Energiemarkt - Wie doet wat? - Het systeem van warmtekrachtcertificaten (WKC)
Inleiding
Dit systeem bestaat uit twee delen. Enerzijds is er de verplichting voor elke elektriciteitsleverancier om te zorgen voor een minimumaandeel aan elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtinstallaties. Anderzijds kunnen eigenaars van kwalitatieve warmtekrachtinstallaties (WKK-producenten) warmtekrachtcertificaten aanvragen bij de VREG.
In het Vlaams Gewest worden de volgende technologieën als warmtekrachtkoppeling beschouwd:
- tegendrukstoomturbine
een stoomturbine, waar stoom op hoge druk in de turbine komt, en op lagere druk de turbine verlaat. De stoom aan de lagedrukzijde wordt daarna verder gebruikt voor nuttige warmtetoepassingen - aftap-condensatiestoomturbine
een stoomturbine waar stoom op hoge druk in de turbine komt, en waar een deel van de stoom op lagere druk wordt afgetapt voor nuttige warmtetoepassingen. De rest van de stoom ontspant verder door de turbine, en condenseert daarna volledig tot water, in een condensor - gasturbine met warmteterugwinning
een turbine die wordt aangedreven door de interne verbranding van aardgas. De warmte in de uitlaatgassen wordt gebruikt voor de aanmaak van stoom, warm water of hete lucht of voor een andere vorm van warmterecuperatie - stoom- en gasturbine met warmteterugwinning
een naschakeling van een gasturbine met warmteterugwinning, en een stoomturbine (tegendruk of aftap-condensatie) - interne verbrandingsmotor
een zuigermotor die wordt aangedreven op aardgas, diesel of biobrandstof, waarbij de vrijgekomen warmte uit de motorkoeling en in de rookgassen nuttig aangewend word - stirlingmotor
een externe verbrandingsmotor waarbij lucht heen en weer wordt geschoven tussen een hete en een koude ruimte. De lucht in de hete ruimte expandeert onder het opnemen van warmte en verricht arbeid door een zuiger te bewegen, waarna de lucht weer naar de koude ruimte beweegt, afkoelt en contraheert - brandstofcel
een elektrochemisch toestel dat chemische energie van een doorgaande reactie direct omzet in elektrische energie, waarbij anders dan bij een batterij of accu voortdurend nieuwe reagentia van buiten kunnen worden aangevoerd. Afhankelijk van het type brandstofcel komt bij dit proces een hoge of lage hoeveelheid warmte vrij, die nuttig kan worden aangewend - stoommachine
een machine die de energie van hete, onder druk staande stoom voor een deel omzet in mechanische arbeid. Over het algemeen gebeurt dat door de stoom in een of meer zuigers te laten expanderen en de expansiearbeid op een vliegwiel over te brengen - organische Rankine-cyclus
een gesloten cyclus waarbij, zoals in een klassieke elektriciteitscentrale, een medium wordt opgewarmd tot gasvormige toestand op hoge druk, en daarna ontspant over een turbine en condenseert. Waar dit medium bij klassieke elektriciteitscentrales altijd water is dat wordt opgewarmd tot stoom, is dit bij de organische Rankine cyclus een medium met een lagere verdampingswaarde dan water (bijvoorbeeld butaan of ammoniak), zodat deze ook bij relatief lage temperaturen kan worden omgezet in een gasvormige toestand en een turbine kan aandrijven - overige types technologieën en combinaties daarvan die voldoen aan de definitie van warmtekrachtinstallatie volgens het Elektriciteitsdecreet, met name 'de opwekking in één proces van warmte en elektriciteit en/of mechanische energie'
De toekenning van warmtekrachtcertificaten
Een warmtekrachtcertificaat toont aan dat 1.000 kilowattuur (kWh) primaire energie werd bespaard in een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie in vergelijking met een situatie waarin dezelfde hoeveelheid elektriciteit en/of mechanische energie en warmte gescheiden worden opgewekt. WKK-producenten aan wie een warmtekrachtcertificaat wordt toegekend, ontvangen dat niet op papier. De certificaten worden door de VREG opgenomen in een centrale gegevensbank, die de producenten kunnen raadplegen via het internet.
De producenten kunnen deze warmtekrachtcertificaten verkopen aan elektriciteitsleveranciers die nog aan hun certificatenverplichting moeten voldoen. Indien de WKK-producent zelf ook elektriciteitsleverancier is, kan hij ze gebruiken om aan zijn eigen certificatenverplichting te voldoen.
Voor gedetailleerde informatie: zie WKK-producenten
Warmtekrachtcertificatenverplichting
De warmtekrachtcertificatenverplichting
In Vlaanderen is iedere elektriciteitsleverancier verplicht om jaarlijks, ten laatste op 31 maart, een aantal warmtekrachtcertificaten in te leveren bij de VREG. Die hoeveelheid komt overeen met een bepaald percentage van de totale hoeveelheid elektriciteit die hij in het jaar ervoor geleverd heeft aan zijn klanten. In 2005, het jaar waarin het systeem van kracht ging, bedroeg dat minimumaandeel 1,19 procent van zijn leveringen. Dit zal toenemen tot 5,23 procent vanaf 2012.
Als een leverancier het juiste aantal warmtekrachtcertificaten indient, voldoet hij aan zijn certificatenverplichting. Als hij te weinig certificaten inlevert, zal hij per ontbrekend certificaat een administratieve boete van 45 euro moeten betalen. De administratieve boetes worden gestort in het Energiefonds. Dit fonds kan door de Vlaamse regering worden gebruikt voor de financiering van de openbaredienstverplichtingen, haar sociale energiebeleid en haar beleid inzake rationeel energiegebruik.
Een leverancier kan zijn benodigd aantal warmtekrachtcertificaten bekomen wanneer hij zelf eigenaar is van kwalitatieve warmtekrachtinstallaties in het Vlaams Gewest, en hiervoor warmtekrachtcertificaten aanvraagt bij de VREG. Hij kan ook certificaten kopen van andere partijen. De boetewaarde van 45 euro per certificaat dat een leverancier te kort heeft, is bepalend voor het maximumbedrag dat een leverancier bereid is te betalen aan producenten die warmtekrachtcertificaten te koop aanbieden. Ook het aantal certificaten dat op de markt beschikbaar is, ten opzichte van het totaal aantal certificaten die nodig zijn opdat alle leveranciers aan hun verplichting kunnen voldoen, heeft een invloed op de marktprijs.
Aanvaardbaarheid van warmtekrachtcertificaten
Niet alle warmtekrachtcertificaten zijn geldig om te voldoen aan de warmtekrachtcertificatenverplichting.
De VREG aanvaardt enkel certificaten toegekend voor de warmtekrachtbesparing die werd gerealiseerd door gebruik te maken van een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie die gelegen is in het Vlaams Gewest en die voor het eerst in dienst werd genomen of ingrijpend werd gewijzigd na 1 januari 2002.
Gedurende de eerste vier jaar na de datum van indienstneming van een warmtekrachtinstallatie zullen warmtekrachtcertificaten worden toegekend voor de volledige warmtekrachtbesparing. Vanaf het vijfde jaar na indienstneming worden aanvaardbare warmtekrachtcertificaten toegekend voor X procent van de warmtekrachtbesparing. Voor het overige deel van de warmtekrachtbesparing (100-X procent) worden niet-aanvaardbare certificaten toegekend. Voor gedetailleerde informatie hierover: zie artikel 14, §1 van het WKK-Besluit.
De VREG registreert zowel de aanvaardbare als de niet-aanvaardbare warmtekrachtcertificaten in de centrale gegevensbank.
Warmtekrachtcertificaten die werden toegekend voor de productie van elektriciteit die naar het buitenland wordt uitgevoerd, kunnen niet langer worden ingeleverd om te voldoen aan de certificatenverplichting in het Vlaams Gewest.
Meer informatie over het warmtekrachtcertificatensysteem
Voor gedetailleerde informatie: zie Warmtekrachtproducenten.









