaluatie legt de Vlaamse Regering voor nieuwe productie-installaties een ontwerp van decreet voor inzake de minimumsteun, vermeld in artikel 25ter, dat zowel het steunbedrag als de looptijd betreft.
Eenzelfde evaluatie werd voorzien voor de onrendabele toppen voor investeringen in WKK. Conform artikel 25quater van het Elektriciteitsdecreet is de minimumsteun voor WKK-installaties gelijk aan 27 euro. Dit bedrag blijft ongewijzigd.
De looptijd van de minimumsteun (10, 15 of 20 jaar) begint bij het in gebruik nemen van een nieuwe productie-installatie. Het principe is dus dat de minimumsteun die op een installatie van toepassing is, wordt vast "geklikt" op het moment dat de installatie in gebruik wordt genomen.
Hierop wordt nu een uitzondering gemaakt voor productie-installaties die over een stedenbouwkundige vergunning en een milieuvergunning moeten beschikken. Deze installaties genieten de minimumsteun die geldt op het moment dat de laatste van deze vergunningen werd verkregen en mits binnen de drie jaar volgend op het verlenen van deze vergunning de installatie in gebruik werd genomen.
(aanvulling art. 25ter en 25quater Elektriciteitsdecreet)
De kosten die de netbeheerders maken voor het opkopen van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten zullen vanaf 2010 worden gesolidariseerd over alle netbeheerders. Daarbij is echter een plafond ingebouwd.
Vermindering groenestroomboete(wijziging art. 37 Elektriciteitsdecreet)
De administratieve boete die wordt opgelegd bij niet-naleving van de certificatenverplichting groene stroom, daalt vanaf 2015 tot 100 euro per ontbrekend certificaat (i.p.v. 125 euro).
3) Decreet van 12 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij (B.S. 4 februari 2009)
Het luik "energie" (Hoofdstuk II) van dit decreet bevat wijzigingen aan onder meer het Elektriciteitsdecreet. De wijzigingen zijn de volgende:
- Door de artikelen 2 en 3 wordt een decretale basis voorzien voor de Vlaamse regering om de netbeheerders openbaredienstverplichtingen op te leggen met betrekking tot hun dienstverlening aan afnemers enerzijds (o.a. bij onderbrekingen, aansluitingen,.) en hun dienstverlening aan leveranciers anderzijds (o.a. termijnen voor overmaking meetgegevens).
- De wijziging opgenomen in de artikelen 6 en 10 maken het mogelijk voor de VREG om overtredingen op de bepalingen van het Oprichtingsdecreet van de VREG te sanctioneren. Hierdoor kan bijvoorbeeld degene die weigert de VREG informatie te verschaffen binnen de door de VREG bepaalde termijn, een administratieve sanctie oplopen.
- Door artikelen 4 en 5 werd de regeling met betrekking tot de automatische quotumverhoging gewijzigd, en dit met retroactieve werking vanaf 1 januari 2008. Artikel 23, §3 van het Elektriciteitsdecreet stelt vanaf nu: "§3. Indien de reguleringsinstantie vaststelt dat het quotiënt van het aantal groenestroomcertificaten toegekend in het jaar n-1 en het totaal van de afnamecijfers, uitgedrukt in MWh, van het jaar n-1 van alle afnamepunten in het Vlaams Gewest, vermeld als Ev in §2, groter is dan G op 31 maart van het jaar n+1, wordt deze G verhoogd tot dit quotiënt." In de tot nog toe geldende regeling opgenomen in artikel 23, §3, van het Elektriciteitsdecreet, werden de certificaatplichtigen pas een paar weken voor het einde van de inleveringsronde van 31 maart in kennis gesteld van het juiste aantal verplicht in te leveren groenestroomcertificaten. Zeker bij een substantiële stijging van het quotum, als gevolg van de automatische quotumverplichting, leidde dit tot praktische moeilijkheden maar ook tot structurele rechtsonzekerheid. In de nieuwe regeling is vastgelegd dat, bij vaststelling dat het quotum moet worden verhoogd, dit verhoogde quotum pas vanaf de volgende inleveringsronde opgelegd wordt. Op die manier kunnen certificaatplichtigen tijdig de nodige maatregelen treffen om voldoende groenestroomcertificaten aan te kopen. Concreet betekent dit dat het quotum voor groenestroomcertificaten voor 2008 definitief behouden blijft op 3,75% van de geleverde elektriciteit aan eindafnemers gelegen in het Vlaamse gewest. De in 2008 teveel ingeleverde groenestroomcertificaten zullen door de VREG worden vrijgegeven op de certificatenrekeningen van de certificaatplichtigen. Het quotum voor 2009 (4,5%) wordt verhoogd tot 4,9%.









