Kosten-batenanalyse
De VREG liet in 2008 een rekenmodel ontwikkelen door de firma KEMA om de kosten en baten van een eventuele invoering van slimme meters voor elektriciteit en gas in Vlaanderen te kunnen inschatten. Sindsdien zijn echter nieuwe inzichten verkregen, onder meer op basis van uitgevoerde proefprojecten. Ook is de energiemarkt volwassener geworden en is er verder nagedacht over het meest wenselijke marktmodel.
In het najaar van 2010 organiseerde de VREG een conferentie 'De consument en slimme energiemeters'. Vlaams Minister van Energie Freya Van den Bossche stelde dat de consument centraal moet worden geplaatst in het debat rond slimme meters. Ook moest er een onderzoek komen naar de impact op verschillende gebruikerssegmenten. De VREG heeft na deze conferentie het rekenmodel door KEMA laten aanpassen en een update gevraagd van de analyse. In samenwerking met de marktpartijen en na bespreking in het Beleidsplatform Slimme netten werd een aantal mogelijke scenario's voor de invoering van slimme meters bestudeerd aan de hand van het model.
Het rapport met de eerste conclusies vindt u onder RAPP-2011-21.
In de analyse komen volgende aandachtspunten en vragen aan bod:
- Het model en de inputparameters uit de KEMA-studie uit 2008 moesten worden herzien. Op basis hiervan wordt een referentiealternatief berekend.
- Wat zijn de financiële implicaties van de keuze voor een bepaalde communicatietechniek voor de overdracht van meetdata? Hierbij worden de oplossingen van Eandis en Infrax financieel gewaardeerd en afgezet tegen een klassieke PLC/GPRS oplossing.
- Welke frequentie moet gebruikt worden voor het versturen van verbruiksinformatie naar klanten?
- Biedt “real-time metering” baten voor slimme netten en voor real-time marktprocessen (vb. dynamische vraagsturing)?
- Moet een gedwongen of vrijwillige uitrol nagestreefd worden?
- Wegen de kosten op tegen de baten als de slimme meter enkel wordt ingevoerd bij bepaalde segmenten van afnemers?
In het rekenmodel kunnen zowel de gebruikte parameters als de toewijzing van de kosten of baten aan bepaalde marktpartijen aangepast worden in functie van nieuwe ervaringen en van eventuele aanpassingen aan het marktmodel.
De studie berekent de maatschappelijke netto contante waarde van de massale invoering van slimme meters in Vlaanderen volgens een aantal scenario’s. De uitkomst wordt ook opgesplitst per marktpartij en per verbruikerssegment. De input voor het model kwam zowel van de Vlaamse marktpartijen als vanuit de ervaringen van KEMA en van internationale studies. Een aantal van de waarden die in het model gebruikt worden, zijn gebaseerd op schattingen (veronderstellingen). Dit komt omdat er nog steeds maar beperkte nationale en internationale ervaring is met de invoering van slimme meters en de effecten daarvan. De studie bevat daarom ook een gevoeligheidsanalyse over de invloed van deze waarden op het resultaat.
Een belangrijke vraag is wat dit betekent voor de afnemer. Uit het model blijkt dat vooral de afnemer voordeel doet, gezien de energiebesparing die hij kan realiseren en de verbeterde marktwerking (minder klachten, meer concurrentie,..). Maar anderzijds dragen de netbeheerders volgens het huidige marktmodel de grootste kosten voor de invoering van slimme meters. De vraag is dus hoe die kost versleuteld zal worden en wat de impact zal zijn op de distributienettarieven. Dit rapport gaat niet dieper in op de verdeling van de kosten, maar dergelijke vragen kunnen op basis van de uitgevoerde simulaties wel verder onderzocht worden.
Daarnaast is het logisch om een eventuele invoering van slimme meters niet enkel te laten afhangen van veronderstellingen. Het nieuwe rekenmodel laat ook toe de ervaringen uit concrete pilootprojecten mee te nemen om de in de studie aangenomen waarden te kunnen aftoetsen. Dit zal nader bestudeerd worden in samenwerking met de sector.
Het model zal nu verder gebruikt worden als instrument om in de toekomst advies te verlenen en beslissingen over de invoering van slimme meters te onderbouwen.
